Berichten

Groeneconferentie over Rotterdam in de toekomst | 18 december

Tijdens de 15de Groeneconferentie gaan we op zoek naar visie. Visie op groen, natuur en het verkeer in Rotterdam. Er zijn veel plannen voor groene boulevards, vele hectaren extra groen en andere vormen van mobiliteit. Maar is er samenhang? Zit er een visie achter deze plannen? Hoe ziet Rotterdam er in de toekomst uit?

We praten er over met bewoners, wetenschappers, politici en plannenmakers tijdens de 15de Groeneconferentie in Rotterdam.  Woensdagavond 18 december vanaf 19.30 uur in Arminius, aanmelden via www.groeneconferentie.nl

Presentatie: Suzanne Mulder (RTV Rijnmond).

Met Professor Derk Loorbach (DRIFT, Erasmus Universiteit), stadsecoloog Niels de Zwarte (Bureau Stadsnatuur Natuurhistorisch Museum), Robbert de Vrieze (Groene connectie en Stadslab Luchtkwaliteit), Arno Bonte (wethouder Duurzaamheid), Anke Griffioen, Jeanne Hogenboom (coalitie Gezond Verkeer & B.O.O.G. Bewoners- en Ontwikkelings Organisatie ‘s-Gravendijkwal).

Columnist: Inge Janse.

Uitreiking: Groenevogel vrijwilligersprijs en de groene pluim voor de groenste overheidsdienaar van 2019.

 

 

De nieuwe groene daken subsidie ‘te plat’ en ‘te krap’

Goed dat er jaren een groene daken subsidie is in Rotterdam. Hierdoor is met 235.000 m2 (volgens sommigen zelfs veel meer) onze stad ‘groene daken hoofdstad van Europa’ geworden met een aantal prachtige iconen zoals de DakAkker en Slimdak op het Schieblock, het Luchtpark op de Hofbogen en het Dakpark in Delfshaven.

Jammer dat de nieuwe subsidiebijdrage voor een groendak door de gemeente nu fors wordt verlaagd en ‘waarom niet een hoger bedrag voor daken die meer water bergen en biodiversiteit hebben. Dan daag je gebouweigenaren uit om daken aan te leggen die echt iets doen voor de stad’, schrijft het Rotterdams Milieucentrum aan het college van Burgemeester en wethouders (zie de brief onderaan). Het milieucentrum vreest dat bij het ontbreken van een aannemelijke financiële impuls het animo voor groene daken zal gaan afnemen in Rotterdam.

Rotterdam: €15
De groene daken subsidie was € 25 per m2 en gaat nu naar € 15. Het milieucentrum de nieuwe subsidieregeling ‘te plat’, er mag meer differentiatie worden toegepast. Gebouweigenaren krijgen dan voor een groenblauw retentiedak met een grotere waterbergingscapaciteit en meer biodiversiteit dan een normaal sedumdak meer subsidie per m2. Zo zijn gebouweigenaren te stimuleren tot aanleg van daken die meer ‘doen voor de stad’. MEER waterberging (goed tegen piekbuien en wateroverlast) en MEER variatie in de beplanting (goed voor de biodiversiteit) = MEER subsidiebijdrage.

Hittestress
De afgelopen jaren heeft de subsidiemaatregel voor groenedaken velen in staat gesteld een groendak aan te leggen met alle voordelen voor onze stad van dien, zoals: verkoeling en het tegengaan van het hittestress effect, de waterberging in het kader van de klimaatadaptatie en zeker ook de verhoging van de biodiversiteit. Naast alle voordelen die groendaken voor de gebouwen zelf opleveren.

Koploper
Rotterdam neemt door het vooruitstrevende Rotterdamse groenedakenbeleid een unieke internationale koppositie in voor wat betreft het aantal begroeide daken en ook enige spraakmakende iconen zoals de DakAkker, het Luchtpark op de Hofbogen, het Dakpark in Delfshaven en de Slimdak.

Verdichten
Het aantal m2 bruikbaar platdak in Rotterdam is aanzienlijk. De aanleg van meer groene daken op dit gigantische oppervlak kan een welkome bijdrage bieden aan het veerkrachtiger en klimaatbestendiger maken van onze stad. Tevens biedt het aantal m2 platdak een mogelijkheid tot de aanleg van meer gebruiksgroen en dus groene buitenruimte in een stad die zich steeds meer gaat verdichten.

België
Elders wordt deze differentiatiemethode al gehanteerd, in België gaat men uit van het aantal liters (regen)water dat op een groendak geborgen kan worden en de gemeente Den Haag werkt met een puntenstelsel waarin bijvoorbeeld een sedumdak minder scoort dan een intensiever ‘natuurdak’.

Amsterdam € 50
In Amsterdam is in de nieuwe subsidieregeling een minimum waterbergingseis van 30 liter per m2 opgenomen. Daarnaast wordt er gewerkt met een puntensysteem voor biodiversiteit, zichtbaarheid, waterberging. Het maximum subsidiebedrag in Amsterdam is € 50 per m2 voor een dak dat 50 liter per m2 of meer kan bergen. Het minimale bedrag per m2 is € 30, vanaf de ondergrens van 30 liter per m2. De subsidie wordt gemaximeerd op 50% van de totale aanlegkosten. Nieuw is in de Amsterdamse regeling voor 2019 is de biodiversiteitsbonus. Als het op­per­vlak­te van het dak voor 50% of meer uit (in­heem­se) gras­sen, krui­den en strui­ken en min­der dan 50% uit se­dum bestaat, kunnen de Amsterdammers maxi­maal een bedrag € 10,- meer krij­gen per m2.

Nieuwe gebouwen
Voor nieuwe gebouwen kan de (lokale) overheid ons inziens groene retentiedaken meer ‘afdwingen’ door aan het gebouwontwerp strengere voorwaarden te stellen in het vergunningentraject; onder andere door een directe koppelingen te maken met de thema’s wateroverlast, hittestress, verdroging, koeling en biodiversiteit worden slimme  – & groene – retentiedaken ook financieel gezien een zeer efficiënt middel om aan deze voorwaarden voor de vergunning(en) te voldoen. Dan zijn allerlei maatregelen zoals bergingstanks en infiltratievoorzieningen namelijk geen goedkoper alternatief meer voor slimme retentiedaken, omdat de meerwaarde hiervan optimaal en integraal wordt erkend. Koppel je deze kans aan door te voeren kostenbesparingen voor, tijdens en na de bouw  dan krijgen we werkelijk iets in beweging in Rotterdam!

Rotterdams weerwoord
In het gemeentelijke klimaatprogramma ‘Rotterdams Weerwoord’ staan ambitieuze doelstellingen ten aanzien van groene daken. “Als de gemeente Rotterdam wil dat groene daken zo’n grote rol gaan spelen in het klimaatbestendig maken van de stad, is er meer nodig dan deze ééndimensionale, te zuinige en te voorzichtige stimulering”, aldus het milieucentrum.

Lees de brief aan het college van Burgemeester en Wethouders over de groenedaken:
CollegeBenW.groenedaken.V2.brf

‘Gezond Verkeer’ wil Maastunnel met 1 baan voor openbaar vervoer

De coalitie Gezondverkeer vindt het ‘eeuwig zonde’ dat de Maastunnel straks weer helemaal open wordt gesteld voor het autoverkeer.  Men stelt voor 1 baan voor Openbaar Vervoer te bestemmen en 1 baan voor overig verkeer. “Met volledige openstelling van de Maastunnel komt het autoverkeer weer terug op het niveau van voor de afsluiting van de tunnel en dus ook de hoeveelheid luchtvervuiling en geluidshinder” schrijft men in een brief aan verkeerswethouder Judith Bokhove

Gedragsverandering
Met volledige openstelling van de Maastunnel komt het autoverkeer weer terug op het niveau van voor de afsluiting van de tunnel, stellen de samenwerkende milieu – en bewonersgroepen. “En dus ook de hoeveelheid luchtvervuiling en geluidshinder. Het volledig openstellen van de Maastunnel is dus een slecht plan …

Verkeerstellingen
Bij verkeerstellingen na de sluiting van de Maastunnel blijkt dat een deel van de automobilisten is overgestapt op fiets en openbaar vervoer. Maar – belangrijker nog – bijna een kwart van de automobilisten maakt de reist (dwars door Rotterdam) niet meer. Een dergelijke gedragsverandering werd ook geconstateerd bij de renovatie van het tunneltracé bij de ’s Gravendijkwal in 2016. Deze afsluiting leidde niet tot grote overlast maar tot een ander verkeersgedrag.

Les
Het college van Burgemeester en Wethouders kan hier een les uit trekken dat minder snelverkeer door de Maastunnel mogelijk en ook wenselijk is” aldus de organisaties, ook een koppeling aan een andere afwikkeling van het resterende autoverkeer op de tunneltraverse ligt voor de hand, zodanig dat er uiteindelijk aanzienlijk minder auto’s over de ’s Gravendijkwal en de Henegouwerlaan gaan rijden en er op dit deel van de tunneltraverse de al vele jaren door bewoners gewenste herinrichting kan plaatsvinden om de wijken Het Oude Westen en Middelland een kwaliteitsimpuls te geven met ruimte voor groen, fietsers en voetgangers‘, schrijft Gezond Verkeer.

OV-baan
Het voorstel van de coalitie Gezond Verkeer is om 1 baan open te stellen voor autoverkeer en 1 baan voor Openbaar Vervoer en nooddiensten. ‘Het is nu het moment om een dergelijk experiment uit te voeren, stelt men want deze maatregel levert minder schade op voor de gezondheid van de Rotterdammers en verbetert de concurrentie positie van het openbaar vervoer.’

De wethouder heeft nog niet gereageerd op het voorstel van Gezond Verkeer.

 

Komt de operatie Steenbreek ook naar Rotterdam?

Komt operatie Steenbreek ook naar Rotterdam? Geert van Poelgeest (bestuurslid van Steenbreek) kwam er tijdens de Groeneconferentie op 11 december voor pleiten. Wethouder buitenruimte Bert Wijbenga mocht de eerste steenbreek steen lichten en kreeg er een plantje voor terug. Want dat is de bedoeling van operatie Steenbreek! Zoveel mogelijk stenen eruit … en groen erin … in de publieke ruimte maar ook in particuliere tuinen en binnenterreinen. En de wethouder had er wel oren naar … dus dit voorjaar ook ‘stenen eruit, plantjes erin … de wijken en buurten in?’

Met Operatie Steenbreek willen de initiatiefnemers iedereen in Nederland enthousiasmeren om de tuin te vergroenen. Samen kunnen we het verschil maken en zorgen voor een klimaatbestendige, gezonde maar vooral een groene samenleving!

Wat is operatie Steenbreek? Bekijk het filmpje:

Tientallen steden
Tientallen steden als Den Haag, Utrecht, Amersfoort, Leeuwarden, Groningen, Eindhoven en Maastricht en een groot aantal Waterschappen hebben zich al aangesloten bij Steenbreek. Een campagne op initiatief van onder andere ‘Groei en Bloei‘, de Universiteit van Wageningen, het Klimaatverbond en alle Waterschappen.

Den Haag
In Den Haag werd de campagne voortvarend opgepakt door Duurzaam Den Haag. In 2018 hebben bewoners van Den Haag maar liefst 13.691 stenen omgeruild voor gratis planten tijdens acties in de buurt! Maar ook Haagse bedrijven en scholen deden mee. Duurzaam Den Haag hielp met het ontwerpen van de tuinen, het afvoeren van de tegels, het betrekken van de buurt en de levering van de (gratis) plantjes.

 

Parkenmaand afgesloten met conferentie Groen van de toekomst

Met de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ werd 29 september de Rotterdamse Parkenmaand afgesloten. Groenaannemers, groene-organisaties, welzijns – en bewonersorganisaties, zelfbeheerders en (andere) Rotterdammers met een ‘groen hart’ gingen met elkaar in gesprek over hoe Rotterdam het groenonderhoud in de toekomst beter en slimmer kan uitvoeren?

De conferentie vond plaats onder en op de Hofbogen en het nieuwe ‘Luchtpark’. Wethouder Wijbenga (van buitenruimte) opende de conferentie.

Bert Wijbenga
De conferentie werd geopend door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga. Hij gaf een toelichting op de groende ambities van het Rotterdamse College. De komende vier jaar wil het college de stad vergroenen met 200.000 m2 terwijl er ook een flinke bouwopgave ligt. Er wordt onder meer ingezet op de aanleg van rivierparken, het realiseren van ecologische verbindingen, meer groene daken en het verruilen van verharding voor groen.

Kees Moeliker
Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam inspireerde de deelnemers met een column. Hij stond stil bij de ‘de mens’ in het Rotterdamse groen en stadsnatuur. Wat doen ze er, waar komen ze en waarom? De televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ van RTV-Rijnmond geeft antwoord op deze vragen: Kees fietst door de stad en praat met Rotterdammers in het groen. Na vijf afleveringen is duidelijk, dat bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Het Rotterdamse groen en de stadsnatuur worden omarmd door Rotterdammers. Maar waar ligt de grens van wat wel en wat niet kan? Hoe zijn mens en natuur in evenwicht in de stad? Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Kees zegt in zijn column: ‘Groen heeft de toekomst’. Lees de colunm HIER <<<

Workshops
In vijf workshops spraken de aanwezigen over de uitdagingen in het groenbeheer in Rotterdam.

    • aanbesteden van de toekomst: Er is veel te winnen en mogelijk in de samenwerking tussen initiatieven uit de buurt en groenaannemers. Wederzijds vertrouwen is daarbij belangrijk. Ruimte voor het leveren van kwaliteit moet behouden blijven daar wordt door alle partijen meer ruimte voor gewenst) en ook het toezicht daarop kan verbeterd worden … “waarom de buurt geen toezicht laten houden”.
    • participatie: Bij participatie werd duidelijk dat in een volgende aanbesteding van het groenonderhoud aandacht moet zijn voor maatwerk per gebied. Zodat er beter wordt aangesloten met de onderhoudsactiviteiten bij de vragen uit de wijken. Momenteel wordt er veel gestuurd op resultaten zoals hoe vaak er wordt gemaaid en hoe vaak er wordt geschoffeld. Met participatie worden andere waarden belangrijker zoals samenwerken, gezondheid en buurtverantwoordelijkheid. Meet juist die inspanning en niet alleen het resultaat. 
    • resilience & groenonderhoud: Belangrijkste leerpunt bij de workshop resilience is dat je van groen goud kunt maken. Dit betekent dat groenafval van de een, grondstof is voor de ander. Zo zou je vraag en aanbod van planten via social media kunnen koppelen, een soort GroenisGoud marktplaats. Het vergroenen van de stad is ook belangrijk bij de wateropgave van de stad. Dat draagt bij aan een weerbare, veerkrachtige stad. Als er meer gebouwd wordt, is ook aandacht nodig voor groen in de buurt. 
    • samenwerking: Bij deze workshop is stil gestaan welke partijen allemaal betrokken zijn bij het groenonderhoud. De partijen zijn in beeld gebracht en hoe deze zich verhouden tot elkaar en het groenonderhoud.
    • insectenvriendelijk beheer:  De deelnemers aan de workshop hebben in totaal 23 maatregelen op een rij gezet, die kunnen bijdragen aan een insectenbewust beheer. Daarnaast ook 8 belemmeringen. De top 2 aanbevelingen waren: 1) Zorg voor bewustwording en draagvlak bij alle betrokken partijen en geef uitleg over beheer en resultaten hiervan, 2) Kennis & Maatwerk bij Opdrachtgever & Opdrachtnemer.

Het was een inspirerende middag. >>> HIER <<< het completere verslag van de conferentie.

 

De Groenrede(n) van Wim Pijbes bij opening Parkenmaand

De eerste Rotterdamse Groenrede(n) uitgesproken door Wim Pijbes op 1 september 2018 op het Dakpark in Delfshaven. Voorafgaand aan de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2018.

“Dames en heren!

Een eer om als eerste de groenrede te mogen uitspreken ter gelegenheid van de opening van de Parkenmaand. In de uitnodiging die ik ontving werd mij verzekerd dat ik deze rede helemaal vrij mocht invullen, zolang het maar over parken en groen in de stad gaat.

Dat doe ik met plezier want groen is van levensbelang juist in een stad, en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. Dames en heren: de aandacht voor groen groeit, groen is goed, groen is gezond. Parken zijn dus goed, en: mensen houden van parken. Dus wat houdt ons tegen? Alle positieve kwaliteiten die je aan parken toedicht zijn waar, en vinden weerklank bij bewoners, bezoekers en bestuurders, van links tot rechts. Ik durf te stellen: iedereen houdt van parken. Hoe kan het ook anders, want internationaal worden parken gewaardeerd als onmisbare vitale elementen in iedere urbane samenleving.

People watching people doing the same thing’ is een universeel plezier en overstijgt alles en verbindt iedereen, arm en rijk, jong en oud.

Bezoekers komen vooral uit de eigen stad, ongeacht rang of stand. Parken behoren tot de meest geliefde en gewaardeerde vormen van publieke ruimte. Dat lijkt mij voor ieder stadsbestuur een prettig gegeven. Ook prettig voor ieder stadsbestuur – dit is voor de rekenaars onder ons – is dat verschillende internationale studies telkens opnieuw vaststellen dat de waarde van vastgoed, gelegen aan een aantrekkelijk park gemiddeld 15% hoger is dan vergelijkbare panden elders in een stad. En daarom verbaast het mij dat parken in veel gevallen als een onrendabele post op de begroting worden beschouwd.

Dames en heren: een goed park maken is tegelijk complex en doodeenvoudig.

Het grootste stadspark van de twintigste eeuw, het Amsterdamse Bos (935 ha), is destijds ontworpen door een team van sociologen, biologen, stedenbouwers en architecten. Het belangrijkste: van begin af aan wist men precies wat men wilde. Bijvoorbeeld een bezoekersmaximum van 100.000 per dag, met een piek van 70.000 op hetzelfde moment. Het Amsterdamse Bos voldoet zo aan de uitgangspunten voor een geslaagd park:

  1. goed gepland
  2. goed ontworpen
  3. goed beheerd

Ik kom daar straks op terug.

Wanneer niet voldaan wordt aan een van deze drie gaat het namelijk fout. Gemeentelijke diensten, deelraden en gemeentebesturen hebben de ondankbare taak iedereen (lees: publiek) het naar de zin te maken, wat zelden lukt. Ieder seizoen wordt menig strijd uitgevochten tussen gebruikers, bezoekers en bewoners. Wij kennen allemaal de discussies over het Museumplein, het Vondelpark, het Kralingse Bos, het Vroesenpark en Het Park. Overal heb je tegenstrijdige wensen van belangengroepen, omwonenden, gebruikers, en festivalorganisatoren, commercieel dan wel cultureel.

En het kan anders! Anders en beter! Er bestaan modellen waarin bestuur en publiek; met private en publieke middelen het stadspark van de toekomst kan laten groeien en bloeien!

Dames en heren, ik neem u graag mee naar Fifth Avenue en 42nd street in New York, naar Bryant Park. Bryant Park is 6 ha groot, vergelijkbaar met het Museumpark in Rotterdam. De problematiek van beide parken was vergelijkbaar. Na jarenlange verwaarlozing en overlast gevende junks besloot het stadsbestuur tot drastische maatregelen en droeg het park over aan de private Bryant Park Corporation. Een plan werd gemaakt waarbij als eerste maatregel de hekken werden verwijderd. Omgangsnormen met zwervers werden vastgesteld waarbij daklozen werden geaccepteerd als een gegeven maar overlast niet werd gedoogd. Door actief beheer werden stille gedeeltes van het park roulerend geactiveerd zodat junks geen bezit konden nemen van ‘eigen’ territorium. Bryant Park heropende in 1995, de hoogte van de oorspronkelijk onderhouds- en exploitatiekosten worden nog steeds betaald door de stad New York, substantieel aangevuld met publieke middelen. Het Museumpark de naast gelegen Rozentuin en voormalige Bijbelse tuin liggen er nog steeds matig bij. Bryant Park staat model voor een nieuwe ontwikkeling die ook in Nederland medestanders krijgt: het vormgeven van de publieke ruimte door een publieke en private samenwerking.

Voor het Bryant Park zijn tien factoren bepaald die als universele voorwaarden van geslaagd stadsgroen gelden, en verder gaan dan de drie uitgangspunten van het Amsterdamse Bos:

  1. veilig
  2. schoon
  3. instemming van betrokkenen
  4. toiletten
  5. bankjes
  6. verlichting
  7. beplanting voor alle seizoenen
  8. programmering
  9. inrichting
  10. management

Parken die onvoldoende functioneren schieten op een of meerdere van deze punten tekort. De oplossing begint met het honoreren van deze tien. Daarbij is niet langer de overheid als enige de aangesproken partij. Om het potentieel van stedelijk groen optimaal te laten floreren kan het principe worden gehanteerd waarbij burgers en de overheid de handen ineenslaan om de publieke ruimte te optimaliseren.

En nu naar Rotterdam. Na de grote brand van Londen in 1664, kwam het stadsbestuur vanuit Engeland naar Rotterdam om inspiratie op te doen en om hier de mooiste riverfront van Europa te bezoeken: de Boompjes. Hier was in 1615 een dubbele rij lindebomen geplant met aflopend naar het water wilgenbomen. Een wandelpromenade van grote allure. Waar in Rotterdam hebben we dat tegenwoordig? Het Park ligt met zijn rug naar de Maas, gescheiden door een brede, ongedefinieerde strook parkeerterrein en autoweg. De oorspronkelijke Boompjes is een drukke vierbaans verkeersader, de Oude Plantage, het oudste park van Rotterdam, is op Deltahoogte gebracht en leidt een vergeten bestaan, het Buizenpark op Katendrecht kent haast niemand en ligt er verlaten bij.

Ik wil niet teveel somberen, juist niet, want hier liggen enorme kansen voor onze stad. En wie wil zien wat ik bedoel kan naar New York kijken waar de afgelopen jaren, nota bene door Nederlandse, waaronder Rotterdamse architecten, de hele riverfront rondom Manhatten en Brooklyn wordt vergroend. Ik noem Governers Island, Battery Park, Brooklyn Bridge Park, en allemaal vanaf de dag van de opening een instant succes, omarmd door de buurt en bezoekers van buiten. En, bovenal, met publiek-private fondsen gefinancierd. Dat kan ook in Rotterdam. Rotterdam heeft de mogelijkheden, Rotterdam heeft de middelen en Rotterdam heeft nu het momentum!

Ik zeg: alle seinen op groen. de Parkenmaand is geopend!”

Wim Pijbes, Opening Parkenmaand 01/09/2018

 

Parkenmaandcongres over ‘Groen van de toekomst’

In 2020 wordt het groenbeheer in Rotterdam opnieuw aanbesteed. Grote groenbeheerders kunnen zich dan weer voor miljoenenopdrachten inschrijven voor het onderhoud aan de ‘parken en perken’ in onze stad.

Maar … krijgen bewonersinitiatieven hierin nog een kans? Is een ‘right to challenge’ nog een haalbare kaart? Zijn de grote groenaannemers bereid (een deel van hun) budget af te staan aan zelfbeheer-projecten van bewoners?

Congres ‘groen van de toekomst
De gemeente Rotterdam organiseert ter afsluiting van de Rotterdams Parkenmaand op 29 september een congres over ‘groen van de toekomst en vooral ook hoe kan de aanbesteding slimmer zodat er ruimte ontstaat voor (meer) bewonersinitiatieven in het groen! Bewoners, beleidsmakers, gemeenteraads – gebiedscommissie – en wijkraadsleden en hoveniers/aannemers, groenbeheerders zijn hier van harte bij uitgenodigd. Vanaf 12.00 uur onder en op het nieuwe Luchtpark (onder het voormalige treinstation Hofplein) aan de Raampoortstraat. Aanmelden kan via groenvandetoekomst@nullrotterdam.nl.

Programma 29 september 
Naast een aantal spraakmakende sprekers worden er ook een aantal workshops georganiseerd.

Workshops

1. Aanbesteden van de toekomst!

  • Welke sociale en fysieke raakvlakken zien we bij groenonderhoud?
  • Hoe borg je sociaal en fysiek?

2. Participatie

  • Hoe creëer je participatie in de totstandkoming van het groenonderhoud?
  • Hoe krijgt participatie een plek in het groenonderhoud?
  • Wat is nodig om dit te versterken?

3. Resilience in relatie tot groenonderhoud

  • Biodiversiteit
  • Klimaatbesteding
  • Circulariteit
  • Kwaliteit

4. Samenwerking en netwerk, hoe creëren we gezamenlijke verantwoordelijkheid?

  • Onderhouden van het netwerk
  • Wat is nodig om dit te versterken?

5. Insectenvriendelijk beheer

  • Hoe zou insectenvriendelijk beheer eruit moeten zien?
  • Bedenk maatregelen samen met boswachters van de gemeente Rotterdam en Natuurmonumenten

 

 

Op naar een groener en duurzaam Rotterdam – werkverslag 2017 –

2017 was een veelzijdig jaar voor het milieucentrum, met zeer uiteenlopende en ook nieuwe thema’s. Ons kleine RMC-team sprong van luchtkwaliteit naar water en van water naar voedselverspilling en…. We reageerden daarbij op de geluiden van de samenleving en actuele ontwikkelingen. 

Groeneconferentie
We zijn blij met een druk bezochte Groeneconferentie in december, in opmars naar de raadsverkiezingen 2018. Een breed scala aan politici ging in debat over klimaat. Want klimaat mocht, wat ons betreft, weer terug op de politieke agenda! Een aantal stevige standpunten kwamen aan het licht, die in een toekomstige raad en in de collegevorming zeker een rol gaan spelen. Nieuw was de groenpitchwedstrijd. De groenpitchers waren ‘een hit’, dus die wedstrijd houden we er zeker in!

Parkenmaand
Het lustrum van de Parkenmaand (erop gericht dat meer mensen de groene kant van Rotterdam te ervaren) werd voor het eerst ingeluid met een startevenement in het Vroesenpark. Hierna werden er ruim 50 kleine en groene evenementen uitgerold in de Rotterdamse parken, veelal door de parkvrijwilligers georganiseerd. Fijn ook dat wethouder Eerdmans het belang zag van de parkenmaand, want we kregen (eenmalig?) een aanmoedigingssubsidie voor deze vijfde parkenmaand.

Cursus Milieucoach
Al vele jaren organiseren we de succesvolle cursussen milieucoach met en voor bewoners uit de Rotterdamse wijken. Want wie kan er nu beter vertellen over energiebesparing dan je eigen buur? Ook de spin-off hiervan blijft groot. Geïnspireerd door de cursus gingen veel huurders en eigenaar-bewoners noest aan de slag in de eigen wooncomplexen, waarbij hier en daar de ondersteuning van het milieucentrum zeker nodig was. De energietransitie in de praktijk! En daar heb je zeker de bewoners bij nodig! Het Energiecafé010 sloot dit energieke seizoen af, waarbij wethouder Pex Langenberg aan 30 nieuwe milieucoaches hun certificaten overhandigde.

Een nieuw thema in 2017 was voedselverspilling.

Zero Foodwaste Rotterdam
Niet helemaal nieuw, want we stonden aan de wieg van Broodnodig. We schreven (samen met Slow Food Youth Network) het plan Zero Foodwaste Rotterdam, dat werd ingediend bij Citylab010. Helaas strandde het plan eind van het jaar en werd doorgeschoven naar 2018. We gingen zelfs een Europees subsidietraject in, samen met collega-organisaties in België, Frankrijk en Engeland. Ook organiseerden we in samenwerking met 20 organisaties voor het eerst het Bluefoodfestival. Doel van dit alles is de voedseloverschotten met flinke percentages te verlagen!

Gezond Vekeer
Met een brede coalitie van bewoners– en belangengroepen maakten we de ’10 punten voor gezond verkeer’. Dit was onze nieuwe poging om het stadsbestuur te overtuigen meer en efficiëntere maatregelen te nemen om de luchtkwaliteit in onze stad te verbeteren.

DakAkker
De DakAkker op het dak van Het Schieblock won in 2017 de Rooftop Award en werd daarmee uitgeroepen tot het beste en meest complete groenedak van Nederland. Trots namen we de award in ontvangst in Amsterdam. Ook dit jaar trok het grootste (openlucht)landbouwdak in Europa veel bekijks en mochten we tientallen groepen uit binnen– en buitenland rondleiden. Honderden kinderen genoten verder van het educatieve programma ‘Dakennie’.

Slimdak010
Laten zien wat mogelijk is. Dat is de bedoeling met het Slimdak010. Bovenop het dak van het dakpaviljoen op de DakAkker komt een uiterst innovatief groenblauwdak, aangestuurd door de weersatelliet. In 2018 wordt het gerealiseerd. Een testsite voor slimme waterbergende daken want de oplossing van het waterprobleem ligt (ook) op de daken.

Wij blijven een aanspreekpunt voor de vele bewoners en initiatieven die met duurzaamheid, energie, water, stadslandbouw en groene (wijk)projecten aan de slag willen in Rotterdam. Initiatieven worden ondersteund met raad en daad, en soms ook met kleine financieringen vanuit de ‘groepenpot’ die door ons wordt beheerd. Het ondersteunen van actieve groene groepen in Rotterdam is en blijft onze core business.

2017 was een enerverend jaar, met veel nieuwe contacten, netwerken en activiteiten en nieuwe thema’s, en nog veel in de ‘kooppot’ voor het komende jaar!

 

Groene 18 voor 2018, groen advies aan het nieuwe college

Stel weer een stadsecoloog aan, zorg voor meer natuurvriendelijke oevers, ondersteun en koester de (groene) bewonersinitiatieven, maak van het Vroesenpark een ‘circulair proefpark’, ga door met de groenedaken subsidies, stop de verstening en ontwikkel een samenhangend(er) stadsnatuurbeleid … het Rotterdams Parkenoverleg komt samen met het Milieucentrum met 18 groene aanbevelingen aan de formateurs van het nieuwe Rotterdamse college van Burgemeester en Wethouders.

Lees de groene 18 voor 2018 (u kunt de ’18’ ook downloaden onderaan de pagina)

De groene 18 voor 2018
In de ‘Groene 18 voor 2018’ schrijven het Rotterdams Parkenoverleg en het – Milieucentrum 18 aanbevelingen aan de gemeenteraad en de formateurs van het nieuwe college van Burgemeester en Wethouders. Een goed woon- en leefklimaat in Rotterdam met zorg voor groen en (stads)natuur is het doel. Het Parkenoverleg hoopt dat het nieuwe gemeentebestuur hier volop op in gaat zetten. Want groen is belangrijk voor onze stad!

Longen van de stad
Juist de grotere en kleinere parken in onze stad zijn van groot belang. Zij zijn de longen van Rotterdam en voor veel bewoners plekken van samenkomst, ontmoeting, recreatie en om te genieten van de (stads)natuur. Groen is ook belangrijk voor de bestaande plannen rondom klimaatadaptatie en het tegengaan van ‘hittestress’. Bovendien heeft meer groen een aantoonbaar positieve uitwerking op de gezondheid van de inwoners.“, schrijven beide organisaties en: “Geef daarom de natuur meer ruimte in de stad! Meer groen in plaats van minder!

De 18 groene aanbevelingen:

1. Rotterdamse parken circulair

Parken produceren veel grondstoffen die bruikbaar zijn voor het onderhoud van de parken. Is het mogelijk om het groen in Rotterdam circulair te maken? In september 2017 organiseerde gemeente Rotterdam (samen met het Rotterdams Milieucentrum) het mini-symposium ‘Slimbeheer’ over ‘circulaire parken’. De conclusies van deze middag waren veelbelovend en eenduidig: neem een proefpark.

Aanbeveling:
• Wijs het Vroesenpark aan als ‘proefpark’ voor slimbeheer en ga hier experimenteren.

2. Evenementen duurzaam
Er worden vele evenementen in de Rotterdamse Parken georganiseerd. Soms zijn deze met alle gevolgen van dien voor de aanwezige flora en fauna.

Aanbevelingen:
• Stel een milieucoördinator voor evenementen aan
• Stel doelstellingen voor preventie van de milieubelasting,
• Zorg voor energie van duurzame oorsprong, duurzaam watergebruik en duurzaam afvalbeheer (zoals reduce-reuse-recycle & duurzame mobiliteitsoplossingen via alternatief vervoer).
• Maak de evenementenorganisaties en -bezoekers meer bewust van de impact van onduurzame evenementen op de parken.
• Onderzoek de mogelijkheid of evenementen (deels) buiten de parken kunnen plaatsvinden om de soms kwetsbare flora en fauna te ontzien.

3. Visie stadsnatuur
Het ontbreekt gemeente Rotterdam aan samenhangend beleid voor stadsnatuur, biodiversiteit en ecologie.

Aanbeveling:
• Geef een visie op natuur in de stad. Breng samenhang aan in het beleid. Zorg voor elementen waaraan getoetst kan worden.

4. Sociale cohesie
Mensen laten groen groeien, en groen laat mensen groeien. Een groene omgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven. Zo voelen mensen zich prettiger en gelukkiger in een groene omgeving. Daarnaast nodigen groene plekken als parken en plantsoenen uit tot recreatie en sociale interactie. Mensen komen elkaar tegen en maken een praatje in het park, of onderhouden gezamenlijk een park, binnenterrein of een (wijk)park in hun buurt.

Aanbeveling:
• Ontwikkel een programma dat de vele Rotterdamse groene bewonersinitiatieven financieel en organisatorisch ondersteunt.

5. Stadsecoloog
Alle grote steden, behalve Rotterdam, hebben een ecoloog. Deze vormt als beleidsmedewerker staand en nieuw beleid voor groen, stadsnatuur, ruimtelijke ontwikkeling en beheer. Hoewel in Rotterdam de expertise aanwezig is (via projectecologen van Stadsontwikkeling en (buiten de gemeente) Bureau Stadsnatuur), is hun rol op beleidsniveau beperkt. Ook ontbreekt bij hen de publieksfunctie (bijvoorbeeld het mede organiseren van ‘Natuur in Kaart’ en onafhankelijk adviseren van bewoners en bedrijven) die de stadsecoloog vroeger vervulden.

Aanbeveling:
• Stel een gemeentelijke stadsecoloog aan die onafhankelijke beleidsadviezen geeft aan het gemeentebestuur en de gemeentelijke diensten en daarnaast een publieksfunctie heeft.

6. Nota dierenwelzijn 2.0
De Nota dierenwelzijn was een goede eerste stap om het dierenwelzijn in Rotterdam naar een hoger niveau te tillen. Nu is het zaak door te pakken en de ingezette koers voort te zetten.

Aanbeveling:
• Stel een nota dierenwelzijn 2.0 op, met daarin nog meer ambities en vernieuwing.

7. Evaluatie van de natuurkaart
De Natuurkaart Rotterdam is een document waar uitgangspunten voor groene verbindingen in staan vastgesteld. Deze kunnen bij ruimtelijke plannen een rol spelen, maar dat hoeft formeel niet. De bescherming van groene verbindingen in de stad is daardoor niet gegarandeerd, want er kan (als stadsontwikkelaars dit willen) van worden afgeweken. Wij stellen voor de natuurkaart te evalueren en de sterke punten ervan op te nemen in het beleid van de gemeente (en vast te laten stellen door de gemeenteraad). Dit versterkt de status van de natuurkaart, waardoor het een middel wordt om de groene ruimte en alle groene verbindingen daartussen voor de toekomst te behouden.

Aanbeveling:
• De natuurkaart Rotterdam moet de status van een door de gemeenteraad vastgesteld beleidsdocument krijgen, waar bij bouwplannen terdege rekening gehouden moet worden.

8. Bewonersparticipatie
De gemeente Rotterdam heeft bewonersparticipatie hoog in het vaandel staan.
In een aantal grote en kleine parken in Rotterdam zijn goede voorbeelden van groene bewonersinitiatieven. Zij bieden al jaren een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit en zijn een welkome aanvulling op het (ecologisch) beheer van het groen. Door het huidige aanbestedingsbeleid (waarin enkel een aantal grote groenaannemers deel kunnen nemen) komen de bewonersinitiatieven in de knel en wordt de mogelijkheid voor het zogeheten ‘right to challenge’ een farce. Bewonersinitiatieven zijn in het huidige systeem volledig afhankelijk van de ‘goede wil’ van de groenaannemers die de aanbestedingen hebben gewonnen. Hierdoor komen samenwerking en kostendeling moeilijk tot stand. In veel wijken ontbreekt verder de bewonersondersteuning die bewonersorganisaties vroeger hadden. Deze laagdrempelige ondersteuning van bewonersinitiatieven en -organisatie is belangrijk om de bewonersparticipatie verder vorm te geven. Het opheffen van bewonersondersteuning heeft in de wijken een leegte achtergelaten.

Aanbeveling:
• Bewonersparticipatie moet een belangrijkere rol spelen in het aanbestedingenbeleid voor groenonderhoud. Wij pleiten daarom voor het ‘Utrechtse model’, waarin al in de aanbesteding bewonersparticipatie wordt meegenomen.
• Ondersteuning voor bewonersinitiatieven en –organisaties is onmisbaar bij de organisatie van bewonersparticipatie. Wij pleiten voor meer ondersteuning voor de Rotterdamse wijken en bewonersinitiatieven.

9. Beweging
Groen is belangrijk voor het welzijn en de gezondheid van mensen. De jeugd en ook ouderen maken meestal zeer dicht bij huis gebruik van groen (ook wel ‘groen op pantoffelafstand’ genoemd). Zorg daarom voor voldoende groene plekken (ook al zijn dit maar kleine elementen) die jong en oud in de woonwijken aanzetten tot beweging. Verder maken nog te weinig Rotterdammers gebruik van groen aan de rand van de stad. Dit reeds aanwezige groen kan veel beter benut worden door de verbindingen de stad uit naar dit groen te verbeteren. De verbindingen moeten zo worden ingericht, dat ook flora en fauna er baat bij hebben. Een voorbeeld van zo’n aantrekkelijke verbinding voor mens, plant en dier, zijn ecologische rivieroevers. Ook verkeersaders kunnen verbindingen zijn, mits er vergroening plaatsvindt.
Zo ontstaan er groene verbindingen in en uit de stad voor mens, plant en dier.

Aanbeveling:
• Creëer verbindingen van noord naar zuid en van oost naar west.
• Ook de groene plekken aan de rand van de stad moeten aantrekkelijk zijn om te verblijven. Creëer daarom op die plaatsen meer recreatiemogelijkheden.

10. Groene daken
De gemeente Rotterdam heeft een zeer succesvol programma voor groene daken . Bewoners en bedrijven kunnen subsidie krijgen voor het aanvragen van groene daken. Om de doelstelling van 1 miljoen vierkante meter plat dak te realiseren, is de instandhouding van het groene-daken-programma (inclusief subsidie) nodig.

Aanbeveling:
• Bouw de groene-daken-subsidie niet af, maar op, zodat we op weg gaan naar de 1 miljoen m2!
• Hanteert het ‘Amsterdamse model’ voor groene-daken-subsidies, waarin de subsidie afhankelijk is van de totaal te bergen hoeveelheid water.

11. Invasieve soorten
Invasieve soorten zijn exoten die niet op eigen kracht, maar door de mens in Nederland terecht zijn gekomen zoals de huisraaf, de halsbandparkiet, de tijgermug of de Rode Amerikaanse rivierkreeft. Een klein deel van de exoten voelt zich prima thuis in zijn nieuwe omgeving. Deze soorten kunnen zich permanent vestigen in onze natuur en zich snel vermeerderen. Dit kan schade met zich meenemen. Als een invasieve exoot in de natuur gevestigd is, zijn vaak aanzienlijke uitgaven nodig om die schade te herstellen, de invasieve exoot te verwijderen of om verdere verspreiding te voorkomen. Momenteel worden de soorten van deze invasieve exoten geïnventariseerd.

Aanbeveling:
In Europa zijn inmiddels wetten ontwikkeld om invasieve soorten aan te pakken. Maak hier zo snel mogelijk gebruik van om schade én kosten te beperken.

12. Ecologisch maaien
Een rijk en divers aanbod van inheemse planten vormt de basis voor een gezonde stadsnatuur. Door (op plaatsen waar dit praktisch en veilig kan) het maaiwerk gefaseerd uit te voeren, kan met weinig middelen in korte tijd een afwisselend aanbod van bloeiende planten ontstaan. Dit levert een voedingsbodem voor een evenwichtig insectenleven, waar dieren, zoals vogels en vleermuizen, van profiteren. In een evenwichtige stadsnatuur is de kans op uitwassen van plaagdieren veel kleiner. Bovendien valt hier veel meer te genieten voor mens en dier.

Aanbeveling:
• Stuur aan op een compleet ecologisch maaibeleid.
• Neem deze eis op in de aanbestedingsrondes voor groenonderhoud.

13. Natuurvriendelijke oevers
De groei van planten in oevers biedt grote voordelen voor de kwaliteit van het water en de biodiversiteit. Eendenkuikens kunnen zelf in en uit het water lopen, bijen vinden meer nectar en jonge vissen kunnen veilig opgroeien. Samen met beheerders moeten we kijken naar de inrichting van natuurvriendelijke oevers op tientallen plekken in de stad.

Aanbeveling:
• Zorg voor een optimaal aantal natuurvriendelijke oevers.

14. Gebruik de aanwezige kennis
Er zijn in de stad talloze lokale initiatieven en overlegstructuren voor stadsnatuur en groen. Deze initiatieven en overleggen kunnen efficiënter op elkaar worden afgestemd.

Aanbeveling:
• Creëer een stedelijk platform waar Rotterdamse groene (bewoners)initiatieven en (gemeentelijke)organisaties elkaar kunnen ontmoeten, ideeën kunnen uitwisselen, efficiëntievoordelen kunnen behalen en gezamenlijke standpunten kunnen formuleren.

15. Groenloket
In november 2017 is de motie Groenloket aangenomen. Dit betekent dat er een ‘groen aanspreek- en steunpunt’ komt voor groeninitiatieven.

Aanbeveling:
Organiseer het groenloket samen met de Rotterdamse groene initiatieven. Hierdoor ontstaan 1: een goed aanspreek- en steunpunt, 2: een platform en 3: betrokkenheid bij groene initiatieven en groenbeleid.

16. Van verharding naar verzachting
Rotterdam staat bekend om haar veerkrachtigheid voor het veranderende klimaat. Deze klimaatadaptatie kan ook op kleine schaal natuurinclusief plaatsvinden. Zo kunnen we bewoners stimuleren en activeren om geveltuintjes aan te leggen. De eerste regentuinen worden inmiddels aangelegd. Maar er zijn nog veel meer plekken in de stad waar een heleboel stenen weg kunnen. Alle steentjes helpen! Denk aan een tuintegeltaks, het verzachten van de openbare ruimte, meer regentuinen en Gewildgroei.

Aanbeveling:
• Ontsteen de wijken, dus start in Rotterdam met de operatie ‘Steenbreek’(net zoals veel andere (grote) steden in NederlandOntwikkel een ontsteningsbeleid.

17. Natuurinclusief bouwen
Kleine en goedkope ingrepen bij de bouw en inrichting van wijken kunnen zorgen voor meer natuur in de stad. Denk aan groene gevels, groene daken, nestkasten (voor bijvoorbeeld mussen en slechtvalken), bijenbermen, natuureilandjes, ruimte in spouw voor vleermuizen en speciaal ingemetselde vleermuisstenen.

Aanbeveling:
• Maak natuurinclusief bouwen de norm, waardoor het een onderdeel is van elk stedenbouwkundig plan, nieuw– of renovatiebouwproject en aanpak van de openbare ruimte.

18. Tijdelijke natuur
Tijdelijke natuur ontstaat op braakliggende terreinen waarvan de eindbestemming nog niet is vastgesteld of gerealiseerd. Vaak wordt deze tijdelijke natuur beheerd door vrijwilligers en omwonenden. Tijdelijke natuur geeft een aansprekende en tastbare invulling van braakliggend terrein en geeft vorm aan het streven naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van bouwers en projectontwikkelaar. Ook kan tijdelijke natuur een welkome bijdrage bieden aan de biodiversiteit. De tijdelijke natuur kan alleen zonder vertragingen worden verwijderd als deze vanuit de wet natuurbescherming ‘is aangemerkt’ als tijdelijke natuur. Door dit te doen, wordt het voor de projectontwikkelaar of bouwer mogelijk deze zonder vertraging te verwijderen . Dit maakt de motivatie voor het toestaan van tijdelijke natuur bij deze partijen groter.

Aanbeveling:
• Zet in op tijdelijke natuur op (toekomstige) bouwlocaties.
• Hanteer hiervoor de dispensatie vanuit de natuurwetgeving, want dit motiveert projectontwikkelaars en bouwers meer met hun braakliggende terrein te doen.

De Groene 18 voor 2018 (als pdf.):

Groene18.RMC.def

Circulaire parken symposium

Ruim 30 bewoners, ondernemers, professionals en andere geïnteresseerden gingen zaterdag 30 september samen aan de slag met inspirerende ideeën om onze Rotterdamse parken circulair te maken. De meest uiteenlopende concepten kwamen aan de orde. Van zelfvoorzienende festivals, tot speelmateriaal gemaakt van zwerfplastic tot een biomeiler voor verwarming. Of een compleet circulair campagnepark. Het symposium was tegelijkertijd ook de afsluiting van de Rotterdamse Parkenmaand.

David Berg (directeur Schone Stad, gemeente Rotterdam): “Het is fijn om te zien dat zoveel mensen betrokken zijn. De weg naar een circulaire economie vraagt ons anders te denken en anders te kijken naar de stad. We doen het op z’n Rotterdams: met lef én met elkaar. En dat blijkt ook maar weer vandaag. We doen dat door uit te proberen, van elkaar te leren en elkaar te stimuleren en verder te brengen. Rotterdam wil haar doenersmentaliteit laten zien. De inspiratie van vandaag belandt niet onderin een la. We gaan nu echt aan de slag met wat er vandaag is bedacht. En wie dat wil, mag daarbij een rol vervullen!

Circulaire parken, wat hebben we al in de stad?
Er gebeurt nu ook trouwens al veel op circulair gebied in de Rotterdamse parken. Dat is momenteel voornamelijk gericht op het beperken van transporten door zoveel mogelijk plaatselijk te hergebruiken. Een paar voorbeelden:

  • Hout dat bij het onderhoud van het Kralingse Bos wordt gekapt, wordt gebruikt als omheining, bankje of speeltoestel.
  • Vorig jaar is er een speciale bomenveiling georganiseerd. Een deel daarvan is bij Buurman terechtgekomen. Dat is een werkplaats voor hergebruik van materialen in Delfshaven.
  • In het Schiebroekse Park grazen Schotse Hooglanders en af en toe grazen er schapen. Die doen dan een deel van ‘het onderhoud’ van het park. Dat betekent dat er minder wagens ingezet hoeven te worden en er is meer variatie in de vegetatie.
  • Rotterdamse houtsnippers afkomstig van snoeihout, worden gebruikt om het krokodillenbedrijf van Blijdorp te verwarmen en voor diverse ondergronden in de dierentuin.
  • In parken waar veel evenementen worden georganiseerd zijn voorzieningen om de milieubelasting te verminderen. En er zijn stroom en waterpunten. Zo hoeven er minder aggregaten, chemische toiletten en wegwerpbekers te gebruikt te worden.