Berichten

Nieuwjaarsbijeenkomst (online) ‘Bomen over bomen’

Vrijdagmiddag 22 januari online nieuwsjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum met als thema ‘bomen’. Aanmelden kan via www.bomenvoorrotterdam.nl.

Te gast zijn Max Zevenbergen van Plan Boom en Rotterdams bomendokter Ronald Loch, Charlotte van der Heiden van Cool Down City en Max de Corte van de Coöperatie ondergrond die vertelt over voedselbossen. Wethouder Bert Wijbenga komt de ‘Groene Vogel’ vrijwilligersprijs uitreiken aan een spraakmakend groen vrijwilligers initiatief uit Rotterdam. De ‘Groene Pluim’, de prijs voor de groenste overheidsdienaar van 2020, wordt uitgereikt door Patrick van Klink de voorzitter van het Rotterdams Milieucentrum. De bijeenkomst wordt geopend met een column van Inge Janse en de presentatie is in handen van Suzanne Mulder.

Welkom!

 

Nieuwjaarsbijeenkomst online 22 januari ‘Bomen over bomen’

Online nieuwjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum vrijdagmiddag 22 januari vanaf 14.30 uur en ‘Bomen over bomen’. Aanmelden kan via www.bomenvoorrotterdam.nl (je krijgt dan een link doorgestuurd).

Digitale nieuwsjaarbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum waar we ook gaan ‘bomen’ over ‘bomen voor Rotterdam’. Met als gasten o.a. bomendokter Ronald Loch, wethouder Buitenruimte Bert Wijbenga en initiatiefneemster Charlotte van der Heiden van Cool Down City (en de nummer 56 op de Duurzame 100 van dagblad Trouw). Hoe behouden we onze stadsbomen en hoe krijgen we meer bomen in onze stad? En … de Groene Vogel vrijwilligersprijs wordt uitgereikt door wethouder Wijbenga, de Groene Pluim door de voorzitter van het milieucentrum Patrick van Klink.

Meer informatie ook over Plan Boom. Een gezamenlijke campagne van de Landschappen, de Natuur – en milieufederaties, Gezonde Stad Amsterdam, Duurzaam Den Haag en het Rotterdams Milieucentrum e.a.. Kijk op www.planboom.nl. Te gast is Max Zevenbergen de landelijk projectleider van Plan Boom. Inge Janse (o.a. Vers Beton) onze vaste columnist zal ook nu weer verfrissend uit de hoek komen.

Plan Boom

De komende vier jaar planten we met het project Plan Boom 10 miljoen bomen in tuinen, bermen, plantsoenen, parken, bedrijventerreinen en in het buitengebied in heel Nederland. Voor en door burgers. Hiermee verkleinen we onze CO2-uitstoot en wordt onze leefomgeving mooier, groener, frisser en gezonder. Iedereen kan zelf bijdragen en kan in de eigen woonomgeving daarvan de vruchten plukken.

Cool down city

Sinds begin 2020 deelde Cool Down City al meer dan 1.000 bomen gratis uit. Cool Down City heeft de ambitie het bomenaantal in Rotterdam te verdrievoudigen. In het circulaire bomendepot Marconistraat 77, Rotterdam kun je bomen halen maar ook brengen. Cool Down City moedigt de Rotterdammers aan om hun stad zelf met bomen te verkoelen. Door gratis bomen weg te geven, te verzamelen, te inspireren en te informeren over hun eigen mogelijkheden en Rotterdamse partijen te verbinden voor meer impact.

Het Cool Down City initiatief bereikt deze ambitie door een openbare Rotterdamse Bomenkas te realiseren, Free Trees Giveaway Events te organiseren, met de Free Trees Exchange on Wheels op events aanwezig te zijn, samen met bedrijven en overheden activiteiten te organiseren en hiermee het boombewustzijn te vergroten. Kijk voor meer informatie maar ook voor donaties op: cooldowncity.com.

Ronald Loch

Ronald Loch is de adviseur bomen bij Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam. Hij wordt ook wel de ‘bomendokter’ genoemd. Ronald weet bijna alles over bomen en kent de bomen in zijn stad. Ronald is in de nieuwe augmented reality bomenroute als gids in hologram te zien. Hij neemt je mee naar bijzondere locaties in deze 4 kilometer lange digitale bomenroute met verborgen verhalen van twintig monumentale en bijzondere bomen. Met een smartphone kan iedereen op eigen gelegenheid de route door de stad volgen.

De route zit vol met historisch materiaal, oude foto’s, oud filmmateriaal, maar ook 3D-objecten. Hierdoor kun je bijvoorbeeld zien hoe ’druk’ het is in de Rotterdamse ondergrond. Loch neemt tijdens de bomenroute iedereen mee in de wereld achter de stadsbomen. Te downloaden in de App Store of in de Google Play Store.

Boompjes planten in eigen tuin met Plan Boom

In heel Nederland in vier jaar tijd 10 miljoen bomen planten. Dat is het doel van Plan Boom en iedereen kan daaraan bijdragen. Zo heeft Plan Boom nu een Boompjes voor beginners-pakket ontwikkeld met drie inheemse boompjes. Gemakkelijk online te bestellen en thuis afgeleverd. Zo kunnen ook mensen zonder groene vingers meedoen om Nederland groener, mooier en gezonder te maken.

Projectleider Plan Boom Max Zevenbergen: “Voor de pakketten hebben we gekozen voor de Mispel, Gele Kornoelje en de Gewone Vlier. Inheemse soorten, die het met hun kleur en vruchten goed doen in iedere (stads)tuin. Er zijn twee pakketten met ieder drie boompjes. Bij pakket 1 Ik heb de ruimte, krijg je drie boompjes thuis afgeleverd. Bij pakket 2 Voor mij en ergens anders, krijg je 1 boompje thuis afgeleverd en doneer je 2 boompjes die Plan Boom op een mooie locatie ergens in Nederland plant.” Beide pakketten kosten 25 euro. Bestellen kan op: www.boompjesvoorbeginners.nl.

Samenwerking met de Groene Boerderij

Plan Boom wil in de hele keten bijdragen aan een duurzamer Nederland. Voor het verpakken van de boompjes is daarom samenwerking gezocht met de Groene Boerderij, een zorgboerderij in Den Ilp. Amber Groeneveld: “Wij zijn heel blij met deze samenwerking. Onze missie is om onze plek te delen met anderen en te leren leven met de natuur en elkaar. Dat doen wij onder meer met onze zorgboerderij en ons voedselbos en duurzaam te leren leven met de natuur, elkaar en onszelf.” Het hele jaar kunnen de pakketten worden besteld, uitlevering wordt gedaan gedurende het plantseizoen van november tot maart.

Plan Boom is een project van de Natuur en Milieufederaties, LandschappenNL en partners Trees for All, LSA bewoners, stichting wAarde en het Rotterdams Milieucentrum, de Gezonde Stad Amsterdam en Duurzaam Den Haag. Samen planten zij met heel Nederland 10 miljoen bomen. Overheden, buurtinitiatieven, grondeigenaren en nu dus ook mensen met een eigen tuin(tje) helpen mee om dit doel te realiseren. De Postcode Loterij ondersteunt de campagne.

 

 

Aan de slag met de Rotterdamse omgevingsvisie

Ook de gemeente Rotterdam is aan de slag met de omgevingsvisie, in het kader van de nieuwe omgevingswet. Ter onderbouwing van deze omgevingsvisie voor onze stad wordt eerst onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten daarvan.

 

De resultaten van dit onderzoek worden beschreven in het Rotterdamse omgevingseffectrapport (het ROER), eigenlijk is dit een PlanMER. Deze milieueffectrapportage is nodig voor de onderbouwing van de omgevingsvisie.

Lees er HIER meer over.

Naar aanleiding van de uitgangspunten voor dit onderzoek (naar de effecten van de omgevingsvisie) heeft het Rotterdams Milieucentrum, samen met de Natuur – en Milieufederatie Zuid Holland, Natuurmonumenten en het Zuid Hollands Landschap een zienswijze geschreven. Hoewel de natuur – en milieuorganisaties positief staan tegenover de uitgangspunten willen zij dat een aantal punten wordt meegenomen in het onderzoek.

Compact

Er zal een goed evenwicht gevonden moeten worden tussen het streven naar de ‘compacte stad’ en het behoud van bestaand stadsgroen. Oftewel het bouwen in het bestaande en spaarzame groen moet niet een uitgangspunt worden om tot een compacte stad te komen. Daarnaast blijft het huidige dakoppervlak in de stad vrijwel onbenut. De daken geven de mogelijkheid om gebruiksgroen toe te voegen aan de compacte stad.

Gezond

Biodiversiteit: Biodiversiteit gaat wereldwijd achteruit. Steden kunnen een bijdrage leveren aan het behoud van soorten en het versterken van natuurbeleving. Door stedelijk groen (parken, tuinen, bedrijfsgroen, straatgroen) met de juiste beplanting in te richten en ecologisch te beheren wordt biodiversiteit ondersteund. Graag zien wij in de plannen terug op welke wijze gemeente Rotterdam de biodiversiteit in de stad wil gaan verbeteren.

Luchtkwaliteit: Om een gezonde buitenlucht voor de mensen in de stad te waarborgen is het nodig binnen de gestelde WHO normen te blijven. Om dit goed te kunnen monitoren zou het vanzelfsprekend moeten zijn hier aandacht aan te geven in de mobiliteitsplannen die worden opgesteld. Daarnaast zullen goede verkeerscirculatieplannen moeten voorkomen dat er doorgaande routes door Rotterdam blijven lopen. Hiermee zal er aandacht moeten zijn om  het gemotoriseerd verkeer af te afzwakken om te komen tot een autoluwere stad. Op welke wijze worden deze punten uit de coalitie gezond verkeer vorm gegeven in de Omgevingsvisie?

Openbaar vervoer: Onderdeel van mobiliteitsplannen is ook het goed benutten en uitbreiden van het openbaar vervoer. Zoals bijvoorbeeld het benutten van de tunneltraverse tussen noord- en zuid Rotterdam als snelle en schone OV verbinding.

Parkeren: Wordt er ook aandacht besteed aan de parkeernormen voor nieuwe kantoren/bedrijven die veelal voldoende OV in de directe omgeving hebben?

Fiets: Om te komen tot een gezonde en vitale stad zal naast het Openbaar Vervoer ook de fiets meer ruimte moeten krijgen. Meer ruimte voor de fiets in de stad door middel van goede fietsverbindingen en voldoende fietsenstallingen.

Stikstof: Natuurorganisaties voeren diverse herstelmaatregelen uit om de schade van stikstof in natuurgebieden te herstellen. Maar zolang de stikstofuitstoot niet omlaag gaat, is het dweilen met de kraan open. Daarom is het verminderen van de uitstoot aan de bron van essentieel belang. Wij vragen dan ook aan de gemeente Rotterdam op welke wijze er wordt gewerkt aan de reductie van stikstof in de stad.

Hittestress: Het wordt steeds warmer in Nederland en de warmte wordt langer vastgehouden. Met name in steden is deze trend goed merkbaar en de verstedelijking blijft toenemen. Wat zijn de plannen van Rotterdam om hittestress in de stedelijke omgeving tegen te gaan?

Productief

Bedrijfsvoering is van groot belang in de stad, ook hier kunnen de nodige bijdragen worden geleverd aan een schonere stad. Op welke wijze gaat de gemeente Rotterdam werken aan een effectief en schoon stadsdistributiesysteem dat moet voorkomen dat vervuilend vrachtverkeer de stad in moet voor de aflevering van goederen bij winkeliers en overige bedrijven?

Circulair

Zonne-energie: In de stad Rotterdam zijn er een tal van ongebruikte daken. Op scholen, bedrijfspanden etc. Veel van deze daken zijn geschikt voor een zonnedak. Het zou dan ook zeker van meerwaarde zijn wanneer de gemeente Rotterdam een visie zou ontwikkelen op welke wijze deze daken benut kunnen worden voor zonne-energie?

Groen in de stad: In het stedelijke gebied verdwijnt groen, bijvoorbeeld door nieuwe woningen, het verharden van pleinen met steen of cement en het bouwen van bedrijventerreinen. En er zijn ook steeds meer mensen die hun tuin betegelen. Groen in de stad is nodig voor een klimaatbestendige en leefbare stad. In de afgelopen jaren hebben de ontwikkelingen ten aanzien van stedelijk groen stil gestaan, de kans dit aan te pakken is er nu. Graag zien wij dan ook op welke wijze de gemeente Rotterdam invulling gaat geven aan een klimaatbestendige stad.

Inclusief

Natuurinclusief: Natuurinclusief bouwen geeft de mogelijkheid een gezonde en aantrekkelijke stad te creëren. Het is een feit dat goed stedelijk groen voor verkoeling zorgt in de zomerhitte, het zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Op welke wijze gaat de gemeente Rotterdam hier een invulling aan geven?

Waterberging en vergroening: De klimaatverandering heeft een duidelijk impact op de stad, heftige regenbuien kunnen veelal niet worden opgevangen. Waterberging en vergroeningsplannen, bijvoorbeeld op daken, zouden een oplossing kunnen zijn van dit probleem waarvan de uitwerking in de Omgevingsvisie op zijn plek zou zijn.

Beleidsnotities

De gemeente staat voor vele uitdagingen die vertaald zijn in diverse beleidsnotities en plannen op het gebied van hittestress, zon op dak, mobiliteit, vergroening, verduurzaming van de bestaandebouw, klimaatadaptatie, het klimaatplan, de resilience-aanpak, water, circulair, etc. De Omgevingsvisie is bij uitstek het medium deze beleidsnotities, uitgangspunten, doelen, stippen op de horizon en plannen tot één geheel te maken: een samengevatte stadsaanpak.

Participatie

Als natuur- en milieuorganisaties hebben wij een breed netwerk. Er zijn vrijwilligersorganisaties die zich verbonden voelen met de stad inclusief de omgeving, en de ontwikkelingen die hier plaats vinden. Het zou een gemiste kans zijn hier geen gebruik van te maken. Wij willen dan ook graag met de gemeente Rotterdam mee denken op welke wijze de achterban van de natuur- en milieuorganisaties op een goede manier zou kunnen worden ingezet.

Lees de complete zienswijze HIER <<<

 

De GROENREDE(N) 2020 van de gebroeders Groen

Rotterdamse Parkenmaand. De maand september staat bol van wandelingen, tochten, workshops en kleine evenementen in de mooie parken in onze stad. Zondag 6 september werd de jaarlijkse GROENREDE(N) uitgesproken. Dit jaar door de gebroeders Groen. De Groenreden is hier te downloaden: Groenrede.n.2020.GebroedersGroen

Bekijk en beluister de Groenrede(n) van de Rotterdamse tweeling biologen hier:

Groenrede(n)

Vorig jaar 2019 sprak de directeur Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum de groene rede(n) uit en het jaar daarvoor in 2018 Wim Pijbes van de stichting Droom en Daad. Dit jaar spreken de gebroeders Groen (de tweeling biologen) de derde Groenrede(n) uit.

Programma Parkenmaand

Het programma kan je vinden op de website www.parkenmaand.nl, sommigen zijn gratis, enkelen voor een kleine bijdrage. De meeste activiteiten worden georganiseerd door de parkvrijwilligers, maar ook de Rotterdamse boswachters doen weer mee met een aantal mooie rondleidingen door ‘hun’ park. Het aantal deelnemers is vanwege de coronamaatregelen berperkt dus wees er snel bij! De meeste activiteiten zijn HIER te boeken een aantal activiteiten is direct bij een organisatie, park of tuin te boeken.

Foto impressie van de GROENREDE(N) in het Heemraadspark op 6 september met muziek van PadamPadam, theater de Wereldwachter, de Bloesembar en droomparken schilderen in de Kleurbende.

 

Groeneconferentie over Rotterdam in de toekomst | 18 december

Tijdens de 15de Groeneconferentie gaan we op zoek naar visie. Visie op groen, natuur en het verkeer in Rotterdam. Er zijn veel plannen voor groene boulevards, vele hectaren extra groen en andere vormen van mobiliteit. Maar is er samenhang? Zit er een visie achter deze plannen? Hoe ziet Rotterdam er in de toekomst uit?

We praten er over met bewoners, wetenschappers, politici en plannenmakers tijdens de 15de Groeneconferentie in Rotterdam.  Woensdagavond 18 december vanaf 19.30 uur in Arminius, aanmelden via www.groeneconferentie.nl

Presentatie: Suzanne Mulder (RTV Rijnmond).

Met Professor Derk Loorbach (DRIFT, Erasmus Universiteit), stadsecoloog Niels de Zwarte (Bureau Stadsnatuur Natuurhistorisch Museum), Robbert de Vrieze (Groene connectie en Stadslab Luchtkwaliteit), Arno Bonte (wethouder Duurzaamheid), Anke Griffioen, Jeanne Hogenboom (coalitie Gezond Verkeer & B.O.O.G. Bewoners- en Ontwikkelings Organisatie ‘s-Gravendijkwal).

Columnist: Inge Janse.

Uitreiking: Groenevogel vrijwilligersprijs en de groene pluim voor de groenste overheidsdienaar van 2019.

 

 

De Rotterdamse Parkenmaand 2019 is afgetrapt!

Zondag 1 september werd de 7de Rotterdamse Parkenmaand officieel afgetrapt door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga in Het Park bij de Euromast nadat Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum) de groenrede(n) had uitgesproken. De aftrap werd omlijst door theater Ruut van Hooft met ‘de Wereldwachter’, Company with balls, het Orikadabra theater en de Kleurbende. Muzikaal omlijst door de Catscratchers!

Parkenmaand
In de Parkenmaand in september worden ruim honderd activiteiten georganiseerd in de Rotterdamse Parken. Van wandelingen, workshops tot dans en muziek. Door boswachters, parkbeheerders maar ook door veel vrijwilligers die actief zijn voor het beheer en behoud van groen in de stad.Meer informatie over de Parkenmaand op www.parkenmaand.nl.

Groenrede(n) 2019 van Kees Moeliker: “De stad is ook natuur”

De jaarlijkse groenrede(n): “De stad is ook natuur“. Uitgesproken door Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam) bij de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2019 op 1 september jongstleden in Het Park.

Dames en heren, als u het treft en er ook een beetje oog en oor voor heeft, ziet en hoort u hier vandaag, 1 september 2019, hoog in de bomen van Het Park de bonte vliegenvanger. Laag bij de grond fladderen distelvlinder, bont zandoogje en gehakkelde aurelia. Hier bieden oude bomen nestgelegenheid aan blauwe reiger, boomklever en bosuil. De vijvers zitten vol zoetwatermosselen. Tongvarens vormen sporen en de muurleeuwenbek bloeit. De biodiversiteit van dit stadspark is groot, en dat geldt ook voor de verscheidenheid aan dieren en planten binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam. Mijn collega’s van Bureau Stadsnatuur houden de stand nauwgezet bij: de teller staat momenteel op 1092 soorten dag- en (vooral) nachtvlinders, 925 soorten hogere planten, 352 soorten vogels, 264 soorten vliegen, 165 soorten mossen, 119 soorten bijen en hommels, 53 soorten vissen, 44 soorten zoogdieren, 40 soorten libellen, 24 soorten sprinkhanen, 11 soorten amfibieën en reptielen, en nu ben ik nog niet eens halverwege de lijst die nog steeds groeit. Onlangs werd er hier vlakbij, in de daktuin van het Erasmus MC, nog een nieuwe insectensoort voor Nederland ontdekt: een nog geen vier millimeter grote schildwesp. Gisteren werden er in het kader van de landelijke Nachtvlindernacht motten gevangen in het Essenburgpark – dat leverde de loeizeldzame Sint-Janskruiduil op.

Rotterdam dankt die rijke biodiversiteit aan een aantal factoren. Steden zijn net een tikje warmer dan het buitengebied, en dat help sowieso. We hebben hier het havengebied dat zich uitstrekt tot de Maasvlakte en Hoek van Holland, en onze stad heeft relatief veel en vooral grote parken. Samen met sloten, vijvers, binnentuinen, groene daken, wegbermen en andere micro-leefgebiedjes maken die onze stad tot een plek die de mens deelt met een grote verscheidenheid aan dieren en planten.

Wat hebben wij – stadsmensen – aan al dat natuurschoon? Bijna anderhalve eeuw geleden verkoos de schrijver George Gissing (1857-1903) het stadse leven in Londen voor dat op het Engelse platteland omdat – ik citeer – ‘parken niets anders zijn dan straatstenen verhuld onder een laagje gras’. Dat is nu wel even anders. Toen ik vorig jaar voor RTV-Rijnmond mocht meewerken aan de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen’ ben ik op prachtige groene plekken geweest. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er ook letterlijk zelf wat van maken. Ik heb gezien en ervaren hoe mijn stadsgenoten parken en tuinen op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied.

Stadsnatuur is onmisbaar, voor iedereen. Stadsparken scharen zich onder de eerste levensbehoeften, en in vergelijking met betonwoestijnen hebben groene steden voordelen op het gebied van economie, gezondheid, welbevinden en (ecologische) veerkracht.

Een groene stad is (financieel) rijker en heeft een gunstig vestigingsklimaat, maar in dat economische voordeel schuilt een gevaarlijke paradox. Grond- en huizenprijzen nabij stadsparken zijn 10 tot 20% hoger dan elders in de stad en daardoor is de druk om in of bij parken te bouwen groot. Een stad die dat toelaat, snijdt zichzelf en haar bewoners in een levensader.

Het besef dat natuur goed voor de gezondheid is, kent een lange geschiedenis maar kreeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw vleugels toen bleek dat patiënten die na een galblaasoperatie uitkeken op groen, sneller genezen dan zieken met dezelfde kwaal die vanuit hun bed slechts uitzicht hadden op een blinde ziekenhuismuur. Het Erasmus MC heeft de nieuwe daktuin echt niet alleen voor die schildwesp aangelegd. Wetenschappelijk onderzoek bewijst ook dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere stadsdelen. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur.

Groen in steden zorgt ook voor een verhoogd gevoel van veiligheid, en parken zorgen voor sociale cohesie en -mobiliteit. Ook families uit Hillegersberg barbecueën, ondanks de beschikbaarheid van een riante eigen tuin, voor de sfeer en gezelligheid in het Vroesenpark.

Parken verhogen ook de ecologische waarde, de veerkracht en de duurzaamheid van steden. De eerder genoemde rijke biodiversiteit is ook op zich zelf al dikke winst, zeker ook omdat de natuurwaarden van het agrarische buitengebied achteruit hollen. De stad is een biotoop met eigen natuurwaarden. Op het gebied van veerkracht en duurzaamheid is berekend dat de 2,4 miljoen bomen die in het centrum van Beijing groeien, jaarlijks bijna 1.300 ton fijnstof wegvangen. In Chicago heeft één boom alleen al om die zuiverende werking een fictief prijskaartje van dik 400 dollar. Parken absorberen water dat anders voor overstromingen kan zorgen, en de temperatuur is er 1 tot 4 graden lager dan elders in steden. Wie heeft er in de afgelopen zomer geen verkoeling gezocht in een park?

Het is al met al logisch dat steeds meer mensen van stadsparken gebruik maken, en dat is goed. Maar hoe ver ga je met festivals en andere invasieve activiteiten in openbaar groen? De draagkracht van een park verschilt wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Dat (natuur)besef moet bij parkbeheerders, festivalorganisatoren en -bezoekers dieper wortelen.

Rotterdam heeft nog geen duidelijk en breed gedragen ecologisch beleid voor de buitenruimte. Daar zou vol op ingezet moeten worden, want het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daarom alvast zes aanbevelingen:

(1) Maak groene verbindingen tussen parken, ook met het buitengebied;
(2) Koester braakliggende terreinen – dat zijn broedkamers van biodiversiteit;
(3) Laat eens wat groeien, maai met mate en bewust;
(4) Zorg niet alleen voor groen, maar ook voor kleur – wilde bloemen zijn onmisbaar voor insecten en fleuren mensen op;
(5) Betrek burgers bij aanleg en beheer van parken en tuinen – kennis en enthousiasme zijn onbetaalbaar;
(6) Bouw natuurinclusief – zodanig dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.

Tenslotte en bovenal, dames en heren, benadruk ik dat er niets, maar dan ook niets van bestaande parken afgeknabbeld mag worden voor woningbouw of wat dan ook .’

Rotterdam – 1 september 2019

Kees Moeliker
Directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Parkenmaand afgesloten met conferentie Groen van de toekomst

Met de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ werd 29 september de Rotterdamse Parkenmaand afgesloten. Groenaannemers, groene-organisaties, welzijns – en bewonersorganisaties, zelfbeheerders en (andere) Rotterdammers met een ‘groen hart’ gingen met elkaar in gesprek over hoe Rotterdam het groenonderhoud in de toekomst beter en slimmer kan uitvoeren?

De conferentie vond plaats onder en op de Hofbogen en het nieuwe ‘Luchtpark’. Wethouder Wijbenga (van buitenruimte) opende de conferentie.

Bert Wijbenga
De conferentie werd geopend door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga. Hij gaf een toelichting op de groende ambities van het Rotterdamse College. De komende vier jaar wil het college de stad vergroenen met 200.000 m2 terwijl er ook een flinke bouwopgave ligt. Er wordt onder meer ingezet op de aanleg van rivierparken, het realiseren van ecologische verbindingen, meer groene daken en het verruilen van verharding voor groen.

Kees Moeliker
Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam inspireerde de deelnemers met een column. Hij stond stil bij de ‘de mens’ in het Rotterdamse groen en stadsnatuur. Wat doen ze er, waar komen ze en waarom? De televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ van RTV-Rijnmond geeft antwoord op deze vragen: Kees fietst door de stad en praat met Rotterdammers in het groen. Na vijf afleveringen is duidelijk, dat bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Het Rotterdamse groen en de stadsnatuur worden omarmd door Rotterdammers. Maar waar ligt de grens van wat wel en wat niet kan? Hoe zijn mens en natuur in evenwicht in de stad? Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Kees zegt in zijn column: ‘Groen heeft de toekomst’. Lees de colunm HIER <<<

Workshops
In vijf workshops spraken de aanwezigen over de uitdagingen in het groenbeheer in Rotterdam.

    • aanbesteden van de toekomst: Er is veel te winnen en mogelijk in de samenwerking tussen initiatieven uit de buurt en groenaannemers. Wederzijds vertrouwen is daarbij belangrijk. Ruimte voor het leveren van kwaliteit moet behouden blijven daar wordt door alle partijen meer ruimte voor gewenst) en ook het toezicht daarop kan verbeterd worden … “waarom de buurt geen toezicht laten houden”.
    • participatie: Bij participatie werd duidelijk dat in een volgende aanbesteding van het groenonderhoud aandacht moet zijn voor maatwerk per gebied. Zodat er beter wordt aangesloten met de onderhoudsactiviteiten bij de vragen uit de wijken. Momenteel wordt er veel gestuurd op resultaten zoals hoe vaak er wordt gemaaid en hoe vaak er wordt geschoffeld. Met participatie worden andere waarden belangrijker zoals samenwerken, gezondheid en buurtverantwoordelijkheid. Meet juist die inspanning en niet alleen het resultaat. 
    • resilience & groenonderhoud: Belangrijkste leerpunt bij de workshop resilience is dat je van groen goud kunt maken. Dit betekent dat groenafval van de een, grondstof is voor de ander. Zo zou je vraag en aanbod van planten via social media kunnen koppelen, een soort GroenisGoud marktplaats. Het vergroenen van de stad is ook belangrijk bij de wateropgave van de stad. Dat draagt bij aan een weerbare, veerkrachtige stad. Als er meer gebouwd wordt, is ook aandacht nodig voor groen in de buurt. 
    • samenwerking: Bij deze workshop is stil gestaan welke partijen allemaal betrokken zijn bij het groenonderhoud. De partijen zijn in beeld gebracht en hoe deze zich verhouden tot elkaar en het groenonderhoud.
    • insectenvriendelijk beheer:  De deelnemers aan de workshop hebben in totaal 23 maatregelen op een rij gezet, die kunnen bijdragen aan een insectenbewust beheer. Daarnaast ook 8 belemmeringen. De top 2 aanbevelingen waren: 1) Zorg voor bewustwording en draagvlak bij alle betrokken partijen en geef uitleg over beheer en resultaten hiervan, 2) Kennis & Maatwerk bij Opdrachtgever & Opdrachtnemer.

Het was een inspirerende middag. >>> HIER <<< het completere verslag van de conferentie.

 

De Groenrede(n) van Wim Pijbes bij opening Parkenmaand

De eerste Rotterdamse Groenrede(n) uitgesproken door Wim Pijbes op 1 september 2018 op het Dakpark in Delfshaven. Voorafgaand aan de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2018.

“Dames en heren!

Een eer om als eerste de groenrede te mogen uitspreken ter gelegenheid van de opening van de Parkenmaand. In de uitnodiging die ik ontving werd mij verzekerd dat ik deze rede helemaal vrij mocht invullen, zolang het maar over parken en groen in de stad gaat.

Dat doe ik met plezier want groen is van levensbelang juist in een stad, en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. Dames en heren: de aandacht voor groen groeit, groen is goed, groen is gezond. Parken zijn dus goed, en: mensen houden van parken. Dus wat houdt ons tegen? Alle positieve kwaliteiten die je aan parken toedicht zijn waar, en vinden weerklank bij bewoners, bezoekers en bestuurders, van links tot rechts. Ik durf te stellen: iedereen houdt van parken. Hoe kan het ook anders, want internationaal worden parken gewaardeerd als onmisbare vitale elementen in iedere urbane samenleving.

People watching people doing the same thing’ is een universeel plezier en overstijgt alles en verbindt iedereen, arm en rijk, jong en oud.

Bezoekers komen vooral uit de eigen stad, ongeacht rang of stand. Parken behoren tot de meest geliefde en gewaardeerde vormen van publieke ruimte. Dat lijkt mij voor ieder stadsbestuur een prettig gegeven. Ook prettig voor ieder stadsbestuur – dit is voor de rekenaars onder ons – is dat verschillende internationale studies telkens opnieuw vaststellen dat de waarde van vastgoed, gelegen aan een aantrekkelijk park gemiddeld 15% hoger is dan vergelijkbare panden elders in een stad. En daarom verbaast het mij dat parken in veel gevallen als een onrendabele post op de begroting worden beschouwd.

Dames en heren: een goed park maken is tegelijk complex en doodeenvoudig.

Het grootste stadspark van de twintigste eeuw, het Amsterdamse Bos (935 ha), is destijds ontworpen door een team van sociologen, biologen, stedenbouwers en architecten. Het belangrijkste: van begin af aan wist men precies wat men wilde. Bijvoorbeeld een bezoekersmaximum van 100.000 per dag, met een piek van 70.000 op hetzelfde moment. Het Amsterdamse Bos voldoet zo aan de uitgangspunten voor een geslaagd park:

  1. goed gepland
  2. goed ontworpen
  3. goed beheerd

Ik kom daar straks op terug.

Wanneer niet voldaan wordt aan een van deze drie gaat het namelijk fout. Gemeentelijke diensten, deelraden en gemeentebesturen hebben de ondankbare taak iedereen (lees: publiek) het naar de zin te maken, wat zelden lukt. Ieder seizoen wordt menig strijd uitgevochten tussen gebruikers, bezoekers en bewoners. Wij kennen allemaal de discussies over het Museumplein, het Vondelpark, het Kralingse Bos, het Vroesenpark en Het Park. Overal heb je tegenstrijdige wensen van belangengroepen, omwonenden, gebruikers, en festivalorganisatoren, commercieel dan wel cultureel.

En het kan anders! Anders en beter! Er bestaan modellen waarin bestuur en publiek; met private en publieke middelen het stadspark van de toekomst kan laten groeien en bloeien!

Dames en heren, ik neem u graag mee naar Fifth Avenue en 42nd street in New York, naar Bryant Park. Bryant Park is 6 ha groot, vergelijkbaar met het Museumpark in Rotterdam. De problematiek van beide parken was vergelijkbaar. Na jarenlange verwaarlozing en overlast gevende junks besloot het stadsbestuur tot drastische maatregelen en droeg het park over aan de private Bryant Park Corporation. Een plan werd gemaakt waarbij als eerste maatregel de hekken werden verwijderd. Omgangsnormen met zwervers werden vastgesteld waarbij daklozen werden geaccepteerd als een gegeven maar overlast niet werd gedoogd. Door actief beheer werden stille gedeeltes van het park roulerend geactiveerd zodat junks geen bezit konden nemen van ‘eigen’ territorium. Bryant Park heropende in 1995, de hoogte van de oorspronkelijk onderhouds- en exploitatiekosten worden nog steeds betaald door de stad New York, substantieel aangevuld met publieke middelen. Het Museumpark de naast gelegen Rozentuin en voormalige Bijbelse tuin liggen er nog steeds matig bij. Bryant Park staat model voor een nieuwe ontwikkeling die ook in Nederland medestanders krijgt: het vormgeven van de publieke ruimte door een publieke en private samenwerking.

Voor het Bryant Park zijn tien factoren bepaald die als universele voorwaarden van geslaagd stadsgroen gelden, en verder gaan dan de drie uitgangspunten van het Amsterdamse Bos:

  1. veilig
  2. schoon
  3. instemming van betrokkenen
  4. toiletten
  5. bankjes
  6. verlichting
  7. beplanting voor alle seizoenen
  8. programmering
  9. inrichting
  10. management

Parken die onvoldoende functioneren schieten op een of meerdere van deze punten tekort. De oplossing begint met het honoreren van deze tien. Daarbij is niet langer de overheid als enige de aangesproken partij. Om het potentieel van stedelijk groen optimaal te laten floreren kan het principe worden gehanteerd waarbij burgers en de overheid de handen ineenslaan om de publieke ruimte te optimaliseren.

En nu naar Rotterdam. Na de grote brand van Londen in 1664, kwam het stadsbestuur vanuit Engeland naar Rotterdam om inspiratie op te doen en om hier de mooiste riverfront van Europa te bezoeken: de Boompjes. Hier was in 1615 een dubbele rij lindebomen geplant met aflopend naar het water wilgenbomen. Een wandelpromenade van grote allure. Waar in Rotterdam hebben we dat tegenwoordig? Het Park ligt met zijn rug naar de Maas, gescheiden door een brede, ongedefinieerde strook parkeerterrein en autoweg. De oorspronkelijke Boompjes is een drukke vierbaans verkeersader, de Oude Plantage, het oudste park van Rotterdam, is op Deltahoogte gebracht en leidt een vergeten bestaan, het Buizenpark op Katendrecht kent haast niemand en ligt er verlaten bij.

Ik wil niet teveel somberen, juist niet, want hier liggen enorme kansen voor onze stad. En wie wil zien wat ik bedoel kan naar New York kijken waar de afgelopen jaren, nota bene door Nederlandse, waaronder Rotterdamse architecten, de hele riverfront rondom Manhatten en Brooklyn wordt vergroend. Ik noem Governers Island, Battery Park, Brooklyn Bridge Park, en allemaal vanaf de dag van de opening een instant succes, omarmd door de buurt en bezoekers van buiten. En, bovenal, met publiek-private fondsen gefinancierd. Dat kan ook in Rotterdam. Rotterdam heeft de mogelijkheden, Rotterdam heeft de middelen en Rotterdam heeft nu het momentum!

Ik zeg: alle seinen op groen. de Parkenmaand is geopend!”

Wim Pijbes, Opening Parkenmaand 01/09/2018