Berichten

Nieuwjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum

Geen Groeneconferentie vorig jaar vanwege de coronamaatregelen maar wel een nieuwjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum. Vrijdag 22 januari werd de bijeenkomst uitgezonden via ZOOM en op Facebook vanuit de studio van de ‘Ruimte voor ideeën’. 

Bekijk de hele bijeenkomst terug op het filmpje:

(Hieronder het verslag gemaakt door Stéphan Lam, voorzitter van de GROENE T)

Wat als eerst opvalt: wat zijn er prachtige initiatieven in Rotterdam om de stad groener en biodiverser te maken! Een kort terugblik, waarin we geleerd hebben dat ‘gewoon doen’ werkt, mensen echt wel in beweging te krijgen zijn én dat vele kleine beetjes bij elkaar impact kunnen maken.

Column Inge Janse

Inge Janse trapt af met een column. Hij pleit voor de boombond, waar iedere Rotterdam een boom toegewezen krijgt. Zo kun je ‘bonden’ met de boom. Een relatie aangaan. Als de boom dood gaat, dan gaat het hout naar jou. Voor je eigen doodskist. Of een wiegje. Overlijd jij eerder dan de boom? Dan komt er een prachtig plakaat op de boom, voordat de boom naar een andere Rotterdammer gaat. Komt de boom in de schaduw te staan door een megalomaan bouwproject te staan, dan mag je voor jouw boom opkomen. Als we relaties aangaan met bomen, dan wordt de stad vanzelf groener. Lees de volledige column hier.

Plan Boom

Max Zevenbergen van Plan Boom vertelt dat er 1 biljoen bomen nodig zijn om opwarming van de aarde tegen te gaan. Plan Boom is een landelijk project dat daar een steentje aan bij wil dragen en heeft de ambititie om 10 miljoen bomen te planten in Nederland. Dit helpt hoeveelheid CO2 te verminderen. Ook wordt Nederland op die manier mooier en groener. Plan Boom werkt samen met Rotterdams Milieucentrum. In de regio Rijnmond moet Plan Boom nog wel op stoom komen, omdat er nog weinig plekken zijn waar je een boom kwijt kunt. De ambities voor Rotterdam is  veel bomen aanplanten zodat de stad mooi groen wordt en de stad aantrekkelijker wordt. Voor zowel bewoners als bezoekers. Meer op planboom.nl.

Cooldowncity

Charlotte van der Heijden heeft Cool down City opgericht. Met Cool Down City moedigt ze Rotterdammers aan om hun stad zelf met bomen te verkoelen. Dit doet ze door bomen te verzamelen, ze gratis weg te geven, mensen te inspireren en ze te informeren. Zij wil dat mensen meer met bomen aan de slag gaan. Daarom heeft ze in een jaar tijd al meer dan 1.000 bomen uitgedeeld aan Rotterdammers. Die komen terecht in tuinen, op balkons en op dakterassen. Ze geeft tips over hoe bomen daar kunnen groeien. Door deze activiteit krijgt ze ook een goed beeld wat Rotterdammers graag willen, zoals bomen die veel schaduw geven. Haar ambitie? Dat er meer bomen geplaatst worden en dat mensen leren over bomen. Om dit te verwezenlijken heeft ze de Bomenparkeerplaats bedacht, waar mensen in hun eigen wijk bomen kunnen brengen en halen. Heb je iets groens dat je weg doet? Cool Down City neemt het aan en deelt het vervolgens weer uit. Meer op cooldowncity.com.

Charlotte heeft in deze bijeenkomst De Groene Vogel 2020 uitgereikt gekregen door wethouder Wijbenga. Omdat zij met een typsich Rotterdamse aanpak (gewoon doen) Rotterdammers aan elkaar wist te verbinden waardoor de stad groener is geworden.

Wandelende bomenecyclopedie

Ronald Loch wordt ook wel de wandelende bomenencyclopedie  of bomendokter genoemd. Hij is aangesloten bij stadsbeheer Rotterdam. ooit had hij de ambitie om boswachter worden, dat is nooit gelukt. Wel is hij na zijn schooltijd gaan werken bij een aannemer in de boomverzoring. Nu werkt hij voor stadsbeheer. Inmiddels houdt Ronald zich al 35 jaar bezig met bomen en kent als geen ander de ‘lichaamstaal’ van de bomen. Hij inspecteert bomen en krijgt op die manier wel eens wat kritiek te verduren. Hij moet dikwijls uitleggen hoe een boom ervoor staat. Dit doet hij door bomen te vergelijken met mensen. Net als mensen worden bomen ook ouder en gaan gebreken vertonen. Dan houdt het voor de boom op. De boodschap overbrengen is soms een lastige, maar Ronald weet dit goed te onderbouwen door argumenten. Ronald vind dat ieder met elkaar in gesprek moet blijven en is dit ook met organisaties als De Bomenridders. Uiteindelijk, zegt hij, heeft iedereen hetzelfde gemeenschappelijke doen: de stad groen hebben en groen houden.

Ronald heeft in deze bijeenkomst De Groene Pluim 2020 ontvangen, de prijs voor de ‘groenste overheidsdienaar’.

Coöperatie Ondergrond

Max de Korte is van Coöperatie Ondergrond. Deze Coöperatie ontwikkelt voedselbossen en op voedselbosprincipes gebaseerde eetbaar groene plekken in en om de stad. Ze bestaan nu één jaar, maar als sociale ondernemers zijn de mensen van Ondergrond al zo’n 8 tot 10 jaar bezig met dit onderwerp. Max legt uit wat voedselbossen zijn. Dit zijn verzamelingen van struiken en bomen. Hier wordt het principe van diversiteit toegepast. Het is een kennisintensief systeem dat op lange lange termijn zelfbehoudend moet zijn. Na 5-10 jaar begint het op te leveren. In Rotterdam is  Coöperatie Ondergrond in Kralingen begonnen. Inmiddels zijn er in de stad zo’n 15 locaties aanwezig, die met elkaar 2,5 hectare bestrijken. Max geeft aan dat het pionieren is, waarmee de wijsheid van vroeger wordt gecombineerd met de wetenschap van nu. Max wil de wereld veranderen. Een belangrijke plek om te beginnen is volgens hem de stad. Om aan grond te komen werken ze samen met SKAR en het Arboretum samenwerkingen. Er zijn nog veel plekken in de stad die voor de lange tijd zijn te vergroenen zijn. Denk hierbij ook aan mensen die het principe in eigen tuin willen toepassen. Max besluit te vertellen dat planten net als mensen beter functioenren in een groep. Daarom gaat het niet alleen over bomen planten, maar  ook om het aanleggen van ecosystemen aanleggen. Het ecosysteem gaat dan vanzelf haar werk doen. Meer op ondergrond.eu.

Rotterdams Milieucentrum

Patrick van Klink van het Rotterdams Milieucentrum vertelt over de successen van afgelopen jaar. Ondanks Corona zijn er tien wormenhotels geplaatst en is er in 2021  zicht op meer plaatsingen. Ook vertelt hij over de Parkenmaand, waar  – samen met andere mensen en organisaties – meer dan 100 activiteiten zijn georganiseerd. Juist daar ligt volgens hem ook de kracht. het Rotterdams Milieucentrum wil het vooral niet vóór mensen doen, maar wil mensen betrekken en hen in beweging krijgen. In december zal de Groeneconferentie als het goed is gewoon weer doorgaan.

22 januari 2021

Met dank aan Stéphan Lam, voorzitter van de GROENE T

 

 

 

 

 

 

Columnist Inge Janse pleit voor een Rotterdamse BOOMBOND

In zijn nieuwjaarscolumn 2021 pleit Inge Janse voor een BOOMBOND. De jaarlijkse column van Inge werd dit keer niet uitgesproken tijdens de Groeneconferentie maar tijdens de online nieuwjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum op vrijdag 22 januari die helemaal in het teken stond van ‘meer bomen voor Rotterdam’.

Je kunt de column van Inge hieronder in zijn geheel lezen:

De Rotterdamse Boombond

Column van Inge Janse uitgesproken tijdens de nieuwjaarsreceptie van het Rotterdams Milieucentrum op vrijdag 22 januari 2021.

Schoonheid. Schaduw. Vogels. Verkoeling. Koolstofconsumptie. Klimaatbeheersing. Waterbuffer. Windbreker.

Dat en meer. Dat bieden bomen!

Nogal wiedes dat er steeds meer initiatieven zijn om bomen te planten. Véél initiatieven. Plan Boom. Cool Down City. Meer Bomen Nu. Trees For All. Bovendien heeft de stad Rotterdam grote ambities voor het vergroenen van de buitenruimte.

Maar wie denkt door de bomen het Rotterdamse bos niet meer te zien, komt bedrogen uit. De benodigde grond voor bomen is heilig. We hebben die grond namelijk óók nodig voor parkeerplaatsen, zonnepanelen, bekabeling, windmolens, riolering, winkels, geothermie, fietspaden, waterreservoirs, uitlaatvelden, asfalt, kantoorkolossen en reclamemasten.

Oja, en dan willen we ook nog tienduizenden woningen bouwen.

In de grote rekensom die nodig is om dat alles een plek te geven, worden bomen snel uit de vergelijking weggestreept. Want wie heeft nú een boom nodig? Niemand. En dus komen bomen in de categorie die het stiefkind van elke gebiedsontwikkeling is: belangrijk, maar niet urgent – en dus ten dode opgeschreven.

Willen bomen een kans maken in de complexe algebra van de stedelijke ontwikkeling, dan moeten zij stoppen anoniem, onpersoonlijk en inwisselbaar te zijn. Bomen moeten er niet alleen vóór mensen zijn, maar ook ván mensen zijn.

Daarom pleit ik vandaag voor een gloednieuwe regeling in Rotterdam: de Boombond.

Dat zit zo.

Elke inwoner, van baby tot bejaarde, van ras-Rotterdammer tot exotische import, wordt na inschrijving in de stad automatisch de geestelijk vader of moeder van een boom.

Word je hier geboren of verhuis je de stad in, dan overhandigt de gemeente je het eigendomscertificaat voor de boom in kwestie, liefst binnen je eigen postcode. Je kunt vervolgens twee dingen doen: of tegen betaling de boom laten onderhouden (vergelijkbaar met de afvalstoffenheffing, inclusief kwijtschelding voor lagere inkomens), of dat zelf doen.

Om de Boombond zo sterk mogelijk te maken, mag je de eik, es of iep zelf een naam geven. Verder krijg je te horen op welke dag ie geplant is, zodat jij elk jaar op bijvoorbeeld 29 oktober, verkleed als eikel, de lieve zaailing een extra scheut pokon en een lekkere snoeibeurt kunt geven, plus dat je een lekkere kastanjetaart voor je buren bakt. Het is tenslotte een feestdag, nietwaar?

Administratief is de Woonbond simpel te realiseren. Zo beschikt Rotterdam over meer bomen dan inwoners dus de potentie is er. Rotterdam heeft bovendien een prachtig registratiesysteem waar al 150 duizend bomen in vermeld staan. Veld ‘eigenaar’ erbij, koppeling naar de gemeentelijke basisadministratie, en de mens-boom-relatie is een feit. En zijn er te weinig bomen? Dan kan de gemeente niet anders dan nieuwe bomen aanplanten.

Ja, ik weet het: tussen boom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Nóg meer kosten? Ach, lieve mensen. Wie een nieuwbouwwoning koopt, wordt zonder uitzondering gevraagd om een parkeerplaats à 30 duizend euro af te nemen, ook al heb je helemaal geen auto. Wat zijn dan een paar tientjes per jaar voor je hoogstpersoonlijke boom, van wiens voordelen jij verder helemaal gratis mag profiteren? En de bijbehorende bureaucratie? Sinds de toeslagenaffaire weten we dat de overheid als geen ander in staat is om complexe systemen op – en burgers af te tuigen, dus zo’n Boombond is slechts gekafka in de marge.

In ruil voor dat eigenaarschap verplicht de gemeente zich bovendien om jou te betrekken bij alle ontwikkelingen die jouw chlorofiele kind aangaan. Moet je boom verplaatst worden vanwege werkzaamheden? Gaat je boom minder zon ontvangen door een megalomaan naburig hoogbouwproject? Of – God verhoede! – is je boom overleden na een gruwelijk geweldsincident van bouwvakkers, projectontwikkelaars, onderhoudsvrije-achtertuinen-fetisjisten en andere natuurlijke vijanden van de boom? Dan komt de bomenrecherche je informeren (“Meneer Janse, we hebben slecht nieuws. Mogen we even binnenkomen om daar een boompje over op te zetten?”). Ook wordt er een item aan het leed gewijd in het vaste bomenblok van Opsporing Verzocht (“De politie is op zoek naar een witte man van middelbare leeftijd met een zwart-oranje kettingzaag en een uniform van de afdeling ‘Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam’”) en krijgen delinquenten een levenslang verbod op de aankoop en het gebruik van hout en/of bladeren.

En niet alleen je leven wordt leuker met de Boombond; zelfs je dood gaat erop vooruit. Overlijd jij eerder dan je boom? Dan wordt deze voorzien wordt van een naamplaat van jou, de meest recente vader of moeder van de boom in kwestie, voordat ie naar zijn nieuwe baasje gaat. En gaat je boom eerder dood dan jij? Dan kun jij nog één keer profiteren van zijn vruchten: je zaagt er alvast planken van voor je doodskist, je hakt de boom in stukjes voor brandstof in het crematorium, of – voor de minder morbide eigenaren – je laat er een leuk wiegje van timmeren voor een toekomstige eigenaar van de nieuwe boom die jou wél overleeft.

Aan de vruchten kent men de boom, en dus kennen we hopelijk over een paar jaar aan de bomen ook de stad. Met dank aan de Boombond.

Rotterdam 22 januari 2021 – Inge Janse www.uitgewikkeld.net

Nieuwjaarsbijeenkomst (online) ‘Bomen over bomen’

Vrijdagmiddag 22 januari online nieuwsjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum met als thema ‘bomen’. Aanmelden kan via www.bomenvoorrotterdam.nl.

Te gast zijn Max Zevenbergen van Plan Boom en Rotterdams bomendokter Ronald Loch, Charlotte van der Heiden van Cool Down City en Max de Corte van de Coöperatie ondergrond die vertelt over voedselbossen. Wethouder Bert Wijbenga komt de ‘Groene Vogel’ vrijwilligersprijs uitreiken aan een spraakmakend groen vrijwilligers initiatief uit Rotterdam. De ‘Groene Pluim’, de prijs voor de groenste overheidsdienaar van 2020, wordt uitgereikt door Patrick van Klink de voorzitter van het Rotterdams Milieucentrum. De bijeenkomst wordt geopend met een column van Inge Janse en de presentatie is in handen van Suzanne Mulder.

Welkom!

 

De GROENREDE(N) 2020 van de gebroeders Groen

Rotterdamse Parkenmaand. De maand september staat bol van wandelingen, tochten, workshops en kleine evenementen in de mooie parken in onze stad. Zondag 6 september werd de jaarlijkse GROENREDE(N) uitgesproken. Dit jaar door de gebroeders Groen. De Groenreden is hier te downloaden: Groenrede.n.2020.GebroedersGroen

Bekijk en beluister de Groenrede(n) van de Rotterdamse tweeling biologen hier:

Groenrede(n)

Vorig jaar 2019 sprak de directeur Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum de groene rede(n) uit en het jaar daarvoor in 2018 Wim Pijbes van de stichting Droom en Daad. Dit jaar spreken de gebroeders Groen (de tweeling biologen) de derde Groenrede(n) uit.

Programma Parkenmaand

Het programma kan je vinden op de website www.parkenmaand.nl, sommigen zijn gratis, enkelen voor een kleine bijdrage. De meeste activiteiten worden georganiseerd door de parkvrijwilligers, maar ook de Rotterdamse boswachters doen weer mee met een aantal mooie rondleidingen door ‘hun’ park. Het aantal deelnemers is vanwege de coronamaatregelen berperkt dus wees er snel bij! De meeste activiteiten zijn HIER te boeken een aantal activiteiten is direct bij een organisatie, park of tuin te boeken.

Foto impressie van de GROENREDE(N) in het Heemraadspark op 6 september met muziek van PadamPadam, theater de Wereldwachter, de Bloesembar en droomparken schilderen in de Kleurbende.

 

De Rotterdamse Parkenmaand 2019 is afgetrapt!

Zondag 1 september werd de 7de Rotterdamse Parkenmaand officieel afgetrapt door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga in Het Park bij de Euromast nadat Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum) de groenrede(n) had uitgesproken. De aftrap werd omlijst door theater Ruut van Hooft met ‘de Wereldwachter’, Company with balls, het Orikadabra theater en de Kleurbende. Muzikaal omlijst door de Catscratchers!

Parkenmaand
In de Parkenmaand in september worden ruim honderd activiteiten georganiseerd in de Rotterdamse Parken. Van wandelingen, workshops tot dans en muziek. Door boswachters, parkbeheerders maar ook door veel vrijwilligers die actief zijn voor het beheer en behoud van groen in de stad.Meer informatie over de Parkenmaand op www.parkenmaand.nl.

Groenrede(n) 2019 van Kees Moeliker: “De stad is ook natuur”

De jaarlijkse groenrede(n): “De stad is ook natuur“. Uitgesproken door Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam) bij de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2019 op 1 september jongstleden in Het Park.

Dames en heren, als u het treft en er ook een beetje oog en oor voor heeft, ziet en hoort u hier vandaag, 1 september 2019, hoog in de bomen van Het Park de bonte vliegenvanger. Laag bij de grond fladderen distelvlinder, bont zandoogje en gehakkelde aurelia. Hier bieden oude bomen nestgelegenheid aan blauwe reiger, boomklever en bosuil. De vijvers zitten vol zoetwatermosselen. Tongvarens vormen sporen en de muurleeuwenbek bloeit. De biodiversiteit van dit stadspark is groot, en dat geldt ook voor de verscheidenheid aan dieren en planten binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam. Mijn collega’s van Bureau Stadsnatuur houden de stand nauwgezet bij: de teller staat momenteel op 1092 soorten dag- en (vooral) nachtvlinders, 925 soorten hogere planten, 352 soorten vogels, 264 soorten vliegen, 165 soorten mossen, 119 soorten bijen en hommels, 53 soorten vissen, 44 soorten zoogdieren, 40 soorten libellen, 24 soorten sprinkhanen, 11 soorten amfibieën en reptielen, en nu ben ik nog niet eens halverwege de lijst die nog steeds groeit. Onlangs werd er hier vlakbij, in de daktuin van het Erasmus MC, nog een nieuwe insectensoort voor Nederland ontdekt: een nog geen vier millimeter grote schildwesp. Gisteren werden er in het kader van de landelijke Nachtvlindernacht motten gevangen in het Essenburgpark – dat leverde de loeizeldzame Sint-Janskruiduil op.

Rotterdam dankt die rijke biodiversiteit aan een aantal factoren. Steden zijn net een tikje warmer dan het buitengebied, en dat help sowieso. We hebben hier het havengebied dat zich uitstrekt tot de Maasvlakte en Hoek van Holland, en onze stad heeft relatief veel en vooral grote parken. Samen met sloten, vijvers, binnentuinen, groene daken, wegbermen en andere micro-leefgebiedjes maken die onze stad tot een plek die de mens deelt met een grote verscheidenheid aan dieren en planten.

Wat hebben wij – stadsmensen – aan al dat natuurschoon? Bijna anderhalve eeuw geleden verkoos de schrijver George Gissing (1857-1903) het stadse leven in Londen voor dat op het Engelse platteland omdat – ik citeer – ‘parken niets anders zijn dan straatstenen verhuld onder een laagje gras’. Dat is nu wel even anders. Toen ik vorig jaar voor RTV-Rijnmond mocht meewerken aan de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen’ ben ik op prachtige groene plekken geweest. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er ook letterlijk zelf wat van maken. Ik heb gezien en ervaren hoe mijn stadsgenoten parken en tuinen op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied.

Stadsnatuur is onmisbaar, voor iedereen. Stadsparken scharen zich onder de eerste levensbehoeften, en in vergelijking met betonwoestijnen hebben groene steden voordelen op het gebied van economie, gezondheid, welbevinden en (ecologische) veerkracht.

Een groene stad is (financieel) rijker en heeft een gunstig vestigingsklimaat, maar in dat economische voordeel schuilt een gevaarlijke paradox. Grond- en huizenprijzen nabij stadsparken zijn 10 tot 20% hoger dan elders in de stad en daardoor is de druk om in of bij parken te bouwen groot. Een stad die dat toelaat, snijdt zichzelf en haar bewoners in een levensader.

Het besef dat natuur goed voor de gezondheid is, kent een lange geschiedenis maar kreeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw vleugels toen bleek dat patiënten die na een galblaasoperatie uitkeken op groen, sneller genezen dan zieken met dezelfde kwaal die vanuit hun bed slechts uitzicht hadden op een blinde ziekenhuismuur. Het Erasmus MC heeft de nieuwe daktuin echt niet alleen voor die schildwesp aangelegd. Wetenschappelijk onderzoek bewijst ook dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere stadsdelen. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur.

Groen in steden zorgt ook voor een verhoogd gevoel van veiligheid, en parken zorgen voor sociale cohesie en -mobiliteit. Ook families uit Hillegersberg barbecueën, ondanks de beschikbaarheid van een riante eigen tuin, voor de sfeer en gezelligheid in het Vroesenpark.

Parken verhogen ook de ecologische waarde, de veerkracht en de duurzaamheid van steden. De eerder genoemde rijke biodiversiteit is ook op zich zelf al dikke winst, zeker ook omdat de natuurwaarden van het agrarische buitengebied achteruit hollen. De stad is een biotoop met eigen natuurwaarden. Op het gebied van veerkracht en duurzaamheid is berekend dat de 2,4 miljoen bomen die in het centrum van Beijing groeien, jaarlijks bijna 1.300 ton fijnstof wegvangen. In Chicago heeft één boom alleen al om die zuiverende werking een fictief prijskaartje van dik 400 dollar. Parken absorberen water dat anders voor overstromingen kan zorgen, en de temperatuur is er 1 tot 4 graden lager dan elders in steden. Wie heeft er in de afgelopen zomer geen verkoeling gezocht in een park?

Het is al met al logisch dat steeds meer mensen van stadsparken gebruik maken, en dat is goed. Maar hoe ver ga je met festivals en andere invasieve activiteiten in openbaar groen? De draagkracht van een park verschilt wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Dat (natuur)besef moet bij parkbeheerders, festivalorganisatoren en -bezoekers dieper wortelen.

Rotterdam heeft nog geen duidelijk en breed gedragen ecologisch beleid voor de buitenruimte. Daar zou vol op ingezet moeten worden, want het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daarom alvast zes aanbevelingen:

(1) Maak groene verbindingen tussen parken, ook met het buitengebied;
(2) Koester braakliggende terreinen – dat zijn broedkamers van biodiversiteit;
(3) Laat eens wat groeien, maai met mate en bewust;
(4) Zorg niet alleen voor groen, maar ook voor kleur – wilde bloemen zijn onmisbaar voor insecten en fleuren mensen op;
(5) Betrek burgers bij aanleg en beheer van parken en tuinen – kennis en enthousiasme zijn onbetaalbaar;
(6) Bouw natuurinclusief – zodanig dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.

Tenslotte en bovenal, dames en heren, benadruk ik dat er niets, maar dan ook niets van bestaande parken afgeknabbeld mag worden voor woningbouw of wat dan ook .’

Rotterdam – 1 september 2019

Kees Moeliker
Directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam

“99 festivaldagen hartje zomer in het Kralingse Bos = teveel!”

In een brief aan wethouder Wijbenga vragen de Rotterdamse Parken aandacht voor het (gedeeltelijk) afsluiten van Rotterdamse parken voor festivals in het zomerseizoen. Eerder schreven ook de wijkraden van Blijdorp en Kralingen een ongevraagd advies aan de wethouder over de festivals. 

Met deze brief aan de wethouder Wijbenga willen de gezamenlijke Rotterdamse parken de problemen met festivals in met name Het Park (bij de Euromast), het Zuiderpark, Vroesenpark, wijkpark in het Oude Westen en het Kralingse Bos aan de orde stellen. “In deze parken is de balans tussen het aantal festivalbezoekers vergeleken met de gebruikers die de parken het jaar rond gebruiken zoek”, aldus het Rotterdamse Parkenoverleg *). Het Parkenoverleg is zich er van bewust dat festivals onderdeel zijn van onze stadscultuur en dat parken daarvoor een mooi decor vormen en is dan ook niet tegen evenementen in de stads – en wijkparken, maar wil de parken wel aantrekkelijk houden voor alle Rotterdammers. Daarvoor zijn veranderingen in het huidige beleid nodig, schrijft men aan de wethouder.

In de brief aan de wethouder worden meerdere punten aangekaart: het aantal op- en afbouwdagen, het aantal festival, de bezoekersaantallen, afval dat blijft liggen, schade aan de parken en verstoring van flora en fauna.

99 dagen op – en afbouw in het Kralingse Bos (hartje zomer) zijn te veel!

  • Afgelopen zomer bezetten de festivals bijvoorbeeld 99 dagen delen van het Kralingse Bos. Zo ook het stuk strand aan de plas. Deze locatie is ‘aangewezen’ als plek voor Rotterdammers die in de zomer niet op vakantie kunnen of gaan.
  • In het Vroesenpark volgen de festivals zich met zo’n hoog tempo op (met forse aantallen festivalbezoekers) dat de grasmat zich niet meer kan herstellen. De gehele zomer is het grasveld daarom een stofbad geweest.
  • In het relatief kleine ‘Wijkpark het oude Westen’ waren in 2018 10 evenementen die met op- en afbouwtijd een groot deel van de zomer grote delen van het park bezetten.

*) Rotterdams Parkenoverleg
Het Rotterdamse Parkenoverleg bestaat sinds 2007. Dit overlegplatform groeide in de loop der jaren uit tot een overleg waarin 29 Rotterdamse stads -, wijk -, buurtparken worden vertegenwoordigd door bewoners. Het Parkenoverleg werd opgericht omdat er veel Rotterdammers zijn die invloed willen uitoefenen op hun directe woonomgeving. Het Rotterdams Milieucentrum organiseert met het Parkenoverleg die invloed.

Parkenmaand afgesloten met conferentie Groen van de toekomst

Met de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ werd 29 september de Rotterdamse Parkenmaand afgesloten. Groenaannemers, groene-organisaties, welzijns – en bewonersorganisaties, zelfbeheerders en (andere) Rotterdammers met een ‘groen hart’ gingen met elkaar in gesprek over hoe Rotterdam het groenonderhoud in de toekomst beter en slimmer kan uitvoeren?

De conferentie vond plaats onder en op de Hofbogen en het nieuwe ‘Luchtpark’. Wethouder Wijbenga (van buitenruimte) opende de conferentie.

Bert Wijbenga
De conferentie werd geopend door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga. Hij gaf een toelichting op de groende ambities van het Rotterdamse College. De komende vier jaar wil het college de stad vergroenen met 200.000 m2 terwijl er ook een flinke bouwopgave ligt. Er wordt onder meer ingezet op de aanleg van rivierparken, het realiseren van ecologische verbindingen, meer groene daken en het verruilen van verharding voor groen.

Kees Moeliker
Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam inspireerde de deelnemers met een column. Hij stond stil bij de ‘de mens’ in het Rotterdamse groen en stadsnatuur. Wat doen ze er, waar komen ze en waarom? De televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ van RTV-Rijnmond geeft antwoord op deze vragen: Kees fietst door de stad en praat met Rotterdammers in het groen. Na vijf afleveringen is duidelijk, dat bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Het Rotterdamse groen en de stadsnatuur worden omarmd door Rotterdammers. Maar waar ligt de grens van wat wel en wat niet kan? Hoe zijn mens en natuur in evenwicht in de stad? Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Kees zegt in zijn column: ‘Groen heeft de toekomst’. Lees de colunm HIER <<<

Workshops
In vijf workshops spraken de aanwezigen over de uitdagingen in het groenbeheer in Rotterdam.

    • aanbesteden van de toekomst: Er is veel te winnen en mogelijk in de samenwerking tussen initiatieven uit de buurt en groenaannemers. Wederzijds vertrouwen is daarbij belangrijk. Ruimte voor het leveren van kwaliteit moet behouden blijven daar wordt door alle partijen meer ruimte voor gewenst) en ook het toezicht daarop kan verbeterd worden … “waarom de buurt geen toezicht laten houden”.
    • participatie: Bij participatie werd duidelijk dat in een volgende aanbesteding van het groenonderhoud aandacht moet zijn voor maatwerk per gebied. Zodat er beter wordt aangesloten met de onderhoudsactiviteiten bij de vragen uit de wijken. Momenteel wordt er veel gestuurd op resultaten zoals hoe vaak er wordt gemaaid en hoe vaak er wordt geschoffeld. Met participatie worden andere waarden belangrijker zoals samenwerken, gezondheid en buurtverantwoordelijkheid. Meet juist die inspanning en niet alleen het resultaat. 
    • resilience & groenonderhoud: Belangrijkste leerpunt bij de workshop resilience is dat je van groen goud kunt maken. Dit betekent dat groenafval van de een, grondstof is voor de ander. Zo zou je vraag en aanbod van planten via social media kunnen koppelen, een soort GroenisGoud marktplaats. Het vergroenen van de stad is ook belangrijk bij de wateropgave van de stad. Dat draagt bij aan een weerbare, veerkrachtige stad. Als er meer gebouwd wordt, is ook aandacht nodig voor groen in de buurt. 
    • samenwerking: Bij deze workshop is stil gestaan welke partijen allemaal betrokken zijn bij het groenonderhoud. De partijen zijn in beeld gebracht en hoe deze zich verhouden tot elkaar en het groenonderhoud.
    • insectenvriendelijk beheer:  De deelnemers aan de workshop hebben in totaal 23 maatregelen op een rij gezet, die kunnen bijdragen aan een insectenbewust beheer. Daarnaast ook 8 belemmeringen. De top 2 aanbevelingen waren: 1) Zorg voor bewustwording en draagvlak bij alle betrokken partijen en geef uitleg over beheer en resultaten hiervan, 2) Kennis & Maatwerk bij Opdrachtgever & Opdrachtnemer.

Het was een inspirerende middag. >>> HIER <<< het completere verslag van de conferentie.

 

De Groenrede(n) van Wim Pijbes bij opening Parkenmaand

De eerste Rotterdamse Groenrede(n) uitgesproken door Wim Pijbes op 1 september 2018 op het Dakpark in Delfshaven. Voorafgaand aan de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2018.

“Dames en heren!

Een eer om als eerste de groenrede te mogen uitspreken ter gelegenheid van de opening van de Parkenmaand. In de uitnodiging die ik ontving werd mij verzekerd dat ik deze rede helemaal vrij mocht invullen, zolang het maar over parken en groen in de stad gaat.

Dat doe ik met plezier want groen is van levensbelang juist in een stad, en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. Dames en heren: de aandacht voor groen groeit, groen is goed, groen is gezond. Parken zijn dus goed, en: mensen houden van parken. Dus wat houdt ons tegen? Alle positieve kwaliteiten die je aan parken toedicht zijn waar, en vinden weerklank bij bewoners, bezoekers en bestuurders, van links tot rechts. Ik durf te stellen: iedereen houdt van parken. Hoe kan het ook anders, want internationaal worden parken gewaardeerd als onmisbare vitale elementen in iedere urbane samenleving.

People watching people doing the same thing’ is een universeel plezier en overstijgt alles en verbindt iedereen, arm en rijk, jong en oud.

Bezoekers komen vooral uit de eigen stad, ongeacht rang of stand. Parken behoren tot de meest geliefde en gewaardeerde vormen van publieke ruimte. Dat lijkt mij voor ieder stadsbestuur een prettig gegeven. Ook prettig voor ieder stadsbestuur – dit is voor de rekenaars onder ons – is dat verschillende internationale studies telkens opnieuw vaststellen dat de waarde van vastgoed, gelegen aan een aantrekkelijk park gemiddeld 15% hoger is dan vergelijkbare panden elders in een stad. En daarom verbaast het mij dat parken in veel gevallen als een onrendabele post op de begroting worden beschouwd.

Dames en heren: een goed park maken is tegelijk complex en doodeenvoudig.

Het grootste stadspark van de twintigste eeuw, het Amsterdamse Bos (935 ha), is destijds ontworpen door een team van sociologen, biologen, stedenbouwers en architecten. Het belangrijkste: van begin af aan wist men precies wat men wilde. Bijvoorbeeld een bezoekersmaximum van 100.000 per dag, met een piek van 70.000 op hetzelfde moment. Het Amsterdamse Bos voldoet zo aan de uitgangspunten voor een geslaagd park:

  1. goed gepland
  2. goed ontworpen
  3. goed beheerd

Ik kom daar straks op terug.

Wanneer niet voldaan wordt aan een van deze drie gaat het namelijk fout. Gemeentelijke diensten, deelraden en gemeentebesturen hebben de ondankbare taak iedereen (lees: publiek) het naar de zin te maken, wat zelden lukt. Ieder seizoen wordt menig strijd uitgevochten tussen gebruikers, bezoekers en bewoners. Wij kennen allemaal de discussies over het Museumplein, het Vondelpark, het Kralingse Bos, het Vroesenpark en Het Park. Overal heb je tegenstrijdige wensen van belangengroepen, omwonenden, gebruikers, en festivalorganisatoren, commercieel dan wel cultureel.

En het kan anders! Anders en beter! Er bestaan modellen waarin bestuur en publiek; met private en publieke middelen het stadspark van de toekomst kan laten groeien en bloeien!

Dames en heren, ik neem u graag mee naar Fifth Avenue en 42nd street in New York, naar Bryant Park. Bryant Park is 6 ha groot, vergelijkbaar met het Museumpark in Rotterdam. De problematiek van beide parken was vergelijkbaar. Na jarenlange verwaarlozing en overlast gevende junks besloot het stadsbestuur tot drastische maatregelen en droeg het park over aan de private Bryant Park Corporation. Een plan werd gemaakt waarbij als eerste maatregel de hekken werden verwijderd. Omgangsnormen met zwervers werden vastgesteld waarbij daklozen werden geaccepteerd als een gegeven maar overlast niet werd gedoogd. Door actief beheer werden stille gedeeltes van het park roulerend geactiveerd zodat junks geen bezit konden nemen van ‘eigen’ territorium. Bryant Park heropende in 1995, de hoogte van de oorspronkelijk onderhouds- en exploitatiekosten worden nog steeds betaald door de stad New York, substantieel aangevuld met publieke middelen. Het Museumpark de naast gelegen Rozentuin en voormalige Bijbelse tuin liggen er nog steeds matig bij. Bryant Park staat model voor een nieuwe ontwikkeling die ook in Nederland medestanders krijgt: het vormgeven van de publieke ruimte door een publieke en private samenwerking.

Voor het Bryant Park zijn tien factoren bepaald die als universele voorwaarden van geslaagd stadsgroen gelden, en verder gaan dan de drie uitgangspunten van het Amsterdamse Bos:

  1. veilig
  2. schoon
  3. instemming van betrokkenen
  4. toiletten
  5. bankjes
  6. verlichting
  7. beplanting voor alle seizoenen
  8. programmering
  9. inrichting
  10. management

Parken die onvoldoende functioneren schieten op een of meerdere van deze punten tekort. De oplossing begint met het honoreren van deze tien. Daarbij is niet langer de overheid als enige de aangesproken partij. Om het potentieel van stedelijk groen optimaal te laten floreren kan het principe worden gehanteerd waarbij burgers en de overheid de handen ineenslaan om de publieke ruimte te optimaliseren.

En nu naar Rotterdam. Na de grote brand van Londen in 1664, kwam het stadsbestuur vanuit Engeland naar Rotterdam om inspiratie op te doen en om hier de mooiste riverfront van Europa te bezoeken: de Boompjes. Hier was in 1615 een dubbele rij lindebomen geplant met aflopend naar het water wilgenbomen. Een wandelpromenade van grote allure. Waar in Rotterdam hebben we dat tegenwoordig? Het Park ligt met zijn rug naar de Maas, gescheiden door een brede, ongedefinieerde strook parkeerterrein en autoweg. De oorspronkelijke Boompjes is een drukke vierbaans verkeersader, de Oude Plantage, het oudste park van Rotterdam, is op Deltahoogte gebracht en leidt een vergeten bestaan, het Buizenpark op Katendrecht kent haast niemand en ligt er verlaten bij.

Ik wil niet teveel somberen, juist niet, want hier liggen enorme kansen voor onze stad. En wie wil zien wat ik bedoel kan naar New York kijken waar de afgelopen jaren, nota bene door Nederlandse, waaronder Rotterdamse architecten, de hele riverfront rondom Manhatten en Brooklyn wordt vergroend. Ik noem Governers Island, Battery Park, Brooklyn Bridge Park, en allemaal vanaf de dag van de opening een instant succes, omarmd door de buurt en bezoekers van buiten. En, bovenal, met publiek-private fondsen gefinancierd. Dat kan ook in Rotterdam. Rotterdam heeft de mogelijkheden, Rotterdam heeft de middelen en Rotterdam heeft nu het momentum!

Ik zeg: alle seinen op groen. de Parkenmaand is geopend!”

Wim Pijbes, Opening Parkenmaand 01/09/2018

 

Fietsconferentie bewonerszelfbeheer door west en het centrum

Zaterdag 8 september wordt per fiets een aantal zelfbeheerprojecten van bewoners bezocht in Rotterdam west en het centrum. Een ‘fietsconferentie’ omdat er niet alleen gefietst wordt maar ook gepraat en informatie en kennis gedeeld. De fietsconferentie is onderdeel van zowel de Rotterdamse Parkenmaand in de hele maand september (www.parkenmaand.nl) van het milieucentrum als de door de gemeente georganiseerde ‘Keep it green day’ op 8 september (www.rotterdam.nl/keepitgreenday).

Vanaf 13.00 uur wordt er verzameld op het Dakpark in Delfshaven (tegenover de Hudsonstraat 111).

Dakpark
Op het Dakpark worden de fietsers ontvangen door de directeur van de Stichting Dakpark Manon Nagelkerken. Manon vertelt over de samenwerking met de gemeente en de groenbeheerder en het zelfbeheer door bewoners op dit grootste publieke dakpark van Europa. Het Dakpark is ontstaan op initiatief van buurtbewoners. Er werd 14 jaar aan het plan gewerkt. Het park werd in 2014 opgeleverd. De betrokkenheid vanuit de buurt met het park is groot. De bewonersstichting Dakpark organiseert vooral de culturele activiteiten maar ook het bewonerszelfbeheer en komt op voor de ‘belangen van het park en de parkgebruikers’. Sinds kort is er ook een officiële samenwerkings – en beheerovereenkomst met de gemeente Rotterdam.
www.dakparkrotterdam.nl

Essenburgsingel en de Spoortuin
Op de tweede stop vertelt Catherine Visser (een van de initiatiefneemsters van het Essenburgpark maar ook van de Spoortuin een stukje verderop) over dit nieuwe park in oprichting. Ook het Essenburgpark is een initiatief ‘uit de buurt geboren’. Bewoners zijn druk bezig met een inrichtingsplan en werken hierin samen met o.a. het Hoogheemraadschap.
www.essenburgpark.nl

Wijkpark en tuin de Bajonet
Na ‘het nieuwe westen’ wordt doorgefietst naar het Oude Westen. Het wijkpark Het Oude Westen is een park op de grens van het centrum en de wijk. Wilma Kruger is sinds jaar en dag betrokken bij het beheer van het park vanuit de Aktiegroep Het Oude Westen. Het wijkpark was ooit resultaat van de stadsvernieuwing en fors door de bewoners van toen ‘bevochten’. Maar ook op de Rotterdamse Binnenterreinen gebeurt veel. Een van de mooiste voorbeelden is de Bajonettuin. Ook in dit prachtige bewonersinitiatief wordt even stilgestaan.
www.platformbinnentuinen.nl/tuinen/tuin-de-bajonet/

Tuin op de pier
De tuin op de pier, een groene oase op de kop van pier, heeft (helaas) haar langste dag gehad. Er gaat gebouwd worden op dit stukje havengebied ‘in de maas’ en de tuin moet eind 2018 verhuizen. Initiatiefnemer Erik van Velsen vertelt over het ontstaan van de tuin maar ook over de toekomst.
www.tuinopdepier.nl

Tijdschema

  • 13.00-13.15 Verzamelen Buurttuin Dakpark met koffie en thee
  • 13.15-13.45 Spreker: Manon Nagelkerken
  • 13.45 Vertrek richting Essenburgpark
  • 14.15 Spreker: Catherine Visser
  • 14.45 Vertrek richting Tuin de Bajonet en het Wijkpark Het Oude Westen
  • 15.15 Sprekers: Wilma Kruger / Wolbert van Dijk
  • 15.45 Vertrek richting Tuin op de Pier
  • 16.20 Spreker: Erik van Velsen
  • 16.50 Einde programma

De fietsroute, klik HIER <<<