Berichten

Groenrede(n) 2021 door Natascha Hokke

Boswachter Natuurmonumenten Natascha Hokke sprak zondag 5 september de jaarlijkse Groenrede(n) uit bij de opening van de Rotterdamse Parkenmaand. Je kunt de tekst onderaan ook nog doorlezen.

Bekijk het hier op video:

Groenrede 2021

Natascha Hokke (boswachter Communicatie en Beleven bij Natuurmonumenten)

Nogmaals welkom allemaal tijdens de opening van de Rotterdamse Parkenmaand. Dankjulliewel dat ik hier mijn Groenrede mag houden. Extra bijzonder ook, want als stadsbewoner houd ik enorm van de parken – die groene paradijsjes, fata morgana’s bijna – in die rauwe stad die Rotterdam is.

Ik heb het geluk dat ik mijn liefde voor die dynamische binnenstad waar ik zo van houd dagelijks mag verruilen. En wel voor een even bijzondere omgeving aan de rand van Rotterdam. Een landschap met een totaal andere sfeer. Weidsheid en ruimte. Ineens ligt die skyline in de verte als ik aangekomen ben op het boswachterskantoor van Natuurmonumenten. En toch, die skyline ligt er altijd. Zo voelt Rotterdam ver weg en tegelijkertijd ontzettend dichtbij.

Ik neem je graag even mee op mijn fietstocht, mijn woon-werkverkeer als je het zo wilt noemen. Want eerst worstel ik mij langs verkeersknooppunten, zoals Kleinpolderplein, gaat mijn route langs industrieterreinen, stenige wijken en Zestienhoven. Je hoort het al, het is een worsteling door de concrete jungle.

Maar, ik weet wat daarbuiten ligt. Ik weet wat er te vinden is. Je moet het ook maar net weten natuurlijk. Eigenlijk is dat zo met alles in Rotterdam: de fijne terrasjes, lekkere restaurantjes, maar ook de parken en natuurgebieden. Kijk bijvoorbeeld maar eens waar we nu staan, zo verborgen aan de Kruiskade. Je moet maar nèt weten wat echt de moeite waard is. En er soms even voor op die fiets springen.

Het pleidooi dat ik vandaag dan ook wil houden, is:

De stad is ook natuur, het platteland is ook van de stad

Wij, als Natuurmonumenten, zetten ons al jarenlang in voor dat platteland rondom de stad. Maar, we hebben een probleem: nog steeds komt die medestadsbewoner van mij de stad niet uit.

En misschien is dat ergens wel logisch. De scheiding tussen stad en natuur is eeuwenoud. Tot de negentiende werd de natuur gezien als barbaars, een woestenij. Dat moesten en zouden we temmen. Bomen werden gekapt om een stad op te bouwen. Natuur vs. cultuur. De laatste paar eeuwen verloor de wildernis terrein en zijn we de wilde natuur gaan romantiseren. Verschillende visies op natuur volgden elkaar op. Maar, de invloed van de mens was steeds aanwezig en bleef groeien, zeker in dat kleine drukbevolkte Nederland. Dit heeft geresulteerd in het Hollandse landschap dat er nu ligt. De vraag is nu: hoe kijken we nú naar natuur? Anno 2021?

Wat veel mensen niet weten, is dat op weinig plekken in Europa een stad in zo’n spectaculair landschap ligt als ons eigen Rotterdam. We wonen hier in een machtige delta, waar 3 grote Europese rivieren samenkomen en uitmonden in zee. De diversiteit aan natuur rond Rotterdam was tot voor kort ongekend, ook op internationaal vlak. Zeehonden zwemmen in de Nieuwe Waterweg, Voornes Duin is een van de meest biodiverse duingebieden van Nederland. Op fietsafstand heb je ten noordwesten van de stad de uitgestrekte polderlandschappen Midden-Delfland en noord-oostelijk de Krimpenerwaard. Ten zuiden van de stad vind je en voormalige eilanden als het IJsselmonde, de Hoekse Waard en natuureiland Tiengemeten, het allerlaatste echte eiland van Zuid-Westelijk Nederland.

Het eerste deel van mijn pleidooi De stad is ook natuur, hartstochtelijk bepleit door Kees Moeliker tijdens de Groenrede in 2019, staat meer en meer op de agenda. En ja, tuurlijk zijn we er nog niet: we moeten nog flinke stappen zetten voor de transitie naar een natuurinclusieve samenleving. Maar, de gemeente investeert momenteel veel in het binnenstedelijk groen. Met de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit wil de gemeente de achteruitgang van de biodiversiteit keren. En onlangs lanceerde de stad het plan om enkele honderden miljoenen te investeren in zeven grote groene projecten in de stad. Logisch ook, want de afgelopen jaren hebben we gezien hóe zeer iedereen snakt naar dat groen, hoe belangrijk het is voor gezondheid en welzijn. Het kan een oplossing vormen voor vraagstukken waar we vandaag de dag mee te maken hebben.

Rotterdam wil een ‘resilient city’ worden. Een veerkrachtige stad, die is opgewassen tegen de wereldwijde uitdagingen van de toekomst. Het is zó nódig om die verbinding te leggen. Klimaatverandering wordt meer en meer zichtbaar en voelbaar. De hevige regenbuien van deze zomer zorgen ervoor dat de straten van Rotterdam blank staan. De hogere temperaturen én het gebrek aan afkoelingsmogelijkheden zoals zwemplassen en bomen, zorgen dat de stad een kookpunt bereikt. We voelden en voelen ons kwetsbaar tijdens corona. We trokken de supermarkten leeg. Wat als er niet genoeg eten te halen is? Kleine kraampjes op het boerenerf waren ineens erg populair. Er was veel waardering voor de boer in de buurt. Het is nu tijd dat we de landbouw rondom de stad optimaal gaan inzetten vóór de stad. Dat betekent: niet alleen maar produceren voor export. Laten we onze stad voeden met die mooie producten van onze eigen boeren. Dit laat het al duidelijk zien. We hebben het platteland nodig, we hebben groen nodig.

 De tweede zinssnede van mijn pleidooi het platteland is ook van de stad valt nog te vaak van de agenda. De blik van Rotterdam is té vaak naar binnen gekeerd. In Amsterdam, Den Haag en Utrecht zijn er duidelijke groene routes vanuit de stad naar het buitengebied. Hier zijn die groene verbindingen slechter ontwikkeld. Dat illustreert mijn fietstochtje maar al te goed. Gevolg is dat het Rotterdams platteland minder bekend is onder inwoners van de stad, terwijl er vlak bij huis zo veel te ontdekken is.

Het landschap om de stad krijgt dus nog niet de aandacht die het verdient en staat onder grote druk. De boeren op het Rotterdams platteland hebben het moeilijk. En ook is veel van de biodiversiteit rond Rotterdam op het platteland verdwenen. Op intensief gebruikte graslanden is geen plaats meer voor bloemen, kruiden en insecten. Te weinig jonge grutto’s overleven het voorjaar. De patrijs en de veldleeuwerik hebben hun leefgebied verloren.

Juist in Rotterdam is een grote en krachtige beweging ontstaan van burgers die zelf iets willen doen voor hun leefomgeving. Veel van hun initiatieven richten zich op anders omgaan met voedsel en eten. Op eerlijk eten van het eigen platteland. Neem nu bijvoorbeeld. Boer Jan-Dirk Rodenburg. Stadsherder Martin Oosthoek. Het zijn Rotterdammers. Ze wonen dan misschien in een polder, ze wonen in Rotterdam. Het is hoog tijd voor meer vraag en aanbod naar duurzame streekproducten! Zo wordt Rotterdam ook op dit punt een resilient city!

Ik zou willen pleiten; stap op die fiets, stap in de metro. Ga het zelf ontdekken! Dit bijzondere stukje Rotterdam. Er ligt een kloof tussen stad en land, maar het is onlosmakelijk verbonden met elkaar.

Ga bij een boer kijken. Kijk hoe het er echt aan toe gaat. Want, hoe voelt het voor jou als die grutto onder je neus, op een paar kilometer afstand uitsterft? Je kunt echt zelf die stad nóg mooier maken. Je kunt echt jouw platteland helpen: de vogels die er leven, de bloemetjes die er bloeien.

En er is zo veel te ontdekken rondom Rotterdam. Ten noorden via een 400 ha nieuw natuur- en recreatiegebied kom je bij Midden-Delfland, het eerste Bijzonder Provinciaal Landschap van NL. De historisch tochtjes langs trekvaart De Schie maken het alleen maar leuker! Bij Belevenisboerderij Schieveen ontdek je het boerenleven. Het nieuwe fietspad ‘Het Polderpad’ tussen de Rotte en de Schie is bijna gereed.

En last but not least: tijdens de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand kan ik het zeggen. Rotterdamse groenliefhebbers hebben er een nieuw park bij. Volgende week opent Buitenplaats De Tempel opnieuw haar poorten voor publiek. Sinds kort mogen mijn collega-boswachters en ik dit park beheren. En daar zijn we ontzettend trots op. De Tempel en Nieuw Rhodenrijs zijn gelegen aan de Schie bij Oud-Overschie en behoren tot het mooiste en meest waardevolle erfgoed in het groen tussen de Rotte en Schie. Een prachtig park, een groen Rijksmonument. Als je het hebt over de mooiste parken van Rotterdam die je moet weten, die je moet kennen. Dan is dit er zeker één van.

Dus, beste mensen. Hoe gaan we met die natuur om?

We hoeven niet terug naar vroeger, maar we moeten wel beslissen hoe we verder willen gaan. Ik houd van de dynamische en bruisende stad. Tegelijkertijd voel ik mij geborgen in de natuur. In deze tijden van onzekerheid, pandemieën, oorlogen is het een plek om tot jezelf te komen. Te wortelen. En dan weer die ruimte te vinden om te verbinden. Met jezelf, met de medemens. Met je lichaam en het voedsel. Met de stad. Met het platteland. Met de natuur. Het vormt onze identiteit.

We mogen trots zijn op onze stad, ons land en de omliggende natuur die ongekend bijzonder en rijk is en perfect te ontdekken vanuit de binnenstad. Ook al moet je de plekjes nèt weten.

De 4de Groenrede(n) van de Rotterdamse Parkenmaand – uitgesproken op 5 september 2021.

September is weer de Rotterdamse Parkenmaand

Voor de zevende keer wordt in september de Rotterdamse Parkenmaand georganiseerd. De wandelingen, workshops, natuurwerkdagen en (dans)voorstellingen in de Rotterdamse parken zijn op www.parkenmaand.nl te vinden en te boeken. De meeste activiteiten zijn gratis en voor een aantal wordt een kleine bijdrage gevraagd.

Aftrap op zondag 5 september

De aftrap van de Parkenmaand is op zondag 5 september in wijkpark Het Oude Westen. De jaarlijkse Groenrede(n) dit jaar wordt uitgesproken door boswachter Natascha Hokke (Natuurmonumenten). Er is muziek van de Tentband en de dansvoorstelling Engel en verschillende workshops o.a. van STEK de Stadstuinwinkel en gratis zaailingen van Cool Down City.

Kinderen kunnen in de Kleurbende van het Volkstheater aan de slag met het schilderen en kleien van hun droompark.

Dansen in het park

Zondag 5 september kun je genieten van ENGEL in het Wijkpark Het Oude Westen. Een dansvoorstelling van en met het makerduo Marta Alstadsæter en Kim Jomi Fischer (een productie van Dansateliers Rotterdam).

MURIKAMIFICATION!

Je kunt zondag 12 september mee met MURIKAMIFICATION in het Park (bij de Euromast). Een performance naar een choreografie van Erik Kaiel (arch8). Of het nou in de tram van Montreal is, in de bergen van Afrika, in de straten van een stad of in het Park bij de Euromast. De performers van MURIKAMIFICATION performers laten je werelds dromen op alledaagse plekken.

Wandelen in de parken

Er zijn weer aardig wat wandelingen en tochten tijdens de Parkenmaand. Iedere zondagmiddag in september kun je mee met ecoloog Han van Hulzen op bomentocht langs de Heemraadspark. Droom en Daad organiseert wandelingen door ‘Het Park’ waarin wordt uitgelegd hoe het park in haar oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Natuurgids Marius Huender en historicus Dik Vuik komen met vijf wandelingen in het Kralingse Bos waarin de historie van het bos en de natuur worden gecombineerd.

Vanaf het Luchtpark kun je mee door het gebied rondom de Luchtsingel met als toppunt de DakAkker dakboerderij op het Schieblock. Vier XXL tours met dakgids Rob van Katwijk. Wandelen in combinatie met praten over wandelen kan op 17 september met het wandelsymposium van ‘Het Onverharde Pad’.

Mee met de boswachters

De Rotterdamse boswachters  gaan me je op tocht door het Zuiderpark, het Park, Eiland van Brienenoord en het Schiebroeksepark. De stadsecologen gaan op zoek naar biodiversiteit in de stad in een 10 voor 010 wandeling in het Kralingse Bos.

Meewerken in de parken

In veel parken werken vrijwilligers. Zij doen vaak de extra klussen zoals het ecologisch beheer. Tijdens de Parkenmaand kun je een keer met ze meewerken. In het Kralingse Bos maar ook op het Dakpark in Delfshaven.

Groene connectie

Zondag 19 september wordt de acht kilometer lange Groeneconnectie afgefietst. Onderweg vertellen betrokken bewoners meer over de Buurttuin op het Dakpark, het Essenburgpark, de buitenplaats Spangen, Park 1943 en de Spoortuin. Een verrassende fietstocht met inspirerende sprekers die deels over een oud spoorwegtracé loopt.

Muziek in het park

Zondagochtend 19 september vroeg kun je mee met een ochtendwandeling door het Park die wordt afgesloten met een pianoconcert Cecilia Garcia Gacia bij parkcafe de Parkiet.  Het Hefpark organiseert in samenwerking met het Rotterdams Volkstheater vier parkconcerten met het Janzous Ensemble, het Carlama (Balkan) Orkester, de Tentband. Ook op Stadskruidentuin Rotterdamse Munt is muziek tijdens de Terrastivals met o.a. saxofonist Arie Kuit, zangeres Megan Davids en de Surinaamse Otis Redding: Louis Windzak.

12 september wordt het jaarlijkse zondagmiddagconcert georganiseerd op het Ommoordseveld met de dansband OKV Wilton.

Op 19 september de ‘Tuinen van Brienenoord’ op het Eiland van Brienenoord. Met op acht tuinpodia acht muziek – en storytelling optredens o.a.: zanger en accordeonist en vertolker van het levenslied Pierre van Duijl, singer-songwriter Famke Rauch, story teller Gilles Renard  en de cellist Kalle de Bie, bekend en de Rotterdamse gitaarbouwer Harm Goslink. Je kunt mee in twee rondes.

De activiteiten zijn hier te boeken:

www.parkenmaand.nl

 

 

 

 

 

Nieuwjaarsbijeenkomst (online) ‘Bomen over bomen’

Vrijdagmiddag 22 januari online nieuwsjaarsbijeenkomst van het Rotterdams Milieucentrum met als thema ‘bomen’. Aanmelden kan via www.bomenvoorrotterdam.nl.

Te gast zijn Max Zevenbergen van Plan Boom en Rotterdams bomendokter Ronald Loch, Charlotte van der Heiden van Cool Down City en Max de Corte van de Coöperatie ondergrond die vertelt over voedselbossen. Wethouder Bert Wijbenga komt de ‘Groene Vogel’ vrijwilligersprijs uitreiken aan een spraakmakend groen vrijwilligers initiatief uit Rotterdam. De ‘Groene Pluim’, de prijs voor de groenste overheidsdienaar van 2020, wordt uitgereikt door Patrick van Klink de voorzitter van het Rotterdams Milieucentrum. De bijeenkomst wordt geopend met een column van Inge Janse en de presentatie is in handen van Suzanne Mulder.

Welkom!

 

De GROENREDE(N) 2020 van de gebroeders Groen

Rotterdamse Parkenmaand. De maand september staat bol van wandelingen, tochten, workshops en kleine evenementen in de mooie parken in onze stad. Zondag 6 september werd de jaarlijkse GROENREDE(N) uitgesproken. Dit jaar door de gebroeders Groen. De Groenreden is hier te downloaden: Groenrede.n.2020.GebroedersGroen

Bekijk en beluister de Groenrede(n) van de Rotterdamse tweeling biologen hier:

Groenrede(n)

Vorig jaar 2019 sprak de directeur Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum de groene rede(n) uit en het jaar daarvoor in 2018 Wim Pijbes van de stichting Droom en Daad. Dit jaar spreken de gebroeders Groen (de tweeling biologen) de derde Groenrede(n) uit.

Programma Parkenmaand

Het programma kan je vinden op de website www.parkenmaand.nl, sommigen zijn gratis, enkelen voor een kleine bijdrage. De meeste activiteiten worden georganiseerd door de parkvrijwilligers, maar ook de Rotterdamse boswachters doen weer mee met een aantal mooie rondleidingen door ‘hun’ park. Het aantal deelnemers is vanwege de coronamaatregelen berperkt dus wees er snel bij! De meeste activiteiten zijn HIER te boeken een aantal activiteiten is direct bij een organisatie, park of tuin te boeken.

Foto impressie van de GROENREDE(N) in het Heemraadspark op 6 september met muziek van PadamPadam, theater de Wereldwachter, de Bloesembar en droomparken schilderen in de Kleurbende.

 

De Rotterdamse Parkenmaand 2019 is afgetrapt!

Zondag 1 september werd de 7de Rotterdamse Parkenmaand officieel afgetrapt door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga in Het Park bij de Euromast nadat Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum) de groenrede(n) had uitgesproken. De aftrap werd omlijst door theater Ruut van Hooft met ‘de Wereldwachter’, Company with balls, het Orikadabra theater en de Kleurbende. Muzikaal omlijst door de Catscratchers!

Parkenmaand
In de Parkenmaand in september worden ruim honderd activiteiten georganiseerd in de Rotterdamse Parken. Van wandelingen, workshops tot dans en muziek. Door boswachters, parkbeheerders maar ook door veel vrijwilligers die actief zijn voor het beheer en behoud van groen in de stad.Meer informatie over de Parkenmaand op www.parkenmaand.nl.

Groenrede(n) 2019 van Kees Moeliker: “De stad is ook natuur”

De jaarlijkse groenrede(n): “De stad is ook natuur“. Uitgesproken door Kees Moeliker (directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam) bij de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2019 op 1 september jongstleden in Het Park.

Dames en heren, als u het treft en er ook een beetje oog en oor voor heeft, ziet en hoort u hier vandaag, 1 september 2019, hoog in de bomen van Het Park de bonte vliegenvanger. Laag bij de grond fladderen distelvlinder, bont zandoogje en gehakkelde aurelia. Hier bieden oude bomen nestgelegenheid aan blauwe reiger, boomklever en bosuil. De vijvers zitten vol zoetwatermosselen. Tongvarens vormen sporen en de muurleeuwenbek bloeit. De biodiversiteit van dit stadspark is groot, en dat geldt ook voor de verscheidenheid aan dieren en planten binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam. Mijn collega’s van Bureau Stadsnatuur houden de stand nauwgezet bij: de teller staat momenteel op 1092 soorten dag- en (vooral) nachtvlinders, 925 soorten hogere planten, 352 soorten vogels, 264 soorten vliegen, 165 soorten mossen, 119 soorten bijen en hommels, 53 soorten vissen, 44 soorten zoogdieren, 40 soorten libellen, 24 soorten sprinkhanen, 11 soorten amfibieën en reptielen, en nu ben ik nog niet eens halverwege de lijst die nog steeds groeit. Onlangs werd er hier vlakbij, in de daktuin van het Erasmus MC, nog een nieuwe insectensoort voor Nederland ontdekt: een nog geen vier millimeter grote schildwesp. Gisteren werden er in het kader van de landelijke Nachtvlindernacht motten gevangen in het Essenburgpark – dat leverde de loeizeldzame Sint-Janskruiduil op.

Rotterdam dankt die rijke biodiversiteit aan een aantal factoren. Steden zijn net een tikje warmer dan het buitengebied, en dat help sowieso. We hebben hier het havengebied dat zich uitstrekt tot de Maasvlakte en Hoek van Holland, en onze stad heeft relatief veel en vooral grote parken. Samen met sloten, vijvers, binnentuinen, groene daken, wegbermen en andere micro-leefgebiedjes maken die onze stad tot een plek die de mens deelt met een grote verscheidenheid aan dieren en planten.

Wat hebben wij – stadsmensen – aan al dat natuurschoon? Bijna anderhalve eeuw geleden verkoos de schrijver George Gissing (1857-1903) het stadse leven in Londen voor dat op het Engelse platteland omdat – ik citeer – ‘parken niets anders zijn dan straatstenen verhuld onder een laagje gras’. Dat is nu wel even anders. Toen ik vorig jaar voor RTV-Rijnmond mocht meewerken aan de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen’ ben ik op prachtige groene plekken geweest. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er ook letterlijk zelf wat van maken. Ik heb gezien en ervaren hoe mijn stadsgenoten parken en tuinen op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied.

Stadsnatuur is onmisbaar, voor iedereen. Stadsparken scharen zich onder de eerste levensbehoeften, en in vergelijking met betonwoestijnen hebben groene steden voordelen op het gebied van economie, gezondheid, welbevinden en (ecologische) veerkracht.

Een groene stad is (financieel) rijker en heeft een gunstig vestigingsklimaat, maar in dat economische voordeel schuilt een gevaarlijke paradox. Grond- en huizenprijzen nabij stadsparken zijn 10 tot 20% hoger dan elders in de stad en daardoor is de druk om in of bij parken te bouwen groot. Een stad die dat toelaat, snijdt zichzelf en haar bewoners in een levensader.

Het besef dat natuur goed voor de gezondheid is, kent een lange geschiedenis maar kreeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw vleugels toen bleek dat patiënten die na een galblaasoperatie uitkeken op groen, sneller genezen dan zieken met dezelfde kwaal die vanuit hun bed slechts uitzicht hadden op een blinde ziekenhuismuur. Het Erasmus MC heeft de nieuwe daktuin echt niet alleen voor die schildwesp aangelegd. Wetenschappelijk onderzoek bewijst ook dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere stadsdelen. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur.

Groen in steden zorgt ook voor een verhoogd gevoel van veiligheid, en parken zorgen voor sociale cohesie en -mobiliteit. Ook families uit Hillegersberg barbecueën, ondanks de beschikbaarheid van een riante eigen tuin, voor de sfeer en gezelligheid in het Vroesenpark.

Parken verhogen ook de ecologische waarde, de veerkracht en de duurzaamheid van steden. De eerder genoemde rijke biodiversiteit is ook op zich zelf al dikke winst, zeker ook omdat de natuurwaarden van het agrarische buitengebied achteruit hollen. De stad is een biotoop met eigen natuurwaarden. Op het gebied van veerkracht en duurzaamheid is berekend dat de 2,4 miljoen bomen die in het centrum van Beijing groeien, jaarlijks bijna 1.300 ton fijnstof wegvangen. In Chicago heeft één boom alleen al om die zuiverende werking een fictief prijskaartje van dik 400 dollar. Parken absorberen water dat anders voor overstromingen kan zorgen, en de temperatuur is er 1 tot 4 graden lager dan elders in steden. Wie heeft er in de afgelopen zomer geen verkoeling gezocht in een park?

Het is al met al logisch dat steeds meer mensen van stadsparken gebruik maken, en dat is goed. Maar hoe ver ga je met festivals en andere invasieve activiteiten in openbaar groen? De draagkracht van een park verschilt wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Dat (natuur)besef moet bij parkbeheerders, festivalorganisatoren en -bezoekers dieper wortelen.

Rotterdam heeft nog geen duidelijk en breed gedragen ecologisch beleid voor de buitenruimte. Daar zou vol op ingezet moeten worden, want het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daarom alvast zes aanbevelingen:

(1) Maak groene verbindingen tussen parken, ook met het buitengebied;
(2) Koester braakliggende terreinen – dat zijn broedkamers van biodiversiteit;
(3) Laat eens wat groeien, maai met mate en bewust;
(4) Zorg niet alleen voor groen, maar ook voor kleur – wilde bloemen zijn onmisbaar voor insecten en fleuren mensen op;
(5) Betrek burgers bij aanleg en beheer van parken en tuinen – kennis en enthousiasme zijn onbetaalbaar;
(6) Bouw natuurinclusief – zodanig dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.

Tenslotte en bovenal, dames en heren, benadruk ik dat er niets, maar dan ook niets van bestaande parken afgeknabbeld mag worden voor woningbouw of wat dan ook .’

Rotterdam – 1 september 2019

Kees Moeliker
Directeur Natuurhistorisch Museum Rotterdam

“99 festivaldagen hartje zomer in het Kralingse Bos = teveel!”

In een brief aan wethouder Wijbenga vragen de Rotterdamse Parken aandacht voor het (gedeeltelijk) afsluiten van Rotterdamse parken voor festivals in het zomerseizoen. Eerder schreven ook de wijkraden van Blijdorp en Kralingen een ongevraagd advies aan de wethouder over de festivals. 

Met deze brief aan de wethouder Wijbenga willen de gezamenlijke Rotterdamse parken de problemen met festivals in met name Het Park (bij de Euromast), het Zuiderpark, Vroesenpark, wijkpark in het Oude Westen en het Kralingse Bos aan de orde stellen. “In deze parken is de balans tussen het aantal festivalbezoekers vergeleken met de gebruikers die de parken het jaar rond gebruiken zoek”, aldus het Rotterdamse Parkenoverleg *). Het Parkenoverleg is zich er van bewust dat festivals onderdeel zijn van onze stadscultuur en dat parken daarvoor een mooi decor vormen en is dan ook niet tegen evenementen in de stads – en wijkparken, maar wil de parken wel aantrekkelijk houden voor alle Rotterdammers. Daarvoor zijn veranderingen in het huidige beleid nodig, schrijft men aan de wethouder.

In de brief aan de wethouder worden meerdere punten aangekaart: het aantal op- en afbouwdagen, het aantal festival, de bezoekersaantallen, afval dat blijft liggen, schade aan de parken en verstoring van flora en fauna.

99 dagen op – en afbouw in het Kralingse Bos (hartje zomer) zijn te veel!

  • Afgelopen zomer bezetten de festivals bijvoorbeeld 99 dagen delen van het Kralingse Bos. Zo ook het stuk strand aan de plas. Deze locatie is ‘aangewezen’ als plek voor Rotterdammers die in de zomer niet op vakantie kunnen of gaan.
  • In het Vroesenpark volgen de festivals zich met zo’n hoog tempo op (met forse aantallen festivalbezoekers) dat de grasmat zich niet meer kan herstellen. De gehele zomer is het grasveld daarom een stofbad geweest.
  • In het relatief kleine ‘Wijkpark het oude Westen’ waren in 2018 10 evenementen die met op- en afbouwtijd een groot deel van de zomer grote delen van het park bezetten.

*) Rotterdams Parkenoverleg
Het Rotterdamse Parkenoverleg bestaat sinds 2007. Dit overlegplatform groeide in de loop der jaren uit tot een overleg waarin 29 Rotterdamse stads -, wijk -, buurtparken worden vertegenwoordigd door bewoners. Het Parkenoverleg werd opgericht omdat er veel Rotterdammers zijn die invloed willen uitoefenen op hun directe woonomgeving. Het Rotterdams Milieucentrum organiseert met het Parkenoverleg die invloed.

Parkenmaand afgesloten met conferentie Groen van de toekomst

Met de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ werd 29 september de Rotterdamse Parkenmaand afgesloten. Groenaannemers, groene-organisaties, welzijns – en bewonersorganisaties, zelfbeheerders en (andere) Rotterdammers met een ‘groen hart’ gingen met elkaar in gesprek over hoe Rotterdam het groenonderhoud in de toekomst beter en slimmer kan uitvoeren?

De conferentie vond plaats onder en op de Hofbogen en het nieuwe ‘Luchtpark’. Wethouder Wijbenga (van buitenruimte) opende de conferentie.

Bert Wijbenga
De conferentie werd geopend door wethouder buitenruimte Bert Wijbenga. Hij gaf een toelichting op de groende ambities van het Rotterdamse College. De komende vier jaar wil het college de stad vergroenen met 200.000 m2 terwijl er ook een flinke bouwopgave ligt. Er wordt onder meer ingezet op de aanleg van rivierparken, het realiseren van ecologische verbindingen, meer groene daken en het verruilen van verharding voor groen.

Kees Moeliker
Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam inspireerde de deelnemers met een column. Hij stond stil bij de ‘de mens’ in het Rotterdamse groen en stadsnatuur. Wat doen ze er, waar komen ze en waarom? De televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ van RTV-Rijnmond geeft antwoord op deze vragen: Kees fietst door de stad en praat met Rotterdammers in het groen. Na vijf afleveringen is duidelijk, dat bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Het Rotterdamse groen en de stadsnatuur worden omarmd door Rotterdammers. Maar waar ligt de grens van wat wel en wat niet kan? Hoe zijn mens en natuur in evenwicht in de stad? Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Kees zegt in zijn column: ‘Groen heeft de toekomst’. Lees de colunm HIER <<<

Workshops
In vijf workshops spraken de aanwezigen over de uitdagingen in het groenbeheer in Rotterdam.

    • aanbesteden van de toekomst: Er is veel te winnen en mogelijk in de samenwerking tussen initiatieven uit de buurt en groenaannemers. Wederzijds vertrouwen is daarbij belangrijk. Ruimte voor het leveren van kwaliteit moet behouden blijven daar wordt door alle partijen meer ruimte voor gewenst) en ook het toezicht daarop kan verbeterd worden … “waarom de buurt geen toezicht laten houden”.
    • participatie: Bij participatie werd duidelijk dat in een volgende aanbesteding van het groenonderhoud aandacht moet zijn voor maatwerk per gebied. Zodat er beter wordt aangesloten met de onderhoudsactiviteiten bij de vragen uit de wijken. Momenteel wordt er veel gestuurd op resultaten zoals hoe vaak er wordt gemaaid en hoe vaak er wordt geschoffeld. Met participatie worden andere waarden belangrijker zoals samenwerken, gezondheid en buurtverantwoordelijkheid. Meet juist die inspanning en niet alleen het resultaat. 
    • resilience & groenonderhoud: Belangrijkste leerpunt bij de workshop resilience is dat je van groen goud kunt maken. Dit betekent dat groenafval van de een, grondstof is voor de ander. Zo zou je vraag en aanbod van planten via social media kunnen koppelen, een soort GroenisGoud marktplaats. Het vergroenen van de stad is ook belangrijk bij de wateropgave van de stad. Dat draagt bij aan een weerbare, veerkrachtige stad. Als er meer gebouwd wordt, is ook aandacht nodig voor groen in de buurt. 
    • samenwerking: Bij deze workshop is stil gestaan welke partijen allemaal betrokken zijn bij het groenonderhoud. De partijen zijn in beeld gebracht en hoe deze zich verhouden tot elkaar en het groenonderhoud.
    • insectenvriendelijk beheer:  De deelnemers aan de workshop hebben in totaal 23 maatregelen op een rij gezet, die kunnen bijdragen aan een insectenbewust beheer. Daarnaast ook 8 belemmeringen. De top 2 aanbevelingen waren: 1) Zorg voor bewustwording en draagvlak bij alle betrokken partijen en geef uitleg over beheer en resultaten hiervan, 2) Kennis & Maatwerk bij Opdrachtgever & Opdrachtnemer.

Het was een inspirerende middag. >>> HIER <<< het completere verslag van de conferentie.

 

De Groenrede(n) van Wim Pijbes bij opening Parkenmaand

De eerste Rotterdamse Groenrede(n) uitgesproken door Wim Pijbes op 1 september 2018 op het Dakpark in Delfshaven. Voorafgaand aan de aftrap van de Rotterdamse Parkenmaand 2018.

“Dames en heren!

Een eer om als eerste de groenrede te mogen uitspreken ter gelegenheid van de opening van de Parkenmaand. In de uitnodiging die ik ontving werd mij verzekerd dat ik deze rede helemaal vrij mocht invullen, zolang het maar over parken en groen in de stad gaat.

Dat doe ik met plezier want groen is van levensbelang juist in een stad, en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. Dames en heren: de aandacht voor groen groeit, groen is goed, groen is gezond. Parken zijn dus goed, en: mensen houden van parken. Dus wat houdt ons tegen? Alle positieve kwaliteiten die je aan parken toedicht zijn waar, en vinden weerklank bij bewoners, bezoekers en bestuurders, van links tot rechts. Ik durf te stellen: iedereen houdt van parken. Hoe kan het ook anders, want internationaal worden parken gewaardeerd als onmisbare vitale elementen in iedere urbane samenleving.

People watching people doing the same thing’ is een universeel plezier en overstijgt alles en verbindt iedereen, arm en rijk, jong en oud.

Bezoekers komen vooral uit de eigen stad, ongeacht rang of stand. Parken behoren tot de meest geliefde en gewaardeerde vormen van publieke ruimte. Dat lijkt mij voor ieder stadsbestuur een prettig gegeven. Ook prettig voor ieder stadsbestuur – dit is voor de rekenaars onder ons – is dat verschillende internationale studies telkens opnieuw vaststellen dat de waarde van vastgoed, gelegen aan een aantrekkelijk park gemiddeld 15% hoger is dan vergelijkbare panden elders in een stad. En daarom verbaast het mij dat parken in veel gevallen als een onrendabele post op de begroting worden beschouwd.

Dames en heren: een goed park maken is tegelijk complex en doodeenvoudig.

Het grootste stadspark van de twintigste eeuw, het Amsterdamse Bos (935 ha), is destijds ontworpen door een team van sociologen, biologen, stedenbouwers en architecten. Het belangrijkste: van begin af aan wist men precies wat men wilde. Bijvoorbeeld een bezoekersmaximum van 100.000 per dag, met een piek van 70.000 op hetzelfde moment. Het Amsterdamse Bos voldoet zo aan de uitgangspunten voor een geslaagd park:

  1. goed gepland
  2. goed ontworpen
  3. goed beheerd

Ik kom daar straks op terug.

Wanneer niet voldaan wordt aan een van deze drie gaat het namelijk fout. Gemeentelijke diensten, deelraden en gemeentebesturen hebben de ondankbare taak iedereen (lees: publiek) het naar de zin te maken, wat zelden lukt. Ieder seizoen wordt menig strijd uitgevochten tussen gebruikers, bezoekers en bewoners. Wij kennen allemaal de discussies over het Museumplein, het Vondelpark, het Kralingse Bos, het Vroesenpark en Het Park. Overal heb je tegenstrijdige wensen van belangengroepen, omwonenden, gebruikers, en festivalorganisatoren, commercieel dan wel cultureel.

En het kan anders! Anders en beter! Er bestaan modellen waarin bestuur en publiek; met private en publieke middelen het stadspark van de toekomst kan laten groeien en bloeien!

Dames en heren, ik neem u graag mee naar Fifth Avenue en 42nd street in New York, naar Bryant Park. Bryant Park is 6 ha groot, vergelijkbaar met het Museumpark in Rotterdam. De problematiek van beide parken was vergelijkbaar. Na jarenlange verwaarlozing en overlast gevende junks besloot het stadsbestuur tot drastische maatregelen en droeg het park over aan de private Bryant Park Corporation. Een plan werd gemaakt waarbij als eerste maatregel de hekken werden verwijderd. Omgangsnormen met zwervers werden vastgesteld waarbij daklozen werden geaccepteerd als een gegeven maar overlast niet werd gedoogd. Door actief beheer werden stille gedeeltes van het park roulerend geactiveerd zodat junks geen bezit konden nemen van ‘eigen’ territorium. Bryant Park heropende in 1995, de hoogte van de oorspronkelijk onderhouds- en exploitatiekosten worden nog steeds betaald door de stad New York, substantieel aangevuld met publieke middelen. Het Museumpark de naast gelegen Rozentuin en voormalige Bijbelse tuin liggen er nog steeds matig bij. Bryant Park staat model voor een nieuwe ontwikkeling die ook in Nederland medestanders krijgt: het vormgeven van de publieke ruimte door een publieke en private samenwerking.

Voor het Bryant Park zijn tien factoren bepaald die als universele voorwaarden van geslaagd stadsgroen gelden, en verder gaan dan de drie uitgangspunten van het Amsterdamse Bos:

  1. veilig
  2. schoon
  3. instemming van betrokkenen
  4. toiletten
  5. bankjes
  6. verlichting
  7. beplanting voor alle seizoenen
  8. programmering
  9. inrichting
  10. management

Parken die onvoldoende functioneren schieten op een of meerdere van deze punten tekort. De oplossing begint met het honoreren van deze tien. Daarbij is niet langer de overheid als enige de aangesproken partij. Om het potentieel van stedelijk groen optimaal te laten floreren kan het principe worden gehanteerd waarbij burgers en de overheid de handen ineenslaan om de publieke ruimte te optimaliseren.

En nu naar Rotterdam. Na de grote brand van Londen in 1664, kwam het stadsbestuur vanuit Engeland naar Rotterdam om inspiratie op te doen en om hier de mooiste riverfront van Europa te bezoeken: de Boompjes. Hier was in 1615 een dubbele rij lindebomen geplant met aflopend naar het water wilgenbomen. Een wandelpromenade van grote allure. Waar in Rotterdam hebben we dat tegenwoordig? Het Park ligt met zijn rug naar de Maas, gescheiden door een brede, ongedefinieerde strook parkeerterrein en autoweg. De oorspronkelijke Boompjes is een drukke vierbaans verkeersader, de Oude Plantage, het oudste park van Rotterdam, is op Deltahoogte gebracht en leidt een vergeten bestaan, het Buizenpark op Katendrecht kent haast niemand en ligt er verlaten bij.

Ik wil niet teveel somberen, juist niet, want hier liggen enorme kansen voor onze stad. En wie wil zien wat ik bedoel kan naar New York kijken waar de afgelopen jaren, nota bene door Nederlandse, waaronder Rotterdamse architecten, de hele riverfront rondom Manhatten en Brooklyn wordt vergroend. Ik noem Governers Island, Battery Park, Brooklyn Bridge Park, en allemaal vanaf de dag van de opening een instant succes, omarmd door de buurt en bezoekers van buiten. En, bovenal, met publiek-private fondsen gefinancierd. Dat kan ook in Rotterdam. Rotterdam heeft de mogelijkheden, Rotterdam heeft de middelen en Rotterdam heeft nu het momentum!

Ik zeg: alle seinen op groen. de Parkenmaand is geopend!”

Wim Pijbes, Opening Parkenmaand 01/09/2018

 

Parkenmaandcongres over ‘Groen van de toekomst’

In 2020 wordt het groenbeheer in Rotterdam opnieuw aanbesteed. Grote groenbeheerders kunnen zich dan weer voor miljoenenopdrachten inschrijven voor het onderhoud aan de ‘parken en perken’ in onze stad.

Maar … krijgen bewonersinitiatieven hierin nog een kans? Is een ‘right to challenge’ nog een haalbare kaart? Zijn de grote groenaannemers bereid (een deel van hun) budget af te staan aan zelfbeheer-projecten van bewoners?

Congres ‘groen van de toekomst
De gemeente Rotterdam organiseert ter afsluiting van de Rotterdams Parkenmaand op 29 september een congres over ‘groen van de toekomst en vooral ook hoe kan de aanbesteding slimmer zodat er ruimte ontstaat voor (meer) bewonersinitiatieven in het groen! Bewoners, beleidsmakers, gemeenteraads – gebiedscommissie – en wijkraadsleden en hoveniers/aannemers, groenbeheerders zijn hier van harte bij uitgenodigd. Vanaf 12.00 uur onder en op het nieuwe Luchtpark (onder het voormalige treinstation Hofplein) aan de Raampoortstraat. Aanmelden kan via groenvandetoekomst@nullrotterdam.nl.

Programma 29 september 
Naast een aantal spraakmakende sprekers worden er ook een aantal workshops georganiseerd.

Workshops

1. Aanbesteden van de toekomst!

  • Welke sociale en fysieke raakvlakken zien we bij groenonderhoud?
  • Hoe borg je sociaal en fysiek?

2. Participatie

  • Hoe creëer je participatie in de totstandkoming van het groenonderhoud?
  • Hoe krijgt participatie een plek in het groenonderhoud?
  • Wat is nodig om dit te versterken?

3. Resilience in relatie tot groenonderhoud

  • Biodiversiteit
  • Klimaatbesteding
  • Circulariteit
  • Kwaliteit

4. Samenwerking en netwerk, hoe creëren we gezamenlijke verantwoordelijkheid?

  • Onderhouden van het netwerk
  • Wat is nodig om dit te versterken?

5. Insectenvriendelijk beheer

  • Hoe zou insectenvriendelijk beheer eruit moeten zien?
  • Bedenk maatregelen samen met boswachters van de gemeente Rotterdam en Natuurmonumenten