Berichten

Aan de slag met de Rotterdamse omgevingsvisie

Ook de gemeente Rotterdam is aan de slag met de omgevingsvisie, in het kader van de nieuwe omgevingswet. Ter onderbouwing van deze omgevingsvisie voor onze stad wordt eerst onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten daarvan.

 

De resultaten van dit onderzoek worden beschreven in het Rotterdamse omgevingseffectrapport (het ROER), eigenlijk is dit een PlanMER. Deze milieueffectrapportage is nodig voor de onderbouwing van de omgevingsvisie.

Lees er HIER meer over.

Naar aanleiding van de uitgangspunten voor dit onderzoek (naar de effecten van de omgevingsvisie) heeft het Rotterdams Milieucentrum, samen met de Natuur – en Milieufederatie Zuid Holland, Natuurmonumenten en het Zuid Hollands Landschap een zienswijze geschreven. Hoewel de natuur – en milieuorganisaties positief staan tegenover de uitgangspunten willen zij dat een aantal punten wordt meegenomen in het onderzoek.

Compact

Er zal een goed evenwicht gevonden moeten worden tussen het streven naar de ‘compacte stad’ en het behoud van bestaand stadsgroen. Oftewel het bouwen in het bestaande en spaarzame groen moet niet een uitgangspunt worden om tot een compacte stad te komen. Daarnaast blijft het huidige dakoppervlak in de stad vrijwel onbenut. De daken geven de mogelijkheid om gebruiksgroen toe te voegen aan de compacte stad.

Gezond

Biodiversiteit: Biodiversiteit gaat wereldwijd achteruit. Steden kunnen een bijdrage leveren aan het behoud van soorten en het versterken van natuurbeleving. Door stedelijk groen (parken, tuinen, bedrijfsgroen, straatgroen) met de juiste beplanting in te richten en ecologisch te beheren wordt biodiversiteit ondersteund. Graag zien wij in de plannen terug op welke wijze gemeente Rotterdam de biodiversiteit in de stad wil gaan verbeteren.

Luchtkwaliteit: Om een gezonde buitenlucht voor de mensen in de stad te waarborgen is het nodig binnen de gestelde WHO normen te blijven. Om dit goed te kunnen monitoren zou het vanzelfsprekend moeten zijn hier aandacht aan te geven in de mobiliteitsplannen die worden opgesteld. Daarnaast zullen goede verkeerscirculatieplannen moeten voorkomen dat er doorgaande routes door Rotterdam blijven lopen. Hiermee zal er aandacht moeten zijn om  het gemotoriseerd verkeer af te afzwakken om te komen tot een autoluwere stad. Op welke wijze worden deze punten uit de coalitie gezond verkeer vorm gegeven in de Omgevingsvisie?

Openbaar vervoer: Onderdeel van mobiliteitsplannen is ook het goed benutten en uitbreiden van het openbaar vervoer. Zoals bijvoorbeeld het benutten van de tunneltraverse tussen noord- en zuid Rotterdam als snelle en schone OV verbinding.

Parkeren: Wordt er ook aandacht besteed aan de parkeernormen voor nieuwe kantoren/bedrijven die veelal voldoende OV in de directe omgeving hebben?

Fiets: Om te komen tot een gezonde en vitale stad zal naast het Openbaar Vervoer ook de fiets meer ruimte moeten krijgen. Meer ruimte voor de fiets in de stad door middel van goede fietsverbindingen en voldoende fietsenstallingen.

Stikstof: Natuurorganisaties voeren diverse herstelmaatregelen uit om de schade van stikstof in natuurgebieden te herstellen. Maar zolang de stikstofuitstoot niet omlaag gaat, is het dweilen met de kraan open. Daarom is het verminderen van de uitstoot aan de bron van essentieel belang. Wij vragen dan ook aan de gemeente Rotterdam op welke wijze er wordt gewerkt aan de reductie van stikstof in de stad.

Hittestress: Het wordt steeds warmer in Nederland en de warmte wordt langer vastgehouden. Met name in steden is deze trend goed merkbaar en de verstedelijking blijft toenemen. Wat zijn de plannen van Rotterdam om hittestress in de stedelijke omgeving tegen te gaan?

Productief

Bedrijfsvoering is van groot belang in de stad, ook hier kunnen de nodige bijdragen worden geleverd aan een schonere stad. Op welke wijze gaat de gemeente Rotterdam werken aan een effectief en schoon stadsdistributiesysteem dat moet voorkomen dat vervuilend vrachtverkeer de stad in moet voor de aflevering van goederen bij winkeliers en overige bedrijven?

Circulair

Zonne-energie: In de stad Rotterdam zijn er een tal van ongebruikte daken. Op scholen, bedrijfspanden etc. Veel van deze daken zijn geschikt voor een zonnedak. Het zou dan ook zeker van meerwaarde zijn wanneer de gemeente Rotterdam een visie zou ontwikkelen op welke wijze deze daken benut kunnen worden voor zonne-energie?

Groen in de stad: In het stedelijke gebied verdwijnt groen, bijvoorbeeld door nieuwe woningen, het verharden van pleinen met steen of cement en het bouwen van bedrijventerreinen. En er zijn ook steeds meer mensen die hun tuin betegelen. Groen in de stad is nodig voor een klimaatbestendige en leefbare stad. In de afgelopen jaren hebben de ontwikkelingen ten aanzien van stedelijk groen stil gestaan, de kans dit aan te pakken is er nu. Graag zien wij dan ook op welke wijze de gemeente Rotterdam invulling gaat geven aan een klimaatbestendige stad.

Inclusief

Natuurinclusief: Natuurinclusief bouwen geeft de mogelijkheid een gezonde en aantrekkelijke stad te creëren. Het is een feit dat goed stedelijk groen voor verkoeling zorgt in de zomerhitte, het zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Op welke wijze gaat de gemeente Rotterdam hier een invulling aan geven?

Waterberging en vergroening: De klimaatverandering heeft een duidelijk impact op de stad, heftige regenbuien kunnen veelal niet worden opgevangen. Waterberging en vergroeningsplannen, bijvoorbeeld op daken, zouden een oplossing kunnen zijn van dit probleem waarvan de uitwerking in de Omgevingsvisie op zijn plek zou zijn.

Beleidsnotities

De gemeente staat voor vele uitdagingen die vertaald zijn in diverse beleidsnotities en plannen op het gebied van hittestress, zon op dak, mobiliteit, vergroening, verduurzaming van de bestaandebouw, klimaatadaptatie, het klimaatplan, de resilience-aanpak, water, circulair, etc. De Omgevingsvisie is bij uitstek het medium deze beleidsnotities, uitgangspunten, doelen, stippen op de horizon en plannen tot één geheel te maken: een samengevatte stadsaanpak.

Participatie

Als natuur- en milieuorganisaties hebben wij een breed netwerk. Er zijn vrijwilligersorganisaties die zich verbonden voelen met de stad inclusief de omgeving, en de ontwikkelingen die hier plaats vinden. Het zou een gemiste kans zijn hier geen gebruik van te maken. Wij willen dan ook graag met de gemeente Rotterdam mee denken op welke wijze de achterban van de natuur- en milieuorganisaties op een goede manier zou kunnen worden ingezet.

Lees de complete zienswijze HIER <<<

 

Vopak

Milieuorganisaties willen onderzoek tankopslag

Op 5 augustus 2014 maakte het tankopslag bedrijf VOPAK in de Botlek melding van een ongewoon voorval. Bij de milieudienst DCMR komt ‘s nachts de melding binnen dat uit opslagtank 201 aan de Moezelweg nafta-damp is vrijgekomen. De lekdetectie slaat al op 4 augustus rond 14.00 uur alarm. Pas 5 augustus 1 uur ‘s nachts  (10 uur later) komt de eerste melding binnen bij de meldkamer van de DCMR milieudienst. 7 augustus, drie dagen na het incident, is er een gesprek tussen de VOPAK en de milieudienst. Dan pas wordt de volle omvang van het incident duidelijk. Er is 100 tot 150 ton nafta in de atmosfeer gekomen.

Klasse 0
Nafta is een zeer licht ontvlambare aardoliedestillaat. VOPAK heeft alleen vergunning voor de opslag van “Klasse 1 en 2” stoffen. Dus niet voor zeer vluchtige, brandgevaarlijke en giftige klasse 0 stoffen zoals sommige nafta’s. “De opslag zoals hierboven omschreven is in strijd met hetgeen is aangevraagd en vergund“, stelt het provinciebestuur in een brief aan het bedrijf – en – “U heeft daarmee voorschrift 1.1 van de revisievergunning van 15 juni 2007 overtreden“.  Duidelijke taal van de Provincie.

dcmr

Management
De milieu-inspecteurs van de DCMR constateren ook dat VOPAK onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid en het management laat te wensen over. De milieudienst: “Als gevolg hiervan is ook de beheersing van de uitvoering onvoldoende geweest, hetgeen heeft geleid tot bovengenoemd incident.” (het weglekken van 150 ton nafta, red.). Ook meldde VOPAK het incident te laat, vindt de DCMR:  “Met een tijdsverloop van meer dan 10 uur tussen de eerste constatering en de melding heeft u niet voldaan aan uw plicht om ongewone voorvallen zo spoedig mogelijk te melden.”  (deze verplichting is vastgelegd in de wet milieubeheer en in de vergunning die werd verleend door de Provincie, red.). Incidenten (zogenaamde CIN-meldingen) dienen uiterlijk binnen 15 minuten worden gemeld en dus niet 10 uur later.

16 incidenten
Het provinciebestuur schrijft in een brief dat het personeel van VOPAK onvoldoende geïnstrueerd en voorbereid is. Er blijken in totaal 16 ongewone voorvallen te zijn geweest waarbij een te vluchtige stof uit de naastgelegen raffinaderij in een van de VOPAK tanks is afgelopen. ‘Eens te meer maakt dit duidelijk dat bij u (uw medewerkers) onvoldoende inzicht in en kennis van het productieproces bestaat” schrijft de provincie. Het bedrijf krijgt in februari 2015 een dwangsom opgelegd door de Provincie Zuid Holland met de opdracht orde op zaken te stellen (op straffe van € 20.000 per ‘overtreding’). De officier van justitie legt later in het jaar zelfs het werk stil met een voorlopige maatregel. Zowel de dwangmaatregel van de provincie als die van de officier van justitie worden teruggedraaid door de ‘kort geding’ rechter.  Justitie is direct in hoger beroep gegaan. Het grote probleem is dat het ook zeer ingewikkelde materie gaat, ook voor rechters. De zaak dient nu nog.

Vergunning
Intussen vraagt VOPAK in december vorig jaar een WABO-vergunning aan voor het mogen opslaan van klasse 0 stoffen. VOPAK vraagt, in de ogen van de milieuorganisaties, vergunning aan voor iets waar men al jaren ongeoorloofd mee bezig is. Namelijk het opslaan van stoffen waar nu geen vergunning voor is. Drie milieuorganisaties klimmen in de pen en verzoeken de Provincie om een Milieu Effect Rapportage en een zorgvuldige en degelijke afweging te maken voordat er een vergunning wordt afgegeven voor de opslag van dit soort stoffen. Men wijst hierbij ook op de diverse incidenten zoals de 150 ton nafta die op 4 augustus 2014 de atmosfeer in kwam. Het bestuur van de provincie Zuid Holland is nu aan zet. – wordt vervolgd -.

De zienswijze n.a.v. de vergunning aanvraag van VOPAK van Milieudefensie, de Milieufederatie en het Rotterdams Milieucentrum:
vopak.wabo.zw.def.3.rmc

 

¿?Dakennie¿? wint Pluk van de Pettefletprijs!

¿?Dakennie¿? het educatie-programma voor schoolkinderen op de Dakakker wint de Zuid-Hollandse Pluk van de Pettefletprijs en gaat door naar de nationale finale!

KIO-1833 KIO-1822 KIO-1761 KIO-1836

Het Rotterdamse ¿?Dakennie¿? heeft de Zuid-Hollandse Pluk van de Pettefletprijs gewonnen. Uit de 16 inzendingen koos de jury het project van dakboerin Angelique als meest creatief, effectief en uitvoerbaar project. Angelique wint de provinciale prijs van €500,- en gaat door naar de landelijke finale waar zij kans maakt op de landelijke prijs van 3.000 euro, te besteden aan haar project. De Pluk van de Pettefletprijs is een initiatief van de Natuur- en Milieufederaties en Vroege Vogels van de Vara.

KIO-21 KIO-33

Angelique is de enthousiaste dakboerin van ‘Dakakker’. Zij is de allerhoogste boerin in Nederland en ontvangt honderden kinderen op haar akker op de zevende verdieping van een flet midden in de grote stad. In en om haar kleine dakboerderij. Samen met de kinderen maakt ze duizenden zaadbommen met bijzondere en bedreigde inheemse zaden die de boerin en de kinderen op de dakakker oogsten. De kinderen zorgen hiermee voor meer biodiversiteit in de stad!

Zaadbommen
In het educatie-programma maken kinderen honderden zaadbommen met inheemse zaden (van de rode lijst) die ‘geworpen’ worden in de omgeving van de Dakakker. De zaden komen uit de inheemse kruidentuin boven op ‘t dak!

Bijenhotels
In het educatief programma maken kinderen ‘bijenhotels’ voor diverse ‘bestuivers’.

Beleven en creëren
In het programma ?DAKENNIE?kunnen kinderen beleven en creëren. Stadslandbouw is vandaag de dag nog een hip woord straks een alledaags feit. In  ?DAKENNIE? draait alles erom dat de kinderen aan de slag kunnen met groen, groenten, stadslandbouw midden in de stad bovenop een ‘flet’. De Dakakker op het dak van Het Schieblock, een kantoorgebouw in het centrum van Rotterdam, is het grootste stadslandbouwdak van Europa. Op 1000 m2 groeien groenten, kruiden, inheemse bloemen, fruit en er staat en er staan zes volle bijenkasten.

Regenwater
Regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor de bewatering van de akkers, een kleine windmolen zorgt voor energie t.b.v. de waterpompen en de elektriciteit in het dakpaviljoen. De producten van het dak worden geleverd aan horeca en bewoners in de directe omgeving van Het Schieblock. In het programma ?Dakennie? zijn de kinderen te gast bij de dakboerin. Ze gaan echt aan de slag met stadslandbouw en maken kennis met groene daken, biodiversiteit, gezonde voeding, duurzaamheid en het houden van bijen in de stad.

Schooljaar 2015 – 2016
De ‘dakboerin’ biedt het komend schooljaar 2015 – 2016 een mooi en spannend educatief aanbod aan de kinderen van de bassischolen in heel Rotterdam bovenop de ‘flet’!

Weblinks:

www.dakakker.nl
www.natuurenmilieufederaties.nl
www.vroegevogels.nl