A13-A16

Maar liefst zeven varianten worden bekeken in deTrajectnota MER A13/A16. De A13/A16 moet over een afstand van 12 tot 14 kilometer de rijkswegen A13 en A16 gaan verbinden. Op 17, 22 en 29 september organiseert Rijkswaterstaat speciale informatieavonden met uitleg over de plannen voor deze nieuwe weg. Het Rotterdams Milieucentrumorganiseert in samenwerking met de stichtingNatuurbescherming Vlinderstrikdonderdagavond 24 september een overlegbijeenkomst voor Rotterdamse natuur – en milieu – en bewonersgroepen over de A13/A16 (om 19.30 uur in Studio Hergebruik aan de Coolsingel 53). >>>

A13A16

Volgens berekeningen van Rijkswaterstaat nemen de reistijden door de nieuwe snelweg af. Ook de A13 (door Overschie) zou worden ontlast. Milieudefensie is veel sceptischer over de effecten van de nieuwe weg. Zij schreven eerder al een kritisch commentaar op de plannen voor de nieuwe snelweg (zie de weblinks onderaan). Bewonersorganisaties in het gebied maken zich zorgen over de aanleg van de weg. In sommige varianten gaat de weg dwars door het Hoge – en Lage Bergse Bos heen. De stichting Natuurbescherming Vlinderstrik vreest voor de gevolgen voor de Vlinderstrik (ten noorde van Rotterdam) en het Schiebroeksepark.

Besluit
Eind dit jaar wil minister Eurlings een besluit nemen over de weg. De snelweg gaat tussen de 1 en 1,5 miljard euro kosten.

Drie inspraakavonden A13/A16

Programma van de informatie- en
inspraakbijeenkomsten van Rijkswaterstaat:

18.30 – 21.30 uur:
Informatiemarkt met deskundigen van Rijkswaterstaat en individuele reacties bij notulist.

19.00 – 20.00 uur:
Presentatie met aansluitend gelegenheid voor vragen

20.30 uur:
Formele hoorzitting

De bijeenkomsten vinden plaats op de volgende
locaties:

17 september 2009
Party- en congrescentrum Lommerrijk
Straatweg 99
Rotterdam-Hillegersberg

22 september 2009
Open Hof
Hesseplaats 221
Rotterdam-Ommoord

29 september 2009
’t Raedthuys
Westersingel 80
Berkel en Rodenrijs.

Reageren per kan per internet, klik: HIER
dit kan ook schriftelijk voor 5 oktober 2009! naar:

Centrum Publieksparticipatie
Trajectnota/MER Rijksweg 13/16 Rotterdam
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Overlegbijeenkomst voor Rotterdamse natuur – en milieugroepen en bewonersorganisaties
Het Rotterdams Milieucentrum organiseert in samenwerking met de stichting Natuurbescherming Vlinderstrik een speciale avond voor natuur – en milieu – en bewonersgroepen over de A13/A16:

Donderdagavond 24 september
19.30 uur
Studio Hergebruik
Coolsingel 53
Aanmelden: info@nullrotterdamsmilieucentrum.nl

Achtergrondinformatie:
Samenvatting Trajectnota MER A13/A16
Hoofdrapport Trajectnota MER A13/A16
Inspraaknotitie Stg. Natuurbescherming Vlinderstrik op de startnotitie Trajectnota MER A13/A16
Standpunt Milieudefensie
Standpunt Stg. Natuurbescherming Vlinderstrik
Inspraak Startnotitie MER van Milieudefensie

Weblinks
Inspraakpunt
Bewoners Belangenvereniging Hillegersberg en Bergsebos
www.vlinderstrik.net
www.milieudefensie.nl

Maasvlakte.2.b

Akkoord over Tweede Maasvlakte (2009)

Milieudefensie ziet af van juridische actie

Milieudefensie en het Havenbedrijf Rotterdam hebben een overeenkomst gesloten over de Tweede Maasvlakte. De afspraak is tot een vermindering van 10% te komen van luchtverontreinigende stoffen in 2020.Milieudefensie ziet af van verdere juridische actie. De directeur van Milieudefensie Frank Köhler stelt: ‘Milieudefensie is blij met deze overeenkomst. Het markeert het einde van een jarenlange strijd die voor de rechter dreigde te eindigen. Zover hoefde het niet te komen, want er ligt nu een resultaat waar het milieu en de inwoners van Rotterdam wel bij varen.‘ >>>

(foto: Frank Köhler, directeur Milieudefensie)

Verschillen van inzicht
De afgelopen maanden hebben Havenbedrijf Rotterdam en Milieudefensie gesproken over de verschillen van inzicht over milieudoelstellingen van de Tweede Maasvlakte. De uiteindelijke conclusie was dat het voor alle partijen aantrekkelijker is te streven naar een duurzame Maasvlakte dan het voeren van juridische procedures. Milieudefensie stopt dan ook alle beroepsprocedures en roept organisaties als de VNMN, de Stichting Gezond Overschie, de Vereniging Tegen Milieubederf en de Verontruste Burgers Voorne op ook de juridische procedures te staken. Milieudefensie verwacht op deze manier een grotere winst te behalen.

Onderzoek
De komende maanden komt er een onderzoek naar de beste maatregelen om de uitstoot van schadelijke stoffen te realiseren. Dan gaat het bijvoorbeeld om de inzet van walstroom voor (zee)schepen die in de haven liggen. Ook wil Milieudefensie dat vuilere zeeschepen meer havengeld gaan betalen dan schonere schepen. Zo wil Milieudefensie scheepsbedrijven aanmoedigen te investeren in milieumaatregelen. Ook komt er een onderzoek naar het vergroten van de milieuzone op de Maasvlakte zodat ook in andere delen van het havengebied alleen schonere vrachtwagens welkom zijn. Het Havenbedrijf en Milieudefensie blijven de komende jaren in overleg om het effect van de te nemen maatregelen te monitoren en indien nodig aanvullende maatregelen te nemen.

Hans Smits, directeur Havenbedrijf Rotterdam: ‘Wij zijn verheugd over de constructieve opstelling van Milieudefensie. Het is altijd het streven van het Havenbedrijf geweest om in een permanente dialoog met alle stakeholders win-win situaties te creëren waarbij de economie én de leefbaarheid versterkt worden. De aanleg van de Tweede Maasvlakte gaat onverminderd door en tegelijk zorgen we dat de haven duurzamer wordt.

Weblinks:
De overeenkomst
Het gezamenlijke persbericht van Milieudefensie en het Havenbedrijf
Documentatie Maasvlakte 2

Milieudefensie
Havenbedrijf Rotterdam
www.maasvlakte2.com

Maasvlakte2.2

Zienswijze op Maasvlakte 2 (2008)

Februari 2008

Het Rotterdams Milieucentrum en de Milieufederatie Zuid Holland: natuurcompensatie moet beter worden geregeld voor de start van de aanleg van de tweede Maasvlakte! Op 27 februari 2008 is het contract voor de aanleg van Maasvlakte 2 getekend door de bestuurders van de Nederlandse baggeraars Boskalis en Van Oord. >>>

Vóór de geplande start in september zijn er wat DeMilieufederatie Zuid Holland (MZH) en het Rotterdams Milieucentrum (RMC) betreft nog een aantal verbeteringen noodzakelijk ten opzichte van het Ontwerp bestemmingsplan. Zo stellen ze in een reactie aan de opstellers van dit plan dat niet met de aanleg gestart kan worden voordat de wijze waarop natuurcompensatie moet plaats vinden goed is geregeld.

Natuurreservaat
Dat er compensatie komt in de vorm van een ‘natuurreservaat’ in zee en een stuk nieuwe duinen bij Hoek van Holland is toegezegd. Maar er is nog geen besluit in overleg met betrokken partijen over de kwaliteit en kwantiteit van deze natuurcompensatie. Ook is er nog geen beheersplan voor het natuurreservaat in de Voordelta. Kortom de afspraken moeten nog beter uitgewerkt en worden vastgelegd. Dit geld ook voor het lange termijn kader waarin afspraken rondom monitoring, evaluatie en bijstelling geregeld worden. Vooral aan dit laatste hecht de milieubeweging grote waarde want het is de enige mogelijkheid om het nakomen van de afspraken voor de toekomst te borgen.

Mainport
Daarnaast willen de beide milieuorganisaties dat er voldoende vorderingen zijn gemaakt op de andere onderdelen van de Project Mainport Rotterdam (PMR) doelstellingen waaronder het realiseren van 750ha natuur en recreatiegebied waarvan 600 ha op IJsselmonde en 150 ha in de Noordrand van Rotterdam.

Ambities mogen hoger!
Ook mogen de ambities ten aanzien van natuur en milieu nog hoger Zo kan het schadelijk effect van de uitstoot van brandstoffen van schepen op de duinen beter worden aangepakt. En kan het ruimtegebruik compacter, schoner en zuiniger. Tenslotte pleiten de Milieufederatie Zuid Holland en het Rotterdams Milieucentrum voor de invoering van een spitsverbod voor vrachtauto’s en de verbinding van de natuurgebieden door middel van zogenaamde stapstenen.

Ook waardering
Naast kritiek is er ook waardering voor de gedegen beantwoording van de inspraakreacties en de kwaliteitsverbetering van het Ontwerp Bestemmingsplan ten opzicht van het Voorontwerp bestemmingsplan. Zo is er inmiddels gekozen voor de meest milieuvriendelijke methode voor zandwinning met beperkte gevolgen voor watervogels als de eidereend. Het Rijk heeft zijn inzet en verantwoordelijkheid toegezegd voor de bereikbaarheid en de mobiliteitsproblematiek en komt er een uitbreiding van de mogelijkheden van duurzame energie door plaatsing van windturbines.

Meer informatie
Meer gedetailleerde informatie over de reactie van de Milieufederatie Zuid Holland en het Rotterdams Milieucentrum op het Ontwerp Bestemmingsplan is te vinden:

Maasvlakte.2.b

Reactie Rotterdams Milieucentrum op MER Tweede Maasvlakte (2007)

Het Rotterdams Milieucentrum heeft samen met de Milieufederatie Zuid-Holland en natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten en het Zuid-Hollands Landschap, gereageerd op de twee milieueffectrapportages (MER’s) en de twee Voorontwerp bestemmingsplannen voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte. >>>

Tot en met 31 mei 2007 konden organisaties en andere belanghebbenden een inspraakreactie indienen (en geen ‘bezwaar’, zoals het AD-Rotterdams Dagblad zaterdag 2 juni abusievelijk vermeldde).

Duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling staat hoog in het vaandel bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. “De aanleg van de Tweede Maasvlakte is de sleutel voor een gezonde toekomst van haven en omgeving,” aldus de brochure ‘Alle ruimte voor een gezonde toekomst’. Duurzame ontwikkeling en inrichting van het 1.000 hectare grote bedrijfsterrein staan voorop. “Dit vertaalt zich onder meer in uitgebreide aandacht voor het milieu, industriële clustering, optimaal ruimtegebruik en goede inbedding van terreinen en bedrijven in het landschap,” vervolgt de brochure.

Leemtes
Ondanks dit mooie verhaal en de uitputtende milieueffectrapportages – “We hebben geen detail over het hoofd gezien,” aldus Ronald Paul, projectleider Tweede Maasvlakte, – vonden de milieu- en natuurorganisaties de nodige leemtes in het 6.000 pagina’s tellende dossier. Zo is het thema duurzaamheid te mager ingevuld en worden mobiliteitsknelpunten onderschat. Ook zijn CO2, energie en klimaat in de MER niet onderzocht en is een aanvullend programma lucht noodzakelijk. De milieu- en natuurorganisaties pleiten in hun inspraakreactie daarom voor aanvullende maatregelen en keiharde garanties voor het nakomen van afspraken. Deze zijn in zes kernpunten samengevat:

1. Het wegennet,
waaronder de A15, is niet afgestemd op de volledige ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte.
Voorstel: De hoeveelheid verkeer vraagt om logistieke, duurzame oplossingen.

2. Voorkómen dat ‘harde’ afspraken niet worden nagekomen.
Voorstel: Een onafhankelijk bureau voert de monitoring en het evaluatieonderzoek uit. Bij het niet nakomen van afspraken kunnen sancties worden opgelegd.

3. De ambities met betrekking tot luchtkwaliteit zijn mager.
Voorstel: Een aanvullend programma luchtkwaliteit met meer aandacht voor de volksgezondheid is noodzakelijk.

4. CO2, energie en klimaat zijn niet onderzocht en nauwelijks een thema in de MER.
Voorstel: Het opnemen van concrete CO2-doelstellingen voor de Tweede Maasvlakte, gekoppeld aan het soort bedrijven dat zich hier gaat vestigen.

5. Het aspect duurzaamheid komt al met al (zie kernpunten 3 en 4) niet uit de verf.
Voorstel: de onderwerpen luchtkwaliteit, CO2, energie en klimaat moeten voldoen aan de MER-richtlijnen. In een op te richten Platform Duurzame Ontwikkeling Maasvlakte 2 worden ontwikkelingen en nieuwe mogelijkheden besproken.

6. Er moet aandacht worden besteed aan natuuraspecten die samenhangen met de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte.
Voorstel: De ontwikkeling van 750 hectare natuur- en recreatiegebied moet nadrukkelijk gelijke tred houden met de realisering van de Tweede Maasvlakte.

Vervolgtraject
Op basis van de inspraakreacties zal gemeente Rotterdam een ontwerp bestemmingsplan maken. Dit ligt in oktober 2007 ter visie. In februari 2008 moet het ontwerp bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad; Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland moet het plan vervolgens goedkeuren (augustus 2008). Daarna is nog beroep mogelijk bij de Raad van State.

Meer informatie over de Tweede Maasvlakte vindt u op:

Reactie startnotitie A13/A16 – St. Natuurbescherming Vlinderstrik

aan.  Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat
Rijksweg 13/16 Rotterdam
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Contactpersoon. J. Ochtman
Ons kenmerk: U/5141
Datum. 12 december 2005


Onderwerp:
Inspraakreactie startnotitie Rijksweg 13/16 Rotterdam

Geachte mevrouw, meneer,

Wij maken hierbij graag gebruik van de gelegenheid om tot en met 12 december 2005 een inspraakreactie te kunnen indienen op de Startnotitie A13/16.

Probleemstelling
De Startnotitie noemt twee probleemstellingen die door een nieuwe Rijksweg A13/16 dienen te worden opgelost; te weten de verkeers- en milieuproblemen op de A13 en de A20. Verder signaleert de Startnotitie ten gevolge van Vinex-opgaven in de drie B-hoek en in de noordrand van Rotterdam een bovenmatige en almaar toenemende verkeersdruk op de Doenkade-N209 en op de aansluiting N209/A13, alsmede sluipverkeer en opstoppingen op met name de Molenlaan en de Terbregseweg. Randstadrail biedt weliswaar enige uitkomst, maar lost de knelpunten niet op, zo stelt de Startnotitie.

Doelstelling
De doelstelling van het project Rijksweg 13/16 Rotterdam is een oplossing creëren die de gesignaleerde verkeersknelpunten wegneemt/verkleint en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. 

Graag willen wij met u in positieve zin meedenken hoe door het aanleggen van meer asfalt en het minimaliseren van het Openbaar Vervoer de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd kan worden.

Vooropgesteld kan worden dat wij voor een schier onoverkomelijke opgave staan. Het is immers een Wet van Meden en Perzen geworden dat meer asfalt een onevenredige toename van de automobiliteit genereert en dat mensen, zodra zij gewend zijn aan de heilige koe, heel moeilijk zijn te bewegen om van Openbaar Vervoer gebruik te maken.
Dat verdubbeling van de Doenkade, een verbeterde aansluiting van de Doenkade op de A13 en de aanleg van de N470 ten gevolge van Vinex-bebouwing en bedrijventerreinen nog niet voldoende zullen zijn om de verkeersproblemen in de regio op te lossen, is nog tot daaraan toe. 

Het is echter een gotspe om vervolgens te stellen dat aanleg van een rechtstreekse railverbinding tussen Zoetermeer en Rotterdam vooralsnog niet haalbaar zou zijn omdat er onvoldoende voedingsgebied voor deze rechtstreekse railverbinding zou zijn. 
Meer aandacht voor goed en duurzaam openbaar vervoer en voor vrijliggende fietsverbindingen zou een daadwerkelijke bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

Meer asfalt kan alleen maar tot gevolg hebben dat de kwaliteit van de leefomgeving zal verslechteren; tenzij drastische en dus dure inpassingsmaatregelen worden toegepast.

Inpassingsmaatregelen
Daar waar in het traject Terbregseplein/ Doenkade/Anki Verbeek Ohrlaan volop inpassingsmogelijkheden zijn, zoals ondergrondse aanleg; worden wij in de Startnotitie in het aansluitende Traject Anki Verbeek Ohrlaan/A13 geconfronteerd met vergaande beperkingen ten aanzien van de inpassingsmogelijkheden. Het zijn juist de inpassingsonmogelijkheden in dit traject die aanleg van de A13/16 ongeloofwaardig maken daar waar het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.

Het gaat hier om een bovengrondse met de Doenkade gekoppelde aanleg over de HSL en de Hofpleinlijn heen; resulterend in een twaalfbaans rijweg tussen Anki Verbeek Ohrlaan en de HSL, vervolgens een tienbaansweg, die ter hoogte van het Doenkadeplein de vierbaans G.K. van Hogendorpweg en de nu nog tweebaans- (wordt t.z.t. vierbaans-) N470-Zuid, zal gaan kruisen. Er komen daar op het Doenkadeplein 18 rijbanen tezamen, die allemaal met elkaar aangesloten moeten worden. Tel daarbij op de effecten van Rotterdam Airport, Randstadrail en HSL en men komt tot een cumulatieve opeenhoping van luchtvervuiling, stank en herrie die zijn weergave niet kent. Duizenden mensen in Schiebroek Noord zullen daar ernstige hinder van ondervinden, tot gezondheidsklachten en waardevermindering van hun huizen aan toe.
Bedenk daarbij de gevolgen van de aanzuigende werking van de A13/16 op de G.K. van Hogendorpweg, die van deze stadsas een tweede Overschiese A13 zal maken.
Nader onderzoek naar de effecten van dit megaproject zal ongetwijfeld aan het licht brengen dat het een farce is dat een bovengrondse A13/16 in deze situatie zou bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

Varianten
De Startnotitie stelt ons voor het blok door te stellen dat ondertunneling ter plaatse onder de HSL vanwege de funderingstechniek van deze hogesnelheidslijn niet mogelijk is. Vervolgens sluit de Startnotitie elke variant uit door te stellen dat de ecologie en de grenzen van de PKB/PMR (Planologische Kernbeslissing van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam) van de Vlinderstrik gerespecteerd dienen te worden.
Daar hebben wij uiteraard begrip voor maar dit hoeft niet te betekenen dat ondergrondse aanleg van de Rijksweg in de Vlinderstrik per definitie in strijd is met de PKB/PMR.

Integendeel, ondergrondse aanleg in de Vlinderstrik betekent ten opzichte van de door Rijkswaterstaat gekozen oplossingsrichting – bovengrondse aanleg van de A13/16 gekoppeld aan de Doenkade – een enorme verbetering voor ecologie, recreatie en leefomgevingskwaliteit. De ondertunneling in de Vlinderstrik dient dan wel voortgezet te worden tot in Polder Schieveen, waar diverse varianten mogelijk zijn. Te denken valt o.a. om de ondertunneling zo zuidelijk mogelijk in Polder Schieveen voort te zetten, waar de weg ongeveer ter hoogte van de Vliegveldweg weer bovengronds komt om dan aansluiting te kunnen vinden met de Doenkade en de A13.

Funderingstechniek HSL
Door een speciale funderingstechniek van de HSL zou volgens de Startnotitie ondergrondse aanleg van de A13/16 onmogelijk zijn. Daar waar de HSL bovengronds komt, in het traject tussen Doenkade en Wildersekade, komt dit argument ons ongeloofwaardig voor. Er zijn in dit traject vier ruime onderdoorgangen gemaakt, waarvan zelfs een verdiepte onderdoorgang als veetunnel voor een nog ter plekke functionerende agrariër. In 1996 deed Rijkswaterstaat al onderzoek naar mogelijke varianten voor de A13/16. Eén van die varianten was een tracé ruim ten noorden van de Doenkade. De projectleider van de A13/16 deelde tijdens de informatieavond d.d. 07-12-05 in Lommerrijk mede dat er destijds in de loop van het onderzoek nog de mogelijkheid bestond om tegen betrekkelijk geringe kosten (€ 70 miljoen) een speciale voorziening te laten treffen om ondertunneling in het tracé van de HSL tussen Doenkade en Wildersekade te vergemakkelijken. Extra kosten om de HSL t.z.t. ondergronds te kruisen hoefden dan nauwelijks gemaakt te worden. Dit aanbod van de HSL is destijds door Rijkswaterstaat afgewezen, vanwege de hoge kosten. 

Op een € 1,5 miljard kostend A13/16-project klinkt dit argument dermate ongeloofwaardig dat wij niet anders dan tot de conclusie kunnen komen dat Rijkswaterstaat toen al een mogelijke ondertunneling van de A13/16 in dit gebied onmogelijk heeft willen maken. 

Ondertunneling onder de HSL blijkt overigens nog wel degelijk mogelijk te zijn, aldus de projectleider, maar tegen aanzienlijk hogere kosten. Het zou nog ongeloofwaardiger klinken als de Minister van Verkeer en Waterstaat nu vanwege deze aanzienlijk hogere kosten ondertunneling in de Vlinderstrik zou afwijzen. 

Ondergrondse aanleg door Vlinderstrik biedt grote voordelen voor ecologie, recreatie en leefbaarheid. Ecoduikers en fietstunnels kunnen “meeliften”.

Bij ondertunneling onder Grindweg, Doenkade/Anki Verbeek Ohrlaan/Wildersekade, Hofpleinlijn, N470-Zuid en Oude Bovendijk kunnen tegelijkertijd voorzieningen getroffen worden voor fietstunnels en ecoduikers. De kwaliteit van de leefomgeving zal enorm verbeterd worden omdat er veel meer ruimte overblijft voor ecologie en natuurgebonden recreatie. De luchtkwaliteit gaat met sprongen vooruit en de geluidshinder wordt sterk verminderd. De nu nog aanwezige ecologische en recreatieve barrières in de ecologische hoofdstructuur zullen worden opgeheven.

Duurzame oplossingsgerichtheid – RR2020 – 

Draagvlak
Het nieuwe Streekplan RR2020 bepaalt dat er voor de A13/16 een duurzame oplossing moet komen en vrijwel alle politieke partijen in de omliggende (deel)gemeenten pleiten voor ondergrondse aanleg van deze weg, met de gemeente Rotterdam voorop. Met name de voorzitter van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek heeft tijdens de hoorzitting d.d. 29-11-05, in Lommerrijk te Rotterdam, namens het dagelijks bestuur uitdrukkelijk gepleit voor ondergrondse aanleg. Rijkswaterstaat kan daar niet omheen.

Alternatieven
Onderaan blz. 17 van de Startnotitie A13/16 staat te lezen dat voor dit project vooralsnog wordt uitgegaan van een positieve beslissing inzake de realisatie A4 Delft-Schiedam (Midden Delfland). De effecten van de A4 Midden Delfland zijn echter nog niet duidelijk, zo blijkt uit het tussentijds toetsingsadvies d.d. 22-11-05 van de commissie mer A4. De commissie schrijft dat de conclusie dat de leefbaarheid langs de A13 door de aanleg van de A4 Midden Delfland merkbaar verbetert, niet juist is. Uit onderzoeken is gebleken dat zowel de A4 Midden Delfland als een combinatie daarvan met de A13/16, een toename van het verkeer, en dus een toename van de files, zullen genereren op de A13 tussen Doenkade en knooppunt Ypenburg. De commissie heeft daarom geadviseerd als alternatief voor de A4 Midden Delfland de “A13-A13/16” variant uit te werken. Deze variant houdt in dat de A13/16 wordt aangelegd in combinatie met een verbreding van de A13 tussen Doenkade en knooppunt Ypenburg van 2×3 tot 2×5 rijbanen. Verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van geluidshinder, met name in Delft, zullen het gevolg zijn. Alleen al hierom zal aanleg van de A13/16 niet kunnen voldoen aan de doelstelling om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Bovendien zal verbreding van de A13 tussen Doenkade en knooppunt Ypenburg het bestemmingsverkeer van en naar Rotterdam uitnodigen om gebruik te gaan maken van de A13 in Overschie. Het doorgaande verkeer zal in de toekomst wellicht gebruik gaan maken van de A13/16, maar als de vrijgekomen ruimte op de A13 Overschie weer in toenemende mate wordt gebruikt en opgevuld door bestemmingsverkeer, wat schiet de kwaliteit van de leefomgeving dan daarmee op? 
Nu is gebleken dat een positieve beslissing inzake realisatie A4 Midden Delfland, waarvan deze Startnotitie is uitgegaan, op dit moment onzeker is, achten wij het wenselijk dat in het kader van deze Startnotitie alle (neven)effecten worden onderzocht van de verkeersstromen op de gehele A13 en van een eventuele verbreding van deze weg tussen Doenkade en knooppunt Ypenburg, tot 2×5 rijbanen. Bovendien achten wij het in dit kader wenselijk om voor zowel de A4 Midden Delfland als voor de A13/16 het alternatief van de A14 nader te onderzoeken en uit te werken.

A14 als alternatief zowel voor A4 Midden Delfland als voor A13/16.
De A14 loopt in het verlengde van de A16 van Terbregseplein, op de A20, naar de A4 iets ten noorden van Leidschenveen, op de A4 Prins Clausplein richting Amsterdam.
Naar onze mening is de A14 in de Startnotitie A13/16 ten onrechte niet genoemd als mogelijk alternatief voor de A13/16. 

Conclusie
Wij komen tot de conclusie dat “niet horen, niet zien en niet ruiken” – dus ondergrondse aanleg van de A13/16 – de enige duurzame oplossing is om de leefomgevingskwaliteit te verbeteren.
Wij komen tot de conclusie dat dit tevens het beleid is zoals is verwoord in het nieuwe streekplan RR2020.

Wij concluderen dat het uitgangspunt in deze Startnotitie van een positieve beslissing A4 Midden Delfland, vooralsnog niet in overeenstemming is met de onderzoeksresultaten van de commissie mer A4. 

Verder concluderen wij dat er mogelijk een alternatief aanwezig is in aanleg van de A14.

Wij verzoeken u te onderzoeken:

1.
Waar ondertunneling van de A13/16 onder de HSL, tussen Doenkade en Wildersekade, tot de mogelijkheden behoort.

2.
De effecten voor ecologie en natuurgebonden recreatie, luchtvervuiling, geluidshinder, leefbaarheid en barrièrewerking, bij ondergrondse aanleg in Vlinderstrik en (gedeeltelijk) Polder Schieveen; ten opzichte van die effecten bij bovengrondse aanleg van de A13/16 gekoppeld aan de Doenkade.

3.
Alle (neven)effecten op de A13 die het gevolg kunnen zijn van aanleg A13/16 met, en zonder, A4 Midden Delfland; zoals o.a. verbreding van de A13 tussen Doenkade en knooppunt Ypenburg tot 2×5 rijbanen.

4.
De effecten van een nieuw aan te leggen Rijksweg A14 als alternatief voor de A13/16.


Wij zien uw berichten graag en met belangstelling tegemoet.

Hoogachtend,

J.H. Ochtman (voorzitter)

J.F. Dijkshoorn (secretaris)

C.J. van Dijk (penningmeester)

STICHTING NATUURBESCHERMING VLINDERSTRIK
Larikslaan 138
3053 LE Rotterdam 
Tel/fax: 010-4226671 
E-mail: jochtman@nullxs4all.nl

Reactie startnotitie A13/A16, Vogel -, vleermuis – en vlinderwerkgroep Noordrand

Inspraakreactie Startnotitie Rijksweg A13-A16
Rotterdam.


Rotterdam-Noordrand, 10 december 2005.

L.S.,

Onze inspraakreactie is als volgt:

STANDPUNT ALGEMEEN
De Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand is principieel tegen de aanleg van nieuwe rijkswegen. Meer asfalt lost de verkeersproblematiek niet op.
Meer asfalt betekent meer auto’s en dat betekent meer milieubelasting, aantasting- en versnippering van het landschap, aantasting c.q. vernietiging van natuur(waarden) en een forse aanslag op de leefbaarheid en leefkwaliteit van mens en dier. Zodra een nieuwe rijksweg wordt geopend staat deze binnen de kortste keren vol met (nieuw) verkeer en hebben we er weer files bij. Automobilisten die nu nog hun auto thuis laten en met het Openbaar Vervoer reizen, worden door de aanleg van nieuwe rijkswegen uitgenodigd om (weer) met hun auto te gaan reizen.
Bovendien groeit het aantal auto’s jaarlijks fors en zullen nieuwe rijkswegen geen oplossing voor de verkeersproblematiek bieden.
De leefbaarheid en leefkwaliteit voor mens en dier in vooral Schiebroek- Noord, de Limieten, 110 Morgen en nabij de Rotte komen ernstig in het gedrang. Tuinstad Schiebroek wordt volledig omsingeld door asfalt en andere infrastructuur.

ANDER BELEID NOODZAKELIJK
De Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand verwacht meer resultaat van een beleid waarin enerzijds geïnvesteerd en gekozen wordt voor kwalitatief en kwantitatief volwaardig en efficiënt Openbaar Vervoer, rekeningrijden, carpoolen, vermindering van kilometervergoedingen door bedrijven, belastingvoordelen voor gebruikers/werknemers die het Openbaar Vervoer gebruiken, thuiswerken, zo veel mogelijk werkgelegenheid scheppen dicht bij huis en invoering van variabele werktijden.
En anderzijds investering in- en verbetering van de bestaande wegen, oplossing van de knelpunten en effectiever gebruik van het bestaande wegennet. Wij verzoeken u onderzoek te doen naar het bovenstaande.

DRAAGVLAK EN OPLOSSING
Indien er een breed draagvlak blijkt te zijn voor de aanleg van de rijksweg A13-A16, zal de Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand zich daarbij moeten neerleggen. In dat geval pleiten wij nadrukkelijk voor een rijksweg A13-A16 in een tunnel. Eerst onder de Doenkade t.w. vanaf rijksweg A13 tot aan de HSL-verbinding (hier moet de weg om de HSL te passeren waarschijnlijk bovengronds); daarna weer geheel ondergronds in een tunnel tot bij de President Rooseveltweg in Ommoord. Wij verzoeken u hiernaar onderzoek te doen alsmede naar de mogelijkheid om de A13-A16 ter hoogte van de HSL toch in een tunnel te kunnen passeren.

VOORWAARDEN
* Er dienen ruim voldoende, veilige fiets- en wandelverbindingen te worden aangelegd;
* Strikte aanpak van het sluipverkeer op aangrenzende wegen d.m.v. fysieke maatregelen, eenrichtingsverkeer, afsluitingen enz.( Deze wegen dienen rustig te blijven);
* Onderzocht dient te worden of de Bergschenhoekseweg kan worden opgeheven;
* Er dienen ruim voldoende verbindingsroutes te worden aangelegd voor flora en fauna zoals ecoducten, duikers, wildpassages, waterverbindingen;
* Geluidsoverlast, luchtkwaliteit en uitstoot gevaarlijke en schadelijke stoffen dienen in combinatie met de HSL, Randstadrail en Rotterdam Airport te worden berekend. Ook de gevolgen voor de gezondheid van mens en dier in de omgeving zoals Schiebroek, 110 Morgen, De Limieten en bij de Rotte moeten worden meegewogen;
* In dit kader moeten ook licht- en zichthinder worden meegewogen;
* De Wildersekade is een kleine ecologische/ recreatieve verbinding tussen Rodenrijs en de Grindweg/Lage Bergse Bos. Deze verbinding zal door de plannen voor de A13-A16 zeer worden aangetast en er zal een forse blokkade in optreden;
*De gevolgen voor het Schiebroekse Park zijn bij aanleg van A13-A16 niet duidelijk in kaart gebracht;

(Zo is er ter hoogte van de Doenkade recentelijk een Vleermuiskelder ingericht en zijn er in het Schiebroekse Park veel maatregelen ten gunste van de natuur(waarden) genomen)

* Het voormalige Productiebos ten noorden van de Doenkade met natuurwaarden dient ook in onderzoeken te worden betrokken;
* De Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep vraagt om het gehele tracé te voorzien van de nodige ecoducten, ecotunnels, duikers voor kleine zoogdieren en amfibieën; 
* Compensatie voor verloren natuur (waarden) en landschap kan worden gegeven door de aankoop van (agrarische) grenspercelen van het Hoge Bergse Bos en deze in te richten als bos en plas-drasgebied. De compensatie dient vooraf te worden geregeld en te worden vastgelegd. 

Wij verzoeken u alle bovenstaande zaken te onderzoeken en mee te nemen in MER. 

AANBEVOLEN LITERATUUR
‘Met Vleermuizen Overweg’ – Rijkswaterstaat.
‘Vleermuizen, bomen en bos’ – Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ).
‘Verbindingswegen voor Plant en Dier’ – Stichting Natuur en Milieu.

Wij verzoeken u bovenstaande literatuur te raadplegen in uw onderzoeken alsmede de (bestaande) onderzoekgegevens naar de flora, fauna en avifauna van Polder Schieveen, Hoge Bergse Bos en Lage Bergse Bos en omgeving mee te nemen in de MER.

Hoogachtend

Peter van Dalen.
Coördinator.
VOGEL- VLEERMUIS- EN VLINDERWERKGROEP NOORDRAND

Meidoornhoek 18
3053 BB Rotterdam.

De Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand is aangesloten bij het Rotterdams Milieucentrum en levert gekwalificeerde natuurgegevens uit de Noordrand van Rotterdam aan o.m. de Vlinderstichting, de SOVON, de VZZ en het Bureau Stadsnatuur Rotterdam (BSR).
De Natuurrubriek van de werkgroep is te lezen via www.degroeneagenda.nl (klik op natuurrubriek).
 

Reactie startnotitie A13/A16 Rotterdams Milieucentrum

Aan. 
Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat
Rijksweg 13/16
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Postbus 30316
2500 GH Rotterdam

betreft: reactie van het Rotterdams Milieucentrum
kenmerk: A13A16.inspraakrec.brf

Rotterdam. 9 december 2005

Mijne dames, heren,

Hierbij een reactie op de startnotitie Rijksweg 13/16.

Verkeersaantrekkende werking
In een trajectnota / MER zouden wij graag onderzocht willen hebben wat de verkeers-aantrekkende werking is van een nieuw aan te leggen rijksweg A13/A16, wat het effect hiervan is op het binnenstedelijke leefklimaat en het effect op de beschikbare parkeerruimte.

Barrière voor bewoners
De nieuw aan te leggen verbindingsweg A13 / A16 zorgt voor een (extra) barrière voor bewoners die zich per fiets of te voet willen verplaatsen. De bereikbaarheid van de Rottemeren en het Lage Bergsebos komt hierdoor onzes inziens in het geding.Daarom dringen wij aan op onderzoek naar de effecten van de door ons vermeende barrièrewerking van de verbindingsrijksweg A13/A16. 

Luchtkwaliteit en geluid
De voorgestelde verbindingsrijksweg komt vlak langs woonwijken in Hillegersberg, Ommoord en Schiebroek Noord. Het hele gebied staat vanwege een bundeling van wegen en sporen en Rotterdam Airport al redelijk fors onder druk qua geluidsoverlast en luchtvervuiling. Onzes inziens moeten in de berekeningen van luchtkwaliteit en geluidsoverlast de toekomstige ontwikkelingen in het A13/A16 gebied worden meegenomen. Hierbij zou moeten worden nagegaan in hoeverre luchtvervuiling en geluidsoverlast het leefklimaat in het gebied zouden kunnen verslechteren.

Natuur, landschap en recreatie
Het gebied tussen de A13 en het Lage Bergse Bos staat in onze ogen al fors onder druk door een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteit van de natuur, het landschap en de recreatieve voorzieningen dichtbij de stad komen door de aanleg van een extra snelweg nog meer in het gedrang. In een trajectnota / MER zou onderzocht moeten worden hoe natuur, het landschap en de recreatieve voorzieningen behouden en verstrekt kunnen worden.

Ecologische hoofdstructuur
De ecologische hoofdstructuur tussen de ‘Vlinderstrik’ en het Lage Bergsebos wordt nu al door twee brede sporen en drie brede wegen doorsneden. Daar kom dan mogelijk de nieuwe verbindingsrijksweg A13 / A16 bij. Onzes inziens moet onderzocht worden hoe dieren zich binnen deze ecologische hoofdstructuur, in de nieuwe situatie, zouden kunnen verplaatsen van de ene kant van ‘wegenbundeling’ naar de andere.

(Mega)Knoop
Door de samenkomst van de (nieuwe) A13/A16, de N209, N470 en de G.K. van Hogendorpweg ontstaat er een ‘mega verkeersknoop’ a la Prins Clausplein. In de trajectnota/MER zouden de verschillende varianten van dit geplande verkeersknooppunt moeten worden onderzocht en de effecten van die verschillende varianten op de omgeving.

G.K. van Hogendorpweg
De G.K. van Hogendorpweg is en wordt als stadsas steeds belangrijker. Met de huidige dichte bebouwing aan weerzijden in Schiebroek en Overschie zou deze ontwikkeling kunnen leiden tot een tweede ‘Overschiese A13’ met alle problemen voor omwonenden van dien.
Wij vragen dan ook specifieke aandacht voor de G.K. van Hogendorpweg onderzoek naar het effect van een eventuele verkeersaantrekkende werking van de A13/16 op de G.K. van Hogendorpweg lijkt ons zeer op zijn plaats. 

Openbaar vervoer
In de voorgestelde te onderzoeken oplossingsrichtingen ontbreekt onzes inziens de mogelijkheden die het openbaarvervoer biedt. Wij vinden dit een gemiste kan en stellen u voor te onderzoeken in hoeverre optimalisatie van het openbaar vervoer een oplossing kan zijn voor de groei van de mobiliteit in het gebied A13/A16.

Uiteraard zijn wij bereid u ons standpunt toe te lichten.

Hoogachtend,
Namens het Rotterdams Milieucentrum,

Emile van Rinsum (directeur)

Reactie startnotitie A13/A16: Vereniging Milieudefensie

aan. Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat
Rijksweg 13/16 Rotterdam
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Betreft: Inspraak startnotitie Rijksweg 13/16 Rotterdam

Amsterdam, 1 december 2005.

Geachte mevrouw, meneer,

Hierbij ontvangt u de inspraakreactie van Milieudefensie op de startnotitie Rijksweg 13/16 Rotterdam. Milieudefensie vindt dit project van nationaal belang. Het gaat immers om een extra snelweg van 12 tot 14 kilometer, mogelijk zelfs uit te bouwen van 2*2 naar 2*3 rijbaan. De A13/16 heeft grote gevolgen voor de leefomgeving van mensen en voor natuur, landschap en recreatie. In deze regio staan deze waarden al erg onder druk. De kosten van aanleg van de A13/16 zijn hoe dan ook hoog en de infrastructuur staat haaks op het gegeven dat bij een duurzame ontwikkeling van Nederland er eenvoudigweg minder wegverkeer is.
Vet gedrukt geven wij onze (extra) onderzoekswensen aan, steeds per alinea toegelicht.

Verkeersaantrekkende werking
Het is in verkeersland een algemeen erkend verschijnsel dat door extra snelwegen:

1) de woon-werkafstanden van automobilisten toenemen;

2) mensen toenemend gebruik gaan maken van de auto ten koste van minder milieubelastende
vormen van vervoer als openbaar vervoer en fiets;

3) de spits wordt opgevuld door automobilisten die voorheen op andere tijden reisden;

4) de reisafstanden buiten de spits enorm toenemen.

Pim Fortuyn schreef begin 2002 in zijn boek De puinhopen van Paars: ‘Het is onzin om te denken dat we ooit van de files afkomen door almaar meer asfalt en beton aan te leggen. (…) Probleem van de overvolle wegen zijn niet de snelwegen, ook al lijkt dat zo, maar de steden’. 
Graag zouden wij de verkeersaantrekkende werking van de A13/16 onderzocht zien in de Trajectnota/MER.

Onderliggende wegennet
Bij aanleg van de A13/16 zal een groot deel van het doorgaande verkeer dat nu via de A13 en de A20 reist voortaan de A13/A6 kiezen. Hierdoor komt (tijdelijk) ruimte vrij op de A13 bij Overschie en de A20 tussen Kleinpolderplein en Terbregseplein. Deze ruimte wordt dan ingenomen door extra autoverkeer met Rotterdam als bestemming en herkomst. Op de stadswegen wordt het daardoor drukker en de parkeerproblemen nemen toe. Hetzelfde probleem, misschien zelfs nog wel erger, geldt voor de G.K van Hogendorpweg, als deze via een afslag wordt aangesloten op de A13/16. Graag zien wij
onderzocht hoeveel meer autoverkeer er door de A13/16 komt op stadswegen in Rotterdam.
Wat is het effect op leefklimaat en parkeerruimte?

Bijdrage aan klimaatverandering
Een recent draagvlakonderzoek over het milieu stelt: “Een ruime meerderheid (59%) zou willen dat het milieubeleid (veel) strenger was.”2 Met name om de klimaatverandering maken mensen zich zorgen. In de startnotitie staat echter dat er geen onderzoek komt naar de extra bijdrage van de Rijksweg A13/16 aan klimaatverandering (bladzijde 31). Milieudefensie vindt dit onterecht. Mensen blijven zo in het ongewisse over een voor velen belangrijk aspect.
Graag zouden wij de extra bijdrage van een A13/16 aan klimaatverandering onderzocht zien,
uitgedrukt in de toename van (vracht-)autokilometers en de toename van CO2- en
fijnstofuitstoot.


Ecologische hoofdstructuur
De kaart met ontwikkelingen Ruimtelijke ordening tot 2020 toont een brede pijl die de ecologische
hoofdstructuur tussen de Vlinderstrik en het Lage Bergse Bos voorstelt. Voor een ecologische
hoofdstructuur is op zijn minst belangrijk dat dieren erbinnen kunnen manoeuvreren. Twee brede
sporen en drie brede wegen (N470, Doenkade, Grindweg) moeten oversteken lijkt ons voor hen niet te doen. En dan komt er misschien nog een bovengrondse A13/16 met veel afslagen bij.
Wij verzoeken u onderzoek te doen of en hoe door dit project dieren goed kunnen oversteken.
Lawaai en luchtvervuiling voor omwonenden
De snelweg A13-A16 is vlak langs woonwijken in Hillegersberg of Ommoord gepland. Dat betekent
extra lawaai en luchtvervuiling voor de omwonenden, overigens ook in Schiebroek Noord. In het gehele gebied van de A13/16 is al veel lawaai en luchtvervuiling (wegen, Zestienhoven). Als we de extra geplande ontwikkelingen in het A13/16-gebied hierbij optellen, ontstaat nog veel minder een beeld van bloemetjesgeur en stilte. Wij verzoeken u bij de (wettelijke) berekeningen van luchtkwaliteit en lawaai ook de toekomstige ontwikkelingen in het A13/16 gebied mee te nemen en ook in algemene zin aan te geven in hoeverre luchtvervuiling en lawaai het leefklimaat in het gebied kunnen verminderen.

Barrièrewerking
Een andere vorm van mogelijke overlast betreft de barrièrewerking van een nieuwe snelweg. Per fiets en lopend zouden omwonenden niet moeten worden gehinderd doordat zij letterlijk tegen een snelweg aan fietsen of lopen. Voor alle Rotterdammers is de bereikbaarheid van Rottemeren en Lage Bergse Bos in het geding. Wij verzoeken u de nadelige effecten van de barrièrewerking van een A13/16 te onderzoeken.

Recreatie- en natuurgebieden
Het gebied tussen de A13 en Lage Bergse Bos staat bloot aan verscheidene ruimtelijke
ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijventerreinen. De kwaliteit van natuur, landschap en recreatie komt daardoor mogelijk in het gedrang en een extra snelweg doet hier uiteraard geen goed aan. De trajectnota/MER dient duidelijk te maken hoe natuur, landschap en recreatie behouden of versterkt kunnen worden.
Tunnel, verdiepte ligging, op palen, over de grond? Volgens de startnotitie wordt enkel onderzoek gedaan naar de aanleg van de A13/16. Hierbinnen worden dan verschillende inpassingsopties vergeleken. Wat voor opties dit zijn, is niet toegelicht. Wij verzoeken u in ieder geval alle mogelijke tunnelvarianten te onderzoeken. Tevens zijn wij niet op voorhand overtuigd dat een tunnel onder de HSL niet zou kunnen. Wij verzoeken u duidelijk te maken wat de kosten of technische onmogelijkheden zouden zijn.

Afslagen
In de startnotitie worden plannen ontvouwd voor een megaknooppunt a la Prins Clausplein. De
A13/16, N209, N470 en G.K van Hogendorpweg zouden allen op dit knooppunt met elkaar in
verbinding moeten worden gebracht. Dit knooppunt vormt al snel slecht nieuws voor de ecologische
hoofdstructuur en leidt ook al snel tot verkeersproblemen. Wij verzoeken u in de trajectnota/MER verscheidene varianten van dit geplande megaknooppunt te onderzoeken. Ook andere
afslagen in het studiegebied dienen te worden onderzocht op hun wenselijkheid.


Geld
Het is tamelijk merkwaardig dat in de startnotitie in het geheel niet over geld wordt gesproken. Iedereen mag inspreken, maar of wensen binnen het budget zouden passen blijft geheel onduidelijk.
En inspraak op een project zou toch ook moeten inhouden dat mensen inzicht krijgen van de
besteding van hun belastingcenten? De traditie van het ministerie van Verkeer & Waterstaat ook zelfs geen globale kosten van onderdelen of varianten van plannen aan te geven, is berucht. Wij verzoeken u in de Trajectnota/MER onderzoek de globale kosten van verschillende onderdelen
en varianten aan te geven. Mogelijkheden voor minder auto’s. Milieudefensie vindt dat onderzoek moet plaats vinden naar verschillende maatregelen die tot minder verkeer (tijdens spitsuren) leiden. Waarschijnlijk kunnen door deze maatregelen voor minder geld betrouwbare en acceptabele reistijden worden gerealiseerd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn immers meer dan 90% van alle woon-werkauto’s gevuld met slechts één persoon. Alleen op extra asfalt inzetten is een zeer beperkte benadering. Daarom verzoeken wij u om onderzoek te doen naar de effecten van: het duurder maken van autoverkeer tijdens de spits; verplicht vervoersmanagement; locatiebeleid; flexibilisering van werktijden; innovatieve mogelijkheden om de bestaande wegen beter te benutten; het voorkomen van lange woonwerkafstanden; het belonen van carpoolen.

Openbaar vervoer
In de te onderzoeken oplossingsrichtingen, noch in de niet te onderzoeken oplossingsrichtingen, wordt over openbaar vervoer gepraat. Het lijkt ons van groot belang zicht te krijgen op een eventuele optimalisatie van Randstadrail en andere mogelijke relevante OV-ontwikkelingen. Wij verzoeken u te onderzoeken in hoeverre de capaciteit van het openbaar vervoer en de bereikbaarheid per openbaar vervoer (inclusief voor- en natransport) kan worden verbeterd in het studiegebied om zodoende de mobiliteitsgroei op te vangen dan wel de automobiliteit terug te dringen. Uitgaan van realistische verwachte verkeersgroei. In de startnotitie worden de filedoelstellingen in de nog niet aangenomen Nota Mobiliteit gehanteerd. Deze vormen de hoofdreden voor de uitbreidingsplannen. De berekeningen voor de verwachte verkeersgroei worden gemaakt aan de hand van het European Coordination-scenario (EC) van het Centraal Planbureau. De totstandkoming van dit scenario stamt uit 1996. Het EC-scenario gaat uit van een jaarlijkse stijging van de economische groei van 2,75%, een inwoneraantal van 17,7 miljoen in 2020 en een olieprijs van 25 dollar per vat. Hoewel het kabinet-Balkenende II het bereiken van de groeivoorspellingen in het verkeer stimuleert, lijkt de verwachte groei toch overtrokken. Sinds de totstandkoming van het EC-scenario veranderden de voorspellingen voor inwoneraantal en olieprijs.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek verwacht thans dat ons land 16,8 miljoen inwoners heeft in
2020. Dat zijn 900.000 mensen en minstens 400.000 auto’s minder dan de CPB-voorspelling voor 2020. De olieprijs is in 2020 volgens het CPB-scenario 25 dollar per vat in 2020. Dat is nogal lager dan de olieprijzen van de afgelopen twee jaren, die van 35 dollar tot 50 dollar per vat stegen. De olieprijs zal best dalen als er meer wordt geproduceerd de komende jaren, maar booming economies als China blijven de prijs opstuwen. Een permanente economische groei van 2,75% in alle jaren tot 2020 is tot slot nog nooit door Nederland gepresteerd. Het Centraal Planbureau geeft ook toe dat het EC-scenario wat aan de hoge kant rekent. In haar rapport Economische analyse van verschillende vormen van prijsbeleid voor het wegverkeer van juni 2005 beschrijft het CPB het EC scenario als ´het scenario met de hoogste groei van het wegverkeer in de periode tot 2020´. Het ministerie van Verkeer & Waterstaat baseert haar asfaltplannen wel op dit scenario. We verzoeken het onderzoek naar de te verwachten verkeersgroei te baseren op realistischer scenario’s dan het European Coordination-scenario (EC) van het Centraal Planbureau dat stamt uit 1996.

Maximumsnelheden
Een lagere maximumsnelheid dan 120 km/uur heeft verscheidene voordelen: verkeersveiliger, minder
overlast door lawaai en luchtvervuiling, minder energieverbruik. Wij verzoeken u daarom onderzoek te doen naar de baten van lagere maximumsnelheden voor het autoverkeer (80 km/uur, 100 km/uur) op een A13/16.

Probleem- en doelstelling onduidelijk
Behalve de wens aan de streefwaarden voor betrouwbare en acceptabele reistijden uit de nog niet aangenomen Nota Mobiliteit te willen voldoen, is de probleem- en doelstelling bijzonder onduidelijk. Heel frappant en overdreven is de aandacht voor de verkeersveiligheid op de A20 tussen het Kleinpolderplein en het Terbregseplein in de probleem- en doelstelling van amper 20 regels. De A20 schijnt niet te voldoen aan de streefwaarden van de Rijksoverheid en daarvoor zou de A13/16 uitkomst kunnen bieden. Het lijkt ons echter dat er heus wel meer ongelukken gebeuren op twee snelwegen opgeteld (A20 en A13/16) dan op één snelweg. De commotie over de verkeersonveiligheid op de A20 snappen wij ook niet, omdat immers de A20 tussen Kleinpolderplein en de afslag Crooswijk inmiddels een maximumsnelheid geldt van 80 km/uur. Hierdoor stijgt de verkeersveiligheid met sprongen. Waarom krijgt dit punt zoveel dan zoveel aandacht in de probleem- en doelstelling?
Vele essentiële zaken missen in de probleem- en doelstelling, zoals aandacht voor behoud en
versterking van natuur, landschap en recreatie; aandacht voor het leefklimaat van mensen; aandacht voor duurzame ontwikkeling. Wij verzoeken u de probleem- en doelstelling te verhelderen.

Luchtkwaliteit 
De slechte luchtkwaliteit, vooral in steden en langs snelwegen, vormt een van de grotere
gezondheidsproblemen in Nederland. 
Het wegverkeer veroorzaakt de meeste ongezonde lucht. Gelukkig zijn er Europese richtlijnen voor de luchtkwaliteit, in Nederland vertaald in het Besluit luchtkwaliteit. Artikel 7 lid 1 van het Besluit luchtkwaliteit 2005 stelt dat bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepassing van wettelijke voorschriften die gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit, de grenswaarden voor onder andere stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10) in acht dienen te nemen. De minister van Verkeer en Waterstaat is beheerder van de rijksweg A12 en bovendien in deze het bevoegde bestuursorgaan. Volgens artikel 20 geldt vanaf 2005 voor zwevende deeltjes (PM10) een grenswaarde van 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie en 50 microgram per m3 als 24-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. Volgens artikel 15 geldt voor stikstofdioxide (NO2) per 1 januari 2010 een grenswaarde van 40 microgram per m3 als
jaargemiddelde concentratie. De grenswaarden komen overeen met de Europese richtlijnen voor
luchtkwaliteit. In de artikelen 4 en 5 van de Europese Richtlijn 1999/30/EG wordt op de lidstaten de verplichting gelegd om ‘de nodige maatregelen’ te nemen om ervoor te zorgen dat de concentraties in de lucht van NO2 en fijn stof, met ingang van respectievelijk 1 januari 2010 en 1 januari 2005 de grenswaarden niet overschrijden. In de startnotitie wordt melding gemaakt van onderzoek naar de concentraties fijn stof en NO2, maar dit wordt niet gespecificeerd. Wij verzoeken u om onderzoek te verrichten naar: de jaargemiddelde concentraties tot 2010 voor NO2; de jaar- en daggemiddelde concentraties fijn stof (PM10) van 2005 tot en met 2010; de na de aanleg van een van de varianten te verwachten jaargemiddelde concentraties NO2 en de jaar- en daggemiddelde concentraties fijn stof t/m 2020.

Uiteraard zijn wij bereid u ons standpunt toe te lichten. U kunt zich hiertoe richten tot Albert ten Kate van de campagne verkeer van Milieudefensie.

Met vriendelijke groet,

Joris Wijnhoven 
Campagneleider verkeer Milieudefensie


1. Pim Fortuyn, boek `De puinhopen van Paars’, maart 2002.

2. TNS NIPO Consult/Veldkamp, rapport `Wat is het milieu ons waard?’, 12 september 2005.

Weblink:

Milieudefensie

Website van het inspraakpunt Ministerie van Verkeer en Waterstaat